Beheren leefomgeving reeën

Bijgewerkt: 2025-08-28T22:15:00+01:00

Reeën zijn wijd verspreide grote hoefdieren in Nederland. Hun populatie is de afgelopen decennia sterk gegroeid door een combinatie van beschermingsmaatregelen, afwezigheid van natuurlijke predatoren en voldoende rust, voedsel en beschutting in het landschap. Dit succes brengt echter invloeden met zich mee, zoals verkeersveiligheid, landbouwschade en ecologische balans. Daarom is zorgvuldig beheer van hun leefomgeving essentieel.

Reeën houden van Voedsel, rust en dekking in een landschap dat afwisselend dekking en goed groeiende planten biedt. De grondsamenstelling, de zuurgraad en de zon bepalen of de planten voor de reeën beschikbaar komen. Op voedselrijke gronden kunnen reeën snel groeien en op krachten komen. We zien dat terug in de lage sterfte en hoge gemiddelde gewichten. De laatste gaat ook gepaard met daarbij passende geweien.

De combinatie van landschap en de bodemsamenstelling vormen de basis voor die rijkdom. De beheerder kan daar invloed op uitoefenen. Zo kan deze voorkomen dat de dieren zich in bermen van wegen ophouden om te eten of vlak naast een druk bereden weg hun jongen krijgen en groot brengen.

Dat vraagt om een goede planning die rekening houdt met de gewenste invloeden.

De meeste kruidachtige planten in de natuur beëindigen in de zomer het groeiseizoen, hebben dan bloemen, vormen vruchten, zaad, uitlopers en knoppen. Het voedsel voor reeën en andere dieren. Maar dus ook de basis voor een rijke omgeving in het volgende jaar. Daarom is de zomer de tijd om te genieten van de ontwikkelingen in de natuur. Te zien hoe de dieren leven en waar ze zijn. En dus waar het gewenste effect optreedt of verbeteringen mogelijk zijn. De nazomer is dan ook het beste moment om de leefomgeving voor planten en dieren te verbeteren.

Afbeelding: Ree in eenvoudig voedselweb

Het belang van voedselketens

Wanneer je de leefomgeving beïnvloedt, is het belangrijk te beseffen dat het ree zelf ook een voedselbron is. Organismen zijn afhankelijk van elkaar om te overleven. Een voedselketen verbindt elementen die voeding en leefomstandigheden leveren, bijvoorbeeld omdat het ene organisme het andere opeet.
Voorbeeld: Planten → Ree → Wolf.
De leefomgeving én het ree zijn dus noodzakelijk voor het voortbestaan van de wolf. Hoe hoger de reeëndichtheid is in deze keten is, hoe gunstiger dat is voor de wolf.
Een andere keten is: Gras → Ree → Keutels → Worm.

Van keten naar web

Een netwerk van voedselketens noemen we een voedselweb. Het beheren van de leefomgeving betekent dus het beïnvloeden van dit voedselweb. Vaak vergeten we de mens hierin op te nemen. Wat zou het leven zijn zonder een rijk voedselweb? Het ree vormt in Nederland een belangrijke schakel in dit systeem.


Voedingsstoffen en leefomgeving

Beschikbaarheid van voedsel

Voedingsstoffen worden pas bereikbaar voor reeën wanneer planten deze opnemen. Reeën moeten niet alleen toegang hebben tot deze planten, maar ook voldoende rust vinden om het voedsel te verteren. De beschikbaarheid van voedsel hangt vooral af van de voedingsstoffen in de bodem en hoe goed planten deze opnemen.
Daarom is het verbeteren van de voedingstoestand van de bodem cruciaal.

Verbeteren van het voedselaanbod

Bij een te eenzijdig voedselaanbod kan het nuttig zijn om akkers natuurrijk of zelfs natuurgericht te beheren, zoals gebeurt bij wild- en bladakkers. Met behulp van grondmonsters kan bemesting gericht worden toegepast.


Vegetatiebeheer voor reeën

Je kunt ook zorgen voor jong groen in hakhout en langs bosranden. Dit kan worden gestimuleerd door houtachtige gewassen te snoeien of te kappen. Hierdoor verjongt de vegetatie, waardoor sappige, kruidachtige en groene plantendelen bereikbaar worden voor reeën.

Afbeelding: voedingstoffen kringloop planten Bron:webcc.corlaercollege.nl/leerjaar2/42__natuurlijk_evenwicht_en_kringlopen
Afbeelding: Inzaaien overgang weiland naar kikkerpoel


Wat komt erbij kijken als je de leefomgeving voor reeën wilt verbeteren?

Niet alles is vergunningplichtig

De Omgevingswet (sinds 1 januari 2024) bundelt regels voor de fysieke leefomgeving. Maar:

  • Niet elk stuk land is beschermd natuurgebied.
  • In veel agrarische en bosgebieden kun je maatregelen nemen zonder vergunning, zolang je geen schade veroorzaakt aan gebiedsbestemmingen en/of beschermde soorten.

Vergunningplicht geldt vooral als:

  • Je werkt in of nabij een Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland (NNN).
  • Je activiteit significante effecten kan hebben op beschermde natuur.

Twijfel? Doe de vergunningcheck in het Omgevingsloket.


Zorgplicht = altijd van toepassing

Ook zonder vergunning geldt de Zorgplicht:

  • Voorkom schade aan natuur.
  • Beperk gevolgen als schade niet te voorkomen is.
  • Laat activiteiten achterwege als risico’s te groot zijn.

Praktisch betekent dit:
✔ Werkzaamheden plannen buiten kwetsbare periodes (broedseizoen, winterrust).
✔ Gefaseerd maaien of drones inzetten om maaislachtoffers te voorkomen.
✔ Geen verstoring van beschermde soorten (bijv. vleermuizen, broedvogels).


Wanneer heb je wél een vergunning nodig?

  • In Natura 2000-gebieden: bijna altijd vergunningplichtig.
  • Bij ingrepen met mogelijk effect op beschermde soorten, zoals:
    • Kappen van houtige gewassen in broedseizoen.
    • Aanleggen van wildakkers in een gebied met beschermde flora/fauna.

Ecologische quickscan is bij twijfel vaak verplicht

Als je niet zeker weet of er beschermde soorten aanwezig zijn, laat een ecologische quickscan uitvoeren.

  • Brengt in kaart of jouw ingreep risico’s oplevert.
  • Geeft advies over maatregelen of vergunningen.
  • Geldig voor ca. 3 jaar, tenzij omstandigheden veranderen.

Rode Lijst-soorten

Reeën zelf zijn niet strikt beschermd, maar hun leefgebied overlapt vaak met soorten vogels of planten die dat wél zijn.
Daarom:
✔ Check of er Rode Lijst-soorten aanwezig zijn.
✔ Neem maatregelen om hun leefomstandigheden en/of -gebied te behouden.


Checklist voor jouw project

✔ Ligt je gebied in Natura 2000 of NNN?
✔ Zijn er beschermde soorten aanwezig?
✔ Is een quickscan nodig?
✔ Plan werkzaamheden buiten kwetsbare periodes.
✔ Documenteer maatregelen om schade te beperken.


Belangrijk: In veel gevallen kun je zonder vergunning werken, mits je de zorgplicht naleeft. Alleen bij beschermde gebieden of soorten komt vergunningplicht in beeld.

Afbeelding: Reebok in wollegras

Waarom aandacht voor mineralen?

Reeën en andere wilde hoefdieren hebben mineralen zoals calcium, fosfor en kalium nodig voor groei, botontwikkeling en een goede conditie. In natuurlijke omstandigheden halen ze deze uit planten, maar de beschikbaarheid hangt sterk af van:

  • Bodemkwaliteit (zuurgraad, mineralengehalte).
  • Seizoenen (in de winter is het aanbod beperkter).
  • Toegankelijkheid van rijke voedselbronnen (bijv. uiterwaarden, akkers).

Wanneer mineralen ontbreken of de toegang tot rijke bronnen wordt beperkt (afrasteringen, versnippering), verslechtert de conditie van dieren merkbaar. Dit zie je terug in lager lichaamsgewicht en een verminderde weerstand.


Bodem en mineralenbalans

  • Calcium-fosforverhouding is cruciaal: er moet minstens 2x zoveel calcium als fosfor beschikbaar zijn.
  • Bodemzuurgraad bepaalt of voedingsstoffen door planten worden opgenomen.
  • Op zure bodems zijn mineralen minder beschikbaar → kalk strooien kan helpen.
  • Calcium dringt langzaam in de bodem (±1 cm per jaar), dus effecten zijn pas na jaren zichtbaar.

Praktische tip:

  • Neem bodem- en gewasmonsters om tekorten vast te stellen.
  • Compost (±50 liter per 10 m² per jaar) kan een alternatief zijn om mineralen aan te vullen.

3. Aanvullend mineralen aanbieden: likstenen

Als de bodem goed bemest is, kan het toch nuttig zijn om mineralen aanvullend aan te bieden, vooral in gebieden met arme bodems of beperkte variatie in vegetatie. Dit gebeurt vaak met likstenen.

Maar let op:

  • Een liksteen op de grond leggen is niet efficiënt:
    • Een groot gebied raakt verzadigd met mineralen → bodemverstoring.
    • Dieren nemen ongezonde hoeveelheden op → stofwisseling raakt uit balans.
    • Direct contact en overmatig verlies van zout moeten worden voorkomen.

Hoe bied je likzout verantwoord aan?

De praktijk leert dat een paalmethode beter werkt:

  • Bevestig een houder (bijv. een plastic bloempot) boven op een paal, minimaal 2 meter hoog, buiten bereik van dieren.
  • De houder is open aan de onderzijde, zodat regenwater langs de mineralen loopt en deze over de paal verspreidt.
  • De mineralen kristalliseren op de paal, en dieren likken deze van het hout.
  • Gebruik een niet-roestende schroef om de houder te bevestigen.
  • Je kunt de hoeveelheid opgelost zout beïnvloeden door de waterhoeveelheid te reguleren.

Beste locaties:

  • Nabij wildakkers, bladakkers of percelen hakhout.

Gedrag van reeën: zoeken naar zout

Er zijn aanwijzingen dat reeën in de winter bermen en wegen opzoeken om strooizout te likken. Dit kan leiden tot meer verkeersslachtoffers. Het aanbieden van zout op veilige plekken kan mogelijk aanrijdingen verminderen, maar dit is nog niet wetenschappelijk bewezen.


Invloed op populatie en ecosysteem

Door gericht aandacht te geven aan mineralen:

  • Vergroot je de draagkracht van het gebied.
  • Verbeter je de conditie van reeën en andere wilde dieren (konijnen, eekhoorns, vogels).

7. Praktische aanbevelingen

✔ Analyseer bodem en vegetatie voordat je mineralen toevoegt.
✔ Overweeg kalk of compost voor structurele verbetering.
✔ Gebruik likstenen alleen waar natuurlijke bronnen ontbreken.
✔ Pas de paalmethode toe om overdosering en bodemverstoring te voorkomen.
✔ Plaats likstenen op veilige, rustige plekken (niet langs wegen).
✔ Monitor gebruik en effecten (bijv. via cameravallen of sporen).


Conclusie:
Met bewuste aandacht voor mineralen kun je de leefomgeving van reeën verbeteren, maar doe dit doordacht en afgestemd op de lokale situatie. Zo voorkom je negatieve effecten op de dieren, vegetatie en verkeersveiligheid.

Naar aanleiding van het in de praktijk bestaand vermoeden dat reeën strooizout van wegen likken en op basis van Praktijkboek biotoopverbetering en Waarom likzout plaatsen? Van: J. Beekhuis in 'de jachtopzichter' 1997

Cookies instellen