Kenniscentrum Reeën

De uitvoering van het beheer van de populatie reeën ligt traditioneel bij jachthouders. Zij zijn door hun positie als jachtgerechtigde door de wet verplicht een redelijke wildstand te handhaven. Vaak zijn zij al gedurende vele decennia verantwoordelijk voor de reeënpopulatie. Met de komst van de Flora- en faunawet (1998) is dat veranderd. Het is voor het beheer van reeën namelijk niet meer nodig om het jachtrecht te bezitten. Het volstaat als toestemming van de grondgebruiker(s) is verkregen voor het betreden van de gebruikte gronden voor het beheer van de reeën. Daarbij geldt wel de verplichting om dit op tenminste 40 hectare aaneengesloten gebied te doen als dit beheer gebeurt met behulp van een geweer. De jager moet daarnaast opgeleid zijn en correct zijn uitgerust om het beheer uit te voeren.

Over het algemeen doen aspirant jagers de noodzakelijke praktijkervaring op door mee te gaan met een ervaren reeënjager.

Jagen op reeën heeft de afgelopen eeuw een grote ontwikkeling doorgemaakt.

Nadat de industrialisering en intensieve landbouw het min of meer uitputten van het Nederlands grondgebied zichtbaar maakte werd dit gevolg door het beschermen van natuur en doseren van het gebruik. Zo werd ook het jagen op het ree via het credo verantwoord gebruik tot het verantwoord reduceren van aantallen reeën. Het jagen om te eten werd jagen om ongevallen en schade te voorkomen. De motivatie voor de jager is naast de bijzondere natuurbeleving nog steeds het uitvoeren van een exclusieve activiteit. Jagen is begin 21e eeuw het gemotiveerd op peil houden en zonodig reduceren van aantallen dieren.

De jager schoot eerst een ree vanuit het recht dat de eigenaar heeft om diens grond en wat daaruit voortvloeit te benutten, het jachtrecht. Dat kan deze eigenaar vermarkten, in de vorm van huur en pacht. Eigenaren zijn niet alleen particulieren maar ook grote terrein beherende instanties. De bedragen die daar bij omgaan variëren enkele euro's per hectare tot enkel tientallen euro's. De minimale oppervlakte om met een geweer dieren te mogen doden is 40 hectare. Dat beperkt zich echter tot de met name genoemde wildsoorten.

Reeën horen daar niet bij, zij zijn beschermd. Om reeën te bejagen heeft de jager ontheffing nodig van de overheid en moet men over de grond die in gebruik is bij iemand anders. Daarom heeft de jager ook een schriftelijke toestemming grondgebruiker nodig. Bovendien moet om reeën te doden met een geweer de totale oppervlakte 40 hectare zijn. In tegenstelling tot verhuurde jacht op wild mogen er meerdere jagers onafhankelijk van elkaar op dezelfde 40 hectare populatiebeheer uitvoeren.

De jager mag niet zonder vergunning van de overheid, een jachtakte, een geweer gebruiken om te doden. Die jachtakte is gebaseerd op verhuur van het jachtrecht op minstens 40 hectare grond. Zonder wild betekent zo'n contract dat men betaald voor toestemming grondgebruik op dat deel van het terrein dat door de eigenaar zelf in gebruik is.

Waar vroeger de eigenaar/jachthouder verantwoordelijk was voor het in stand houden van een redelijke hoeveelheid wilde dieren en deze dit vaak verpachte aan anderen is dit vergaan tot het gedogen van faunabeheerders met toestemming van grondgebruikers op diens grond. Ogenschijnlijk is niemand meer verantwoordelijk voor het in stand houden van natuur in Nederland. Wat overblijft zijn eigenaren die hun eigen verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat op hun gronden beheer uitgevoerd wordt zoals hen dat goed dunkt. En grondgebruikers die schade en schande voorkomen door het verlenen van toestemming aan jagers. Er gaat hier iets verloren op de steeds harder wordende lijn tussen grondgebruik en min of meer oer natuur.

Waar vroeger per jaar het grondgebruik werd gegund lijkt nu de natuur en haar beheer per jaar gegund te worden in de vorm van al dan niet duur betaalde toestemmingen grondgebruikers.

