Kenniscentrum Reeën


Als we willen weten of en hoeveel reeën we in een gebied zouden kunnen zien kun je, grof, de geschiktheid voor reeën bepalen. De meest grove manier is schatten of er voldoende voedsel, rust en dekking in het gebied aanwezig zijn. Zo ja, dan is de kans dat een ree er voor komt, in Nederland, groot.

Voedsel is voor het ree nagenoeg overal in ons cultuurlandschap te vinden.

  • Als de dekking groter is dan enkele hectaren kunnen de reeën zich in een gebied van circa 100 ha handhaven mits de reeën er gedurende het hele jaar rust kunnen vinden. (geen mensen, geen huisdieren)
  • Naarmate er meer onrust is, is de behoefte van reeën aan dekking groter.
  • Als in een grote oppervlakte van het gebied permanent rust heerst kunnen reeën zich ook handhaven zonder dekking.

Draagkracht is de geschiktheid voor reeën. Deze wordt weergegeven als schatting van de hoeveel reeën die in een bepaald gebied kunnen leven onder de gegeven omstandigheden. Die omstandigheden worden gewaardeerd in getallen.

Een gezond ree in een referentiegebied dat zich kan handhaven heeft een bepaalde waarde. De leefomstandigheden van dat ree hebben ook een bepaalde waarde. De waarde van het leefgebied gedeeld door de waarde van het gezonde ree in het referentiegebied geeft de geschiktheid van het gewaardeerde gebied voor reeën. De geschiktheid en opzichte van het referentiegebied in aantallen reeën.

We noemen de geschiktheid (aantal reeën) van een gebied voor reeën de draagkracht.

Zijn de omstandigheden optimaal dan ontstaat er een evenwichtssituatie tussen draagkracht en reeëndichtheid. In de praktijk wordt dat evenwicht echter voortdurend uit evenwicht gebracht door omstandigheden van buitenaf. Zoals verstoren, verkeer, verdrinken, meer aanwas dan sterfte, meer immigratie dan migratie. Eigenlijk is er helemaal geen evenwicht maar een voortdurend balanceren om te overleven.

Bij het toepassen van draagkracht worden de volgende methoden gebruikt;