Kenniscentrum Reeën

De zintuigen van het ree lijken geschikt voor het leven in de bosrand en in ruigte. Zo is het zien maar matig ontwikkeld en is het gehoor heel goed ontwikkeld. Het ree is in staat om geluiden te herkennen en de richting van het geluid te bepalen door de oorschelpen afzonderlijk te draaien. Het ruiken is het best ontwikkelde zintuig van het ree. De afstand waarop een ree geuren kan waarnemen van de mens wordt geschat op 300 - 400 meter.

Naast zien, horen en ruiken kennen we nog het proeven en voelen. Ruiken en proeven lijken veel op elkaar. Geur- en smaakprikkels worden via zenuwen doorgegeven aan de hersenen. Het grote aantal smaakpapillen bevestigt dat het ree in staat is voedsel op smaak te selecteren.

Over het tasten en voelen door het ree is niet veel bekend. Er bevinden zich stugge snor- of tastharen in de omgeving van de mond en de neus.

Afbeelding: zintuigen alert ree

Het gehoor van het ree is heel goed ontwikkeld. Zij kunnen met hun oren in staat om geluiden te herkennen en de richting van het geluid te bepalen. Dat kunnen zij onder andere door de oorschelpen afzonderlijk te draaien. Het dichtslaan van een autodeur, het gehijg van een hond, of het geluid van een brekende tak naast een wandelpad kan ze al doen vluchten. Herhaalt zich dat echter en leidt het geluid niet tot meer storing, dan treedt snel gewenning op.

Het ree weet goed te onderscheiden of een geluid wel of geen gevaar betekent. Ze wennen bijvoorbeeld binnen een dag aan een onbekend geluid. Het geluidsvolume is daarbij niet van belang. De tractor, een straaljager of het geraas van verkeer op een weg verontrust ze niet.

Afbeelding: Reegeit kop met zintuigen

Het gezichtsvermogen is maar matig ontwikkeld. Reeën zien alleen vage objecten. Bewegingen worden echter uitstekend waargenomen. Een volkomen stilstaand mens wordt door een ree niet herkend, de geringste beweging maakt het echter wantrouwend. Het gevolg van die onzekerheid is dat het ree geruime tijd gaat zekeren. Soms laat het ree dan de kop zakken alsof het wil gaan grazen, maar het houdt ons dan echter goed in de gaten. Af en toe werpt het, snel, de kop op. De geringste beweging doet het ree dan vluchten. Het vermoeden bestaat dat reeën maar beperkt kleuren kunnen zien.

Het gezichtsveld van het ree is groot. Ze kan door de zijdelings geplaatste ogen nagenoeg 360 graden in één beeld zien.

Om te begrijpen hoe reeën zien is het handig te begrijpen hoe je zelf ziet. Ga daarvoor bijvoorbeeld naar de website van Neurokids (http://neurokids.nl). En gebruik daar de knop "verken" om het nodige te lezen en te leren omtrent de wereld van het brein, neuronen en zintuigen.

Hoe weet je of een dier kleuren ziet?
Kleuren zijn verschillende golflengtes licht. Een reeënoog heeft kegeltjes en staafjes  in het oog. Dit zijn heel kleine organen met lichtgevoelig pigment.

Het lichtgevoelig pigment reageert op een beperkt deel van de golflengtes licht. Er zijn drie typen kegeltjes in het oog van de mens. Daardoor kunnen wij kleuren zien die je kunt maken met rood, groen en blauw.

Reeën hebben twee typen kegeltjes. Zij missen de kegeltjes waarmee je rood goed kunt zien. Reeën zien dan ook alleen de kleuren die ontstaan als de kleuren groen en blauw licht worden gecombineerd. in het overgangsgebied is de kleur min of meer grijs. Dat betekent dat een oranje jas voor een ree groen, grijs lijkt. Reeën zullen dan ook niet gauw de bewegingen van mensen met oranje jassen zien en mensen met blauwe jassen aan des te beter.

De staafjes zijn erg licht gevoelig en helpen een ree in het donker waar te nemen. Staafjes kunnen geen kleuren onderscheiden.

Uit onderzoek is gebleken dat bij veel onderzochte diersoorten de kegeltjes die blauw zien het meest voorkomen in het bovenste deel van het oog. Maar bij het ree schijnen de meeste in het onderste deel van het netvlies voor te komen.

Het oog voelt met de kegeltjes de kleuren. En vertaald die gevoelens naar signalen richting de hersenen. Wij noemen dat zien. Op basis van wat wij zien reageren we. Bijvoorbeeld zien we een snoepje en vragen daar vervolgens na.

Wat kan het voordeel zijn van blauw herkennen onder of boven in het beeld? We weten nu dat reeën alle tinten tussen groen en blauw zien. We weten uit ervaring ook dat reeën slecht zien. Tenzij we bewegen. Het vermoeden bestaat dat het ontbreken van één soort kegeltjes en de lichtgevoeligheid van de staafjes een belangrijke combinatie is om bewegingen waar te nemen. Mensen die scherp willen zien maken van deze kennis gebruik door een bril met groen\gele glazen op te zetten. Daarnaast maakt men voor het afschrikken van reeën gebruik van het, beweging versterkende effect, van blauw reflecterende wildspiegels.

Het proeven van het ree gebeurt door middel van smaakpapillen. De smaakpapillen zorgen dat een bepaalde smaak, in de vorm van signalen, ook wel prikkels genoemd, via zenuwen worden doorgegeven aan de hersenen. Reeën hebben een groot aantal smaakpapillen die bevestigen dat een ree goed in staat is voedsel op smaak te selecteren. Die smaakpapillen zitten in de neus, de mondholte en aan de tong.

De smaak van voedsel en sappen kan dus worden geproefd maar ook in de lucht worden geroken. Onderzoek heeft uitgewezen dat reeën voorkeur hebben voor plantensoorten met bepaalde smaakstoffen.

De reukzin van het ree, zetelend in de neus van het ree, is het best ontwikkelde zintuig van het ree. De oppervlakte om mee te ruiken bedraagt tot 90 cm², bij de mens is dit slechts 2,5 cm² (Sempéré et al., 1996). De afstand waarop een ree geuren kan waarnemen van de mens wordt geschat op 300 - 400 meter. Bij het zoeken naar voedsel en bij het onderlinge contact wordt steeds de neus gebruikt. Typisch voor hoefdieren is dat ze verschillende geurklieren bezitten op verschillende plaatsen van het lichaam (Gosling, 1985).

Bij het foerageren wordt rekening gehouden met de wind. Bijvoorbeeld staan kalveren dan zodanig ten opzichte van de moeder dat zij haar kunnen ruiken. We vermoeden daarom dat de meeste reacties en gedragingen van het ree gebeuren op basis van wat met de neus wordt waargenomen.

Ter illustratie de dwarsdoorsneden van schedels, vergelijk de verhouding tussen reukorgaan van mens en ree ten opzichte van overige schedelinhoud.

Afbeelding: Dwarsdoorsnede schedel en reukorgaan mensDe mens
Afbeelding: Dwarsdoorsnede schedel en reukorgaan reeHet ree

Over het voelen van het ree is niet veel bekend. Er bevinden zich stugge tastharen in de omgeving van de mond en de neus maar deze lijken niet geschikt om het zien te vervangen. Dieren die zich in het duister voortbewegen en voorzichtig hun voedsel tot zich moeten nemen hebben dit vaak wel. De signalen van de snorharen worden via zenuwen naar de hersenen geleid. Er is echter geen specifiek gedrag bekend waarbij deze worden gebruikt. Wel zien we reeën voorzichtig voedsel in de bek nemen waarbij het nog de vraag is of zij alleen proeven of dat zij ook voelen of hetgeen ze in de bek nemen wel eetbaar is. Omdat het ree in de randen van bos en veld leeft daar waar de dekking dicht is kan het zijn dat voelen niet belangrijk is. Misschien is daardoor de tast als hulpmiddel minder ontwikkeld.