Over reeën doodschieten, behouden en administratie in de praktijk. Begin oktober is het jachtseizoen op wild (fazant, wilde eend, houtduif, konijn en haas) al een kleine twee weken geopend. Toch zijn er veel jagers die dan nog geen schot hebben gelost.

De provincie laat ook regelmatig van zich horen. ‘U moet meer reeën schieten.' Maar jagers Richard en Jos zijn heel eensgezind: „Bij reeën mag je geen fouten maken. Dat zijn zulke aaibare dieren.” Op reeën, zo vertellen de jagers, mag het hele jaar door worden gejaagd. „Maar”, maken ze duidelijk, „in Nederland zijn we niet opgevoed om alles zo maar dood te schieten. We willen in eerste instantie behouden en voeren geen uitroeibeleid.” En daarover botsen ze dan weer met de boeren, die klagen dat zwijnen schade aanrichten aan hun gewassen. Het Limburgse land bulkt van gebieden waar bos en landbouw elkaar raken. „Eén gedekte tafel”, aldus de twee.
De jagers worden dus veel ingeschakeld door agrariërs. Maar voordat Richard en Jos overgaan tot het schieten van wild dat zich in hun jachtveld bevindt, willen ze weten hoeveel dieren er zitten. „We zijn tweehonderd dagen per jaar in het veld, waarvan honderdnegentig alleen met een verrekijker. Van ons eigen veld willen we alles weten. We tellen regelmatig hoeveel dieren van elke soort er zitten en proberen dan in te schatten hoeveel er in het voorjaar nog lopen.”

In de uitvalsbasis van de twee jachtvrienden, het ‘Hutje van de Sterke Verhalen' in de achtertuin van Jos leren we dat reeën zeer territoriale dieren zijn. De aaibaarheidsfactor wordt vergroot, omdat de meeste mensen ze verwarren met tekenfilmhertjes, Bambi's, die zij vaak op televisie zien. Als er veel jonge reebokken zijn geboren, willen die allemaal een eigen territorium. De ruimte daarvoor vinden zij in een maïsveld, een boomgaard of in kleine bosjes langs de snelweg.

Met schade of verkeersslachtoffers tot gevolg. Dat is het moment dat de jager wordt ingeschakeld. „Het beheer van reeën vindt het hele jaar door plaats, maar voordat we op kleinwild gaan jagen, moeten de bladeren zijn gevallen en moet het al eens gevroren hebben”, aldus Jos.

Net als reeën zorgen ook wilde zwijnen voor nogal wat overlast. „De overheid hanteert op veel plaatsen een nuloptie, wil ze vaak niet hebben. ”Wilde zwijnen richten niet alleen veel schade aan bij boeren, maar ook bij particulieren en op sportvelden. En als een keiler (een mannetjeszwijn) in botsing komt met een auto geeft dat een flinke klap, want die weegt zo'n 120 kilo. En je moet hopen dat wandelaars niet in de buurt komen van een bagge (een wilde zwijn moeder) met jongen, want dat kan heel gevaarlijk worden.”
Toch distantiëren de twee jagers zich van het voorval waarbij op zondag uit het water geredde wilde zwijnen werden doodgeschoten. „Het grote publiek denkt dat het een jager betrof vanwege diens groene kleding, maar de schutter was een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). In de wet heeft altijd gestaan dat er op zondag niet wordt gejaagd.”

Jagen is veel meer dan schieten, weten we inmiddels. Als we het jachtgebied jachtgebied van Jos in trekken (110 hectare, ruwweg 200 voetbalvelden groot) wijst hij ons op wroetsporen van zwijnen, een bewoonde dassenburcht (Nederlands grootste landroofdier en beschermd), verscheidene reeënwissels en een opvliegende buizerd. De eigenaar van de grond is gerechtigd om te jagen, maar hij verhuurt dat jachtrecht veelal aan een jager. Vaak is de huur een percentage van het afgeschoten wild. Of de boer gunt de jager het jachtgenot omdat hij zo schade aan gewassen voorkomt. „Je moet er niet voor weglopen. Schieten hoort er gewoon bij. Maar schieten is een kunst, niet schieten is veel moeilijker. Want bij het plaatsen van een goed schot komt nogal wat kijken. Zo mag op groot wild als reeën en zwijnen niet met hagel worden geschoten. Zo'n dier moet stilstaan en je moet 'm raken in zijn ribbenkast, waar hart en longen zich bevinden. Het kaliber van een jachtgeweer is rechtstreeks gerelateerd aan het uitgangspunt dat een dier onmiddellijk dood moet zijn”, vertelt Jos. Bij kleinwild ligt dat anders. Daar mag wel met hagel op worden geschoten, terwijl ze op de lopers (poten) of de wieken (vleugels) zijn. Jagersjargon voor bewegend. „Een beest wordt door tien à vijftien kogeltjes getroffen en is veelal onmiddellijk dood. Als je met één kogel zou schieten, kan een gewond dier nog wegkomen en een langzame, pijnlijke dood sterven. Hagel is op een afstand van zo'n 150 meter niet meer gevaarlijk, tenzij je het in je oog krijgt. Met een kogel schiet je iemand op drie kilometer afstand van de fiets”, legt Vleugels uit. De twee benadrukken dat de jacht in Nederland aan strenge regels gebonden is. „Veel jagers haken af vanwege de omvangrijke administratie in het veld.” Als we bijna terug zijn in de bewoonde wereld, antwoordt Richard op de vraag wat ze denken over de voortdurende kritiek op de jacht: „Als die mensen zelf totaal geen vlees eten, heb ik respect voor hun mening. Maar als ze het hele jaar door eieren, worstjes en hamburgers op tafel zetten… Ik beleef ook geen plezier aan het schieten van een dier. Ik heb er wel voldoening van. Dat is een dubbel gevoel: het is verantwoord gebeurd, maar je hebt wel een besluit genomen over leven en dood.”

Naar: De jager laat zijn geweer nog even thuis door Jan Cuijpers in de Limburger. Gepubliceerd op: 28.10.14

In het kader van de kwaliteitsbewaking van vlees voor consumptie is het beoordelen vlees van uit de natuur afkomstige dieren (wild) met name voor de handel en groothandel aan wettelijke regels gebonden. De keuringen worden gedaan door gekwalificeerde personen.

Zo moet ook het ree beoordeeld worden op afwijkingen. Dat begint voordat het wordt gedood, gevolgd door waarnemen tijdens het ontweiden en bij het uit elkaar snijden. Bij twijfel is het goed om een tweede beoordeling door een deskundige te vragen voordat het vlees voor consumptie wordt bestemd.

Goed en veel waarnemen in het veld is belangrijk. Er kunnen bij reeën verschillende ziekten en ongemakken optreden.

De praktijk:
Over het algemeen zijn de reeën gezond. Naar mate je de dieren meer bestudeerd weet je hoe het gezonde dier zich gedraagt en eruit ziet. Dat geldt ook voor het bestuderen van dode reeën. Naar mate je meer reeën ontleed weet je hoe gezonde organen er uit zien. Het herkennen van zieke dieren en aangetaste organen is daarbij van groot belang. Ook voor het beheer van de overblijvende populatie reeën is het herkennen van afwijkend gedrag en het vaststellen van ziekten en parasitaire aandoeningen van belang.

Laad de speler; Video - De jager laat geweer vaak thuis
http://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/De_jager_256.jpg Geproduceerd door: LimburgerTV
Reportage over jager uit Bemelen die geweer nog steeds thuis laat. Het is nog niet nodig om wild te schieten, vindt hij. Jos loopt met zijn maat Richard liever een rondje door zijn jachtgebied.

27-10-2014
Laad de speler; Video - Nicoles erster Bock
http://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/Den_erssten_vergisst_man_nie_256.jpg Geproduceerd door: Deutsche Jagdzeitung UItgever Paul Parey Verlag
Vertaald uit Duits: De eerste keer, De jacht die niemand vergeet, is de jacht op de eerste reebok. DJZ-TV heeft juniorjager Nicole bij haar eerste bokkenjacht gebegeleid.

22-04-2015