Laad de video: Reebokken meten krachten

Reeën zijn geen kuddedieren zij bepalen ieder voor zich wat goed voor hen is. Daarbij zijn reeën min of meer verdraagzaam. Dit is afhankelijk van hun activiteiten om voort te bestaan. Meestal zijn zij vrij tolerant. In de winter is deze verdraagzaamheid het grootst en vormen zij sprongen. Maar op andere momenten vechten en imponeren reebokken om een territorium veilig te stellen of hun 'zetplaats' rustig te krijgen.

Een duidelijke vooorbeeld van verdraagzaam zijn zien we bij de vorming van sprongen in de herfst en winter, waarbij meerdere reeën zich tegelijkertijd op dezelfde plaats ophouden en bij elkaar blijven.
Ander sociaal gedrag zien we bij de het vormen van territorium en zetplaats. Dat gedrag vindt o.a. plaats tussen:

  • bokken tijdens de brons
  • reegeiten die op het punt staan kalveren te krijgen
  • de reegeit die op het punt staat kalveren te krijgen, en haar jongen van vorig jaar

Bij het sociale gedrag doen allerlei voor reeën ruikbare, zichtbare en hoorbare signalen dienst. Wij kunnen een aantal van deze sporen zien. Je kunt daarbij denken aan de gevolgen van vegen, liggen, verplaatsen en aan het maken van geluiden.

In de winter zoeken de reeën de beste voedselgebieden. Daar houden zich dan veel reeën op. In deze gebieden maken de sterkste bokken in het voorjaar hun territorium. In maart begint het markeren van het territorium. Dat gebeurt door krabben met de voorlopers en het heftig met het gewei tegen takken en boompjes te slaan. Deze markeerplekken zijn duidelijk zichtbaar voor ons. Maar tijdens dit markeren worden ook geurstoffen uit de voorhoofdsklier op de plantendelen aangebracht. Krabplaats en geurmerk vormen samen een signaal voor andere reeën.

Als desondanks twee reebokken van gelijke rang elkaar tegenkomen, dan bestuderen ze elkaar (zekeren) en lopen langzaam op elkaar toe. Op een tiental meters van elkaar verwijderd zekeren ze opnieuw. Daarna gaan ze over tot het imponeren en bedreigen van elkaar.

Bij de imponerende houding wordt de hals recht naar boven gehouden, de kop iets opzij gedraaid.

Bij het dreigen wordt met de lopers gekrabd, de kop laag gehouden en het gewei naar de tegenstander gericht. Deze dreighouding kan overgaan in stotende bewegingen in de richting van de ander, zonder dat deze geraakt wordt.

Komt het echt tot een vechtpartij, dan stappen de bokken op elkaar toe en worden de geweien tegen elkaar gestoten. Ze duwen elkaar dan heen en weer. Als voor hen duidelijk is wie de sterkste is dan wordt de vechtpartij afgebroken. De verliezer toont een onderdanige houding waarbij hij de kop laag houdt met de oren naar voren waarna hij niet veel later vlucht. Soms nagejaagd door de rivaal.

Tot ernstige verwondingen komt het niet vaak. Vaak is de vorm van het gewei en/of de positie ten opzichte van elkaar de oorzaak van verwondingen. Als van opzij of van achteren wordt toegestoten, kan dit ernstige tot dodelijke gevolgen hebben. In zeer zeldzame gevallen raken de geweien in elkaar verstrikt waardoor de bokken in een situatie kunnen raken waarbij ze verongelukken.

Sociaal gedrag van reegeiten
Ook de reegeit heeft een vast leefgebied al verdedigt zij dat niet . Een reegeit deelt haar leefgebied met haar jongen, jaarlingen, smalreeën en reekalveren. De jaarlingen, smalreeën verlaten de reegeit (moeder) tegen de tijd dat deze kalveren krijgt. deze keren soms, pas na de bronst, weer in het familieverband, terug. Zij vormen dan de sprong tot het volgende voorjaar.

Als in de tijd voordat de kalveren worden geboren, meerdere reegeiten dezelfde plek willen, dan komt het onderling tot agressief gedrag zoals het elkaar achterna jagen.
Dan zoekt de reegeit haar eigen leefgebied en krijgt daar haar reekalveren, het zetplaats. De zetplaatsen van de verschillende reegeiten overlappen elkaar voor een deel. Met als gevolg dat moederloze reekalveren, met name in de eerste weken aansluiting vinden bij een andere reegeit.

Een ree springt om plotseling van plaats te veranderen maar reeën kunnen ook beschutting zoeken bij elkaar en vormen dan een groep van enkele mannelijke en vrouwelijke dieren; de sprong.

De vorming van sprongen
In de herfst, winter en vroege voorjaar is er weinig voedsel en veel minder beschutting en daardoor veel minder energie voor reeën. Je ziet dan de reeënfamilies vaak in groepen bijeen staan.

De sprong reeën bestaat uit vrouwelijke reeën die nauw aan elkaar verwant zijn, bijvoorbeeld twee reegeiten die zusters zijn met hun kalveren. Dit kunnen ook kalveren zijn uit voorgaande jaren. Waardoor er dus diverse generaties reeën in de sprong aanwezig zijn. Daarnaast bevinden zich in de sprong één of enkele reebokken. Dat zijn vaak zoons, vaders en een enkele keer grootvaders. De oudere reebok maakt ook graag gebruik van de voordelen van zo'n sprong.

Afbeelding: Reeënsprong in de sneeuw

De samenstelling en grootte van een sprong is onder andere afhankelijk van de wilddichtheid, de geslachtsverhouding, de voedselsituatie en de aard van het veld. In bosgebieden, waar voldoende dekking, voedsel en niet veel storing is, zijn de sprongen vaak klein. Families zijn dan in meerdere sprongen verdeeld. In open gebieden met veel reeën zien we dat de sprongen groter worden tot soms tientallen reeën.

De leiding van de sprong heeft in de meeste gevallen een oudere sterke reegeit met kalveren. Zij waarschuwt bij gevaar en bepaalt de vluchtrichting. Op het moment dat de sprongen zich vormen zijn de reekalveren groot. Als de leidende reegeit verongelukt neemt een andere reegeit de sprong en dus ook de kalveren van die geit onder haar hoede. Over het algemeen heeft de reebok in die periode geen bijzondere rol. Deze voelt zich waarschijnlijk minder sterk door gevoeligheid van het ontwikkelende gewei en de lagere hormoonspiegel. Alleen als het tot een confrontatie met een andere groep reeën komt onderneemt de bok actie.

Reeën zijn erg plaats trouw. Diverse onderzoeken met gemerkte reeën heeft uitgewezen dat meer dan de helft niet verder dan 1 km weg trekt, een kwart niet verder dan 10 km en slechts een enkeling verder dan 10km. De beste gebieden lijken bezet te worden door de beste reeën. Dat vervolgens tot uiting komt in krachtige kalveren, zware reeën en sterke geweien. Het vinden en houden van het ideale leefgebied wordt hoogst waarschijnlijk bepaalt door die reeën die het best voor die plek zijn toegerust.

Als reeën geslachtsrijp zijn zoeken zij in hun leefgebied een geschikte plek om zich voortplanten. De reebok verdedigt daarbij een gebied actief tegen andere reebokken, het territorium. Meestal gebeurt dit in het tweede levensjaar. Het territorium gedrag ontstaat waarschijnlijk al als de drachtige reegeit het gebied aangeeft waar ze kalveren gaat zetten en opvoeden. Dat doet zij o.a. door de sprong waar ze tot op dat moment deel van uitmaakt uit elkaar te jagen, ook haar eigen kalveren. De bok die als eerste uit de sprong verdwijnt is meestal het verst ontwikkeld. Het reebokkalf van vorig jaar mag langer profiteren van de ervaring van de reegeit maar gaat in mei-juni zijn eigen weg of wordt tenslotte verdreven door de geit of een ter plaatse actieve sterke reebok. Het vermoeden bestaat dat de jonge reebok die vroeg de reegeit verlaat een voorsprong heeft in de ontwikkeling. Het voorkomt bovendien dat ze gedekt wordt door haar vroegrijpe jong.

De oudere reebokken verdwijnen steeds vroeger uit de sprong en bezetten direct na het vegen hun territorium, markeren dat en proberen dit vrij te houden van indringers. Zo'n indringer kan een gelijke of sterker zijn.

Een vroegrijpe jonge reebok kan sterker zijn dan een oude negenjarige reebok. Bij een confrontatie gaat de oudere bok zijn territorium verdedigen. De jonge bok kan hem aan en wint een stukje terrein, de basis voor zijn territorium. De oude bok neemt met minder genoegen en wordt daardoor minder zichtbaar, heimelijk. De winnaar gaat vervolgens het gebied verkennen en markeren waardoor zijn territorium ontstaat. Daarbij komt hij in aanraking met het territorium, de lucht van, de al dan niet sterkere buurman. Het resultaat laat zich raden een nieuwe confrontatie. Het territorium groeit, wordt kleiner of blijft gelijk. Een territorium is dus een proces van voortdurend aftasten van de tegenstander(s).

Het succes van zijn schermutseling leert hem het voor zijn omstandigheden beste territorium gedrag. Dat hoeft niet te komen van sterk en groot maar kan ook klein en gemeen zijn. Bijvoorbeeld een spitser. Die kan namelijk een geduchte tegenstander zijn voor een fysiek veel sterkere reebok.

Afbeelding: Reebok in kracht van zijn leven

Het is de jonge reebok die gedwongen wordt opzoek te gaan naar een territorium.

De zwakke bokken komen op de grens van de territoria steeds opnieuw in de problemen. Daar, langs die voor ons niet zichtbare grens, vinden de meeste schermutselingen plaats en worden zij verdreven. Met name de zwakke jaarlingen trekken daardoor ver rond, opzoek naar een plek waar ze zich kunnen handhaven. Soms lukt dat niet en vormen zij groepjes, verdreven, jongelingen in de uithoeken van het leefgebieden. Daarbij nemen zij barrières en breiden het leefgebied soms uit.

De schermutselingen zorgen ervoor dat de best ontwikkelde bok op de beste plek komt die hij kan handhaven, zijn territorium. Naarmate de bok ouder wordt 'leert' deze de beste plek voor hem al vroeg in het seizoen weer te vinden.

Met relatief weinig inspanning kan de reebok al vroeg in het seizoen een territorium in stand houden en tegelijkertijd betere plekken vinden. Zo verschuift een reebok naarmate zijn leeftijd vordert zijn territorium om tenslotte de voor hem beste plek te vinden. Op deze manier komen de beste reebokken in de buurt van de sterkste reegeiten.

Afbeelding: Reebokken meten krachten door afrastering

Op de beste plek leeft het best ontwikkelde ree. Daar omheen liggen territoria van andere sterke reeën met een mindere conditie. En zo gaat dat verder. Tenzij ... je in de buurt van een beter leefgebied komt. Want daar is de conditie van reeën ook beter of leeft een inmiddels zwakker geworden ree.

Bij voldoende ruimte bepaalt dit mechanisme het uitbreiden van het leefgebied van de reeënpopulatie. Als die ruimte er niet is neemt de dichtheid toe. Als de reeëndichtheid hoog is, dan raken of overlappen de territoria elkaar. Daardoor nemen de schermutselingen toe waardoor de noodzakelijke rust minder wordt en de energiehuishouding verslechterd. De conditie van het ree neemt af. Het gevolg is dat deze het territorium niet kan handhaven. Met als gevolg dat de territoria nog kleiner worden en het welzijn steeds slechter.

De gemiddelde oppervlakte van het territorium van een reebok is dus afhankelijk van de de reeëndichtheid, de kwaliteit van het leefgebied en, tenslotte de erfelijke aanleg van de reebok. Dit in tegenstelling tot wat in sommige kringen nog steeds leeft.

Een por met een reeëngewei, op een circa 15 kilogram zwaar lichaam en in beweging gebracht door een voor vluchten ingerichte spierbundel, is niet zonder gevaar.

De foto's hebben betrekking op de schedel van een geschoten reebok.

Op de hoofdhuid van de geschoten reebok zat een mooi genezen, duidelijk te zien, litteken. Er was geen rare vervorming van de huid. Tijdens het los snijden van de huid was te zien dat er een gat in de schedel zat en dat er geen kraakbeen was gevormd. De verwonding zat niet in de oogkas en had de hersenen niet bereikt.

Opmerkelijk was dat de verwonding eigenlijk al weer grotendeels genezen was maar dat zich nog geen kraakbeen had gevormd in het gat in de schedel. Het niet genezen van het gat is misschien een aanwijzing dat er een ontsteking van het bot was.

De dag voor dat deze reebok is gedood, stuitte de schutter, op circa 150 meter vanaf de plaats waar de bovenstaande reebok werd geschoten, op een oudere reebok die spitser gewei had gevormd. Een echte zogenaamde moordenaar. Een moordenaar omdat de scherpe spitse stangen zonder vertakking tot de dood van andere reeën kan lijden. Het vermoeden bestaat dat deze reebok de oorzaak voor de verwonding was.

Afbeelding: Close-up reebokschedel met doorboorde oogkas