Beheren populatie reeën

Bijgewerkt: 2026-03-01T09:45:00+01:00

Icoon KcR: Reeën beheren

Afbeelding: Het resultaat van actief faunabeheer: Kenniscentrum Reeën. Bron: Herzo van der Wal

Duurzaam beïnvloeden van populaties in het wild levende dieren, zoals reeën, betekent dat we populaties beheren op een manier die aansluit bij de behoeften van vandaag, zonder toekomstige generaties in gevaar te brengen. Het draait om het vinden van een balans tussen ecologische, economische en sociale belangen — een balans waarin zowel dieren, natuur en mensen veilig kunnen samenleven.

🌱 Kernprincipes van duurzaam beïnvloeden

  1. Behoud van biodiversiteit
    Het beschermen van de leefomstandigheden van verschillende soorten, inclusief hun leefgebieden. Wanneer leefomstandigheden gezond zijn, blijven ook populaties gezond.
  2. Langetermijnvisie
    Goed faunabeheer kijkt verder dan korte termijndoelen. Het gaat om maatregelen die ook in de toekomst nog werken, zodat populaties stabiel en natuur veerkrachtig blijven.
  3. Maatschappelijke betrokkenheid
    Effectief beheer vraagt om samenwerking: tussen terreinbeheerders, grondgebruikers, eigenaren, overheden, wegbeheerders en het brede publiek.
  4. Duurzaam gebruik van hulpbronnen
    Dieren, planten, water, bodem en natuur zijn niet onbeperkt. Duurzaam beheer voorkomt uitputting en bewaakt de kwaliteit van het landschap.

🌾 Voorbeelden van duurzame toepassingen in het reeënbeheer

  1. Kennis verzamelen, delen en samenwerken
    Door lokale gemeenschappen, agrariërs en natuurbeheerders actief te betrekken, ontstaat wederzijds begrip en worden maatregelen beter uitgevoerd en beter gedragen.
  2. Gebruik van technologie
    Warmtebeeldcamera’s bijvoorbeeld onder drones helpen bij het opsporen en doorgeven van flora en fauna zoals reekalveren vóór dat de maaimachine gaat maaien. Dit helpt kansen signaleren, voorkomt onbedoelde schade en vergroot de veiligheid voor dieren.
  3. Verbeteren van leefomgevingen
    Door overgangen tussen landbouw en natuur te vergroenen — bijvoorbeeld door deze kruidenrijk te laten worden en over te laten gaan in struiken en bosranden — krijgen onder andere reeën meer rust, dekking en voedsel.
  4. Ecoducten, faunabruggen en rasters
    Deze infrastructuur oplossingen voorkomen versnippering, helpen reeën veilig oversteken en vermindert verkeersslachtoffers. Dat verhoogt zowel dierveiligheid als verkeersveiligheid.
  5. Adaptief beheren van reeënpopulaties
    Niet de dichtheid van diersoorten staat centraal, maar het halen van concrete beheerdoelen: verkeersveiligheid, schadepreventie, gezondheid van de populatie, balans met het landschap.

🦌 Beheermaatregelen: waarom en wanneer?

Sinds het ree in Nederland van beschermde soort naar beheerde soort is verschoven én het landschap natuurvriendelijker is ingericht, zijn de aantallen reeën sterk toegenomen.
Dat vraagt soms om maatregelen die gericht zijn op:

  • Beschermen
  • Weren
  • Verplaatsen
  • of (onder voorwaarden) doden

Welke maatregel passend is, hangt af van de beheerdoelen van beheerders in de faunabeheereenheden. In hun faunabeheerplannen beogen zij een planmatige, samenhangende en gebiedsgerichte aanpak in het faunabeheer.

Voorbeeld van een belangrijk doel: minder wildaanrijdingen

Dit kan worden bereikt door:

  • Beïnvloeden van de leefomgeving (waarschuwen, zichtlijnen, oversteekplaatsen, begroeiing,)
  • Betere monitoring en gegevensregistratie
  • Het combineren van maatregelen in een gebiedsaanpak
  • Beïnvloeden van aantallen reeën

De huidige aanpak biedt hierbij nog niet altijd voldoende instrumenten. Een goede onderbouwing van beheer belangrijk om de juiste instrumenten te kiezen en overbodige wetgeving te signaleren en voorkomen.


Als we reeën zien dan smelten onze harten. De bambi's laten menig mens een geweldig moment ervaren. De keerzijde van samenleven met reeën mag dan even niet genoemd worden. Een botsing met een ree lijkt dan, even, aanvaardbaar.

Reeën zijn echter heel goed in staat zich in Nederland te handhaven en te verspreiden. Het gaat zelfs zo goed met de reeën dat Samenleven met reeën leidt tot beheer van de populatie.

Het is opvallend hoe dit samenleven enerzijds is uitgegroeid tot een vergaand aanpassen van mens aan dier en dier aan mens. En anderzijds leidt tot harde maatregelen zoals het beheer van de populatie reeën. Tot 2015 was dit volledig gebaseerd op vrijwilligheid van lokale beheerders. Inmiddels zijn overheden begonnen jagers in wildbeheereenheden aan te sturen om in te grijpen in de populatie* en profiteren predatoren zoals de de wolf van het optimale beheer van de populatie.

's Nachts kunnen de reeën onze sier- en moestuin bezoeken en overdag vormen de reekalveren in het te maaien gras een belemmering in de landbouw. Als we een wandeling maken in het bos verleiden reeën onze honden om op jacht te gaan. Als het dan weer wat rustiger wordt vegen de reebokken de jonge aanplant van de boswachter of vreten zij rozenbottels op die bestemd zijn voor bloemstukjes. En dan zijn er nog de meer dan 7000 Aanrijdingen met dieren die los van mogelijke gevolgen voor betrokken personen gemiddeld €1.500 per botsing kosten. Dat is € 10.500.000. In die berekening hebben we niet de letselschade meegenomen en de indirecte schade door vertragingen.

We voorkomen een deel van dit leed en deze schade door Adaptief beheer.

Wij vermoeden dat het ree en diens voorkomen het resultaat is van succesvol beschermen en beheren van de in het wild levende grote hoefdieren in Nederland. Dat vraagt om adequate benadering, Regelgeving en veel tijd, kennis en vaardigheden van de beheerder(s).

Aanrader voor natuurliefhebbers en beheerders:
Lees de Leidraad Reeënbeheer – een helder en praktisch hulpmiddel voor wie adaptief en verantwoord wil omgaan met reeën en andere in het wild levende dieren. Onmisbaar voor wie natuurbeheer serieus neemt.

Afhankelijk van de doelstelling van een terreinbeheerder kunnen beheermaatregelen nodig zijn om de reeën te beschermen, te weren, te krijgen of te doden. Eén van de doelen kan zijn het verminderen van het aantal Wildaanrijdingen. Dat kan met name door het beïnvloeden van de leefomgeving maar ook door het beïnvloeden van het aantal reeën. De huidige wetgeving biedt daarvoor onvoldoende hulpmiddelen. Essentieel is de behoefte om het beheer te onderbouwen.  Dat vraagt om registreren van essentiële informatie in een herbruikbaar format voor de gegevens.  

De belangen rond het ree
Natuurbeheerders en grondgebruikers hebben een groot belang bij een aanvaardbare dichtheid aan gezonde reeën. Zij vinden het boeiend om alle ins en outs van dieren te kennen en schromen niet om maatregelen te nemen. De beheerders zijn verenigd in Wildbeheereenheden en hebben een direct belang bij het goed beheren van flora en fauna. Zij zouden zichzelf en wij hen voortdurend de vraag kunnen stellen: Gaat het goed met de reeën in mijn gebied, mijn omgeving, in Nederland en hoe kunnen we de beheermethode verbeteren. Dat gebeurt ook. Daarbij denken zij enerzijds aan het beheer van de leefomgeving en anderzijds aan de reeën. De motivatie om dat te doen is tegenwoordig gefundeerd op het voorkomen van wildaanrijdingen, schade aan belangen van derden en ongewenste ontwikkelingen in de populatie.

De belangrijkste stap die zij hebben genomen is het uitgangspunt: Het ree is beschermd tenzij ... Dat onder voorwaarden Jagen heeft voor reeën geleid in een gecontroleerde uitbreiding van de populatie. Helaas is daardoor het directe belang van de beheerder verschoven naar die van de omgeving. En is er daardoor een risico dat de motivatie om de vraag "Gaat het goed met de reeën?" niet kan worden beantwoord.

Dat heeft geleid tot de vraag om bruikbare hulpmiddelen zoals draagkracht bepalen, betere schattingen van aantallen reeën en betere indicatoren voor de ontwikkeling van de populatie. Met name de methoden die gebaseerd zijn op het Wegen en meten van de gezondheid/conditie van het ree (methoden Smith en Poutsma) en het bepalen van de draagkracht van de leefomgeving (methoden de Achterhoek, van Haaften) zijn veel toegepast. Tegenwoordig ligt de focus meer op Adaptief beheren. Daarom zijn er handreikingen gemaakt voor het beheer van reeën. Deze kunnen leiden tot een periodieke vergunning op basis van een faunabeheerplan en jaarlijks terugkerende cycli van inventariseren, plannen maken, uitvoeren. De vergunning periode wordt afgesloten met een evaluatie van het faunabeheerplan van het betreffende deelgebied, vaak de betreffende provincie.

Naast het beheer zoals hierboven geschetst zijn er ook lokaal beheerders die streven naar vergaand zelfregulerende natuur. De meest vergaande vorm is die rond kwaliteit van de bodem en dien ten gevolge maximaal aantal grote grazers dat ontstaat. Een veel besproken voorbeeld zijn de Oostvaardersplassen. De leefomstandigheden nemen in zo’n gebied zodanig toe en af dat de dieren in aantal toenemen en sterven zodanig dat een soort als een ree in aantallen snel sterft en verdwijnt bij gebrek aan migratie mogelijkheden.

In 2006 heeft KcR‑in‑wording gezien hoe versnipperd de kennis over reeën en hun leefomgeving is. Sindsdien werkt het centrum naar één kennisbank actief faunabeheer met focus op het ree en naar één spiegel van habitatkwaliteit met betrouwbare, vergelijkbare data. Daarbij kiest KcR voor focus: we laten weg wat afleidt en benadrukken wat de mens, het ree en hun habitat werkelijk nodig hebben.

Deze helderheid bindt mensen als partners en maakt van losse initiatieven een gedeelde bibliotheek van praktijkkennis. KcR werkt adaptief: doelen stellen, inventariseren, uitvoeren, monitoren, evalueren—en bijsturen waar het leefgebied daarom vraagt. De Leidraad Actief Faunabeheer bundelt deze taal, methoden en werkafspraken. Op naar één gestroomlijnd, doorlopend kader. (Dat ook het ree via een robuuste leefomgeving duurzaam gezond houdt.)

Cookies instellen