Laad de video: Reegeit met reekalf http://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/reegeit_met_reekalf_844.jpg Geproduceerd door filmer: M. van Rinsum
Gepubliceerd door: Vroege Vogels
16-06-2016

Laad de video: Bronst: Drijven en parende reeën
http://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/de_bronst_420.jpg Geproduceerd door filmer: Luc Enting
Gepubliceerd door: Vereniging Het Reewild
01-08-2008

Laad de speler; Video - Ontwikkeling van een eicel naar embryo
http://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/Ontwikkeling_eicel_256.jpg Geproduceerd door: Atlas de Reproducción Asistida
Van één dag na de bevruchting de celdeling begint tot na vijf dagen het embryo ontstaat.

14-11-2011

Laad de speler; Video - Reekalf zoekt zelf rustplaats
http://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/reekalf_zoekt_rust_256.jpg Geproduceerd door: Christ Grootzwagers
Rekalf zoekt rust nadat deze roept om reegeit.

17-07-2015

Kenniscentrum Reeën
Afbeelding: Beslaan van Reegeit door Reebok

De voortplantcyclus van een ree duurt bijna een jaar vanaf het moment van de bevruchting tot het geslachtsrijp worden van de reekalveren.

In juli begint de voortplanting met de paartijd die tot half augustus duurt. Deze periode wordt de reeënbronst genoemd. In deze vier weken zoekt de reegeit de reebok op. Waarna de reebok de reegeit lang kan achtervolgen (drijven).

Uiteindelijk wordt er dan gepaard. De reegeit wordt daarbij door de reebok bevrucht. Nadat de reegeit bevrucht is begint de draagtijd van het ree.

Na enkele dagen komen de bevruchte eicellen in de baarmoeder terecht en begint een vier en een halve maand durende periode waarin de vruchten weinig groeien, de vertraagde-implantatie. Vanaf midden december komt het dan tot een snelle ontwikkeling tot embryo's.

De reekalfjes worden in mei of juni geboren. Dit noemen we zetten. Meestal zijn dit er twee, soms één en soms drie. Het komt ook voor dat reegeiten kalveren van andere geiten onder hun hoede nemen. Zo kan het voorkomen dat reegeiten met vier kalfjes gezien worden. Dat is erg zeldzaam. De periode van de geboorte totdat de reekalfjes geen melk meer drinken noemen we de zoogtijd.

De plaats waar de kalveren gezet worden, wordt door de geit uitgekozen. De periode van enkele weken tussen de geboorte en het tijdstip waarop de reekalveren de reegeit als hun eigen moeder gaan herkennen en gaan volgen is de gevaarlijkste periode voor de kalveren. Dagelijks zijn de reegeit en de reekalveren maar gedurende een korte tijd bij elkaar. De reekalfjes bepalen zelf waar zij zich verstoppen vaak onder struiken of in lang gras. Dit is dan ook de periode waarin veel  slachtoffers vallen door maaien van lang gras. Om dat te voorkomen voert Kenniscentrum Reeën sinds 2010 jaarlijks de campagne: Voorkom maaislachtoffers.

Uit ervaringen en onderzoek met reeën blijkt dat het in de eerste drie weken na de geboorte mogelijk is om reegeiten en reekalveren te verwisselen. Vreemde kalveren, c.q. een vreemde moeder worden dan geaccepteerd. Daarna is de relatie met de reegeit stabiel en begint de 'opvoeding' van de reekalveren.

Afbeelding: Reegeit in verwachting

Als begin augustus de bronst, de paartijd van het ree voorbij is begint de tijd dat de reegeiten 'in verwachting' zijn, de draagtijd.

Deze bedraagt circa tien maanden (293 dagen +/- 7 dagen*) of, in zeldzame gevallen, vijf en een halve maand. Het laatste is afhankelijk van het moment van bevruchten. Uit het onderzoek dat we daar over lazen is een opvallend verschil gebleken: De eerste jaars reegeiten kregen al na 280 dagen de reekalveren en de ervaren reegeiten droegen wel tot 312 dagen.

Waar gaat het bij de paring om? De zaadcellen (spermatozoïden) van de reebok, bestaande uit een kopje en een zweepstaartje, wringelen zich, na de paring, via de vagina en de tweehoornige baarmoeder (uterus) van de reegeit naar de eicellen in de eileiders.

In de reegeit zijn de eicellen, na het loskomen van de eitjes uit de eierstok (eisprong of ovulatie) in de eileiders door capillaire zuiging in een trechtertje terecht gekomen.

Wriemelend bolletje
Miljoenen zaadcellen ontmoeten eicellen in de eileiders. Zij gaan daar met hun kopjes op staan met de staart omhoog. Iedere zaadcel probeert door de eicelwand heen te dringen en scheidt daarbij een stof af, die de wand doorlaatbaar maakt. Tenslotte ziet één zaadcel kans door de eicelwand heen te komen en met de kern van de eicel te versmelten, de feitelijke bevruchting. Bij die ene zaadcel per eicel blijft het. Door verharding van de eicelwand, misschien ook chemisch, gaat de toegang onmiddellijk op slot voor alle andere zaadcellen.

De bevruchte eicel is het eerste stadium van nieuw leven, de embryo. De embryo's zetten hun reis naar de baarmoeder voort en komen in het uiteinde van de baarmoederhoorns. De eicellen zijn dan al gegroeid van één naar 20 á 30 cellen, de morula. Dit embryo is kleiner dan 1 millimeter en nestelt zich niet in zij ontwikkelt zich, bij reeën vertraagd, tot een embryo van circa 100 cellen, een kiemblaasje. Eind december begint dan een snelle groei van tussen 10 en 25 dagen waarin het embryo zich hecht aan de baarmoeder wand en de moederkoek begint te groeien. De moederkoek zorgt voor het transport van zuurstof en voedsel naar de embryo's (en het produceren van progesteron). Naarmate het embryo groter wordt komt zij weer los in de baarmoeder te liggen voorzien van een navelstreng en omhuld door een vruchtvlies, dat zo ruim is dat de embryo's min of meer in het vruchtwater zweven, hetgeen een zekere bescherming tegen stoten van buitenaf biedt.

Uniek voor hertachtigen, bij reeën, treedt er vanaf half augustus een vier en een halve maand durende kiemvertraging op, waarin er heel langzaam ontwikkeling van de vrucht plaatsvindt. Deze vertraagde-implantatie wordt ook ook wel diapauze genoemd. Vanaf midden december begint het kiemblaasje met het moederlichaam te 'communiceren' waarna er een versnelling van de groei begint. Dit geldt niet voor alle reegeiten. Het komt namelijk af en toe voor dat er eind september gepaard wordt. Dit wordt ook wel de nabronst genoemd. Het proces van Vertraagde-implantatie is dan korter waardoor ook deze reegeiten in het voorjaar hun kalveren zetten. Bij de reegeiten die in die tweede bronst worden beslagen valt de kiemrust nagenoeg weg. Het ree lijkt haar duur van de draagtijd te kunnen regelen.

De kalveren worden geboren tussen half maart en eind juni. De plaats waar de kalveren gezet worden wordt door de geit uitgekozen. Kort voordat de geiten gaan zetten, zonderen ze zich af en bakenen een klein gebied af, dat ze gedurende drie weken verdedigt tegen andere geiten. Soms overlappen die zetplaatsen elkaar, in dat geval zijn de reegeiten meestal familie van elkaar.

Gebleken is dat de snelheid waarmee het embryo zich ontwikkelt nauw samenhangt met het voedselaanbod in de winter en het vroege voorjaar de strengheid van de winter. De kwaliteit van die 'kraamkamer', dus de mate van voedselaanbod en veiligheid, correspondeert met de ranghoogte van de reegeit. Meestal is dat in een bosrand met veel ondergroei, onder struiken of in knie hoog landbouwgewas zoals een weiland met lang gras of in het koren. Uit verschillende studies is gebleken dat velden die alleen bestaan uit bossen een lagere aanwas kennen dan leefgebieden waarbij bossen en kruidachtige vegetaties elkaar afwisselen. De aanwas in deze afwisselende gebieden wordt sterk beïnvloed door sterfte ten gevolge van het maaien van de ruigten of hooigras. Dit kan positief beïnvloed worden door het voorkomen van maaislachtoffers.

* The pre-oestrus signal, variations in pregnancy length and photoperiod manipulation of pregnant roe deer does., Department of Zoology, University of Aberdeen

diapauze
De vertraagde implantatie, kiemvertraging of diapauze van de zeer jeugdige eicel in de baarmoederwand van de reegeit is een van de boeiendste biochemische verschijnselen in de natuur.

Het is al lang bekend waar het bij bevruchting om gaat: het vrouwtje wordt gedekt door het mannetje. De zaadcellen wringelen zich via de schede van het vrouwtje naar de eileiders. De miljoenen zaadcellen ontmoeten bij hun opmars de eicellen in de eileiders. Tenslotte ziet één zaadcel kans door de eicelwand heen te komen en met de kern van de eicel te versmelten. De feitelijke bevruchting. De bevruchte eicel is het eerste stadium van nieuw leven, de embryo. De embryo zet na de bevruchting de reis naar de baarmoeder voort om daar te nestelen en uit te groeien tot een reekalf.

Bij het ree gebeurt er echter iets bijzonders er treed een vertraging op. Voordat die periode aanbreekt hebben de eicellen zich gedeeld tot een embryo van tussen 20 en 30 cellen groot (Morula). Deze embryo is kleiner dan 1 millimeter en nestelt zich niet in. Zij ontwikkelt zich, tijdens de vertraging, tot een embryo van circa 100 cellen (kiemblaasje). Eind december begint dan een snelle groei van tussen 10 en 25 dagen waarin de cel zich hecht aan de baarmoederwand en de feitelijke ontwikkeling tot een reekalf begint. Bij deze ontwikkeling spelen de gele lichamen (corpora lutea)  die overblijven na de eisprong een hoogst waarschijnlijk een rol. Ze blijven namelijk groot en zichtbaar gedurende de periode dat de ontwikkeling van de vrucht vertraagd is.*

Waarom vertraagd de inkapseling van kiemblaasje in baarmoederwand?
Bij de zoogdieren nestelt de vrucht zich in de baarmoederwand doordat vanuit het kiemblaasje de moederkoek (placenta) begint te ontwikkelen die zich nestelt in de baarmoederwand. Bij reeën gebeurt dit pas na vier en een halve maand tot vijf maanden. In de tussentijd verblijven zij in een melkachtige baarmoedervloeistof, potentieel vol leven. Voor 1990 dacht men dat dit werd veroorzaakt omdat het hormoon prolactine ontbreekt.** En dat dit misschien werd beïnvloed door lichamelijke veranderingen van de reegeit onder invloed van licht (foto-periodiciteit) of het verminderde ultraviolet-gehalte van het zonlicht.** Na 1990 is men erachter gekomen dat de 'communicatie' tussen embryo en moederlichaam tot stand komt door een eiwit dat de vrucht maakt. In diezelfde periode is nog onderzoek verricht aan de oude theorieën dat hormonen de voedingsbodem vormen waardoor het prille leven begint te groeien. Uit die onderzoeken is duidelijk geworden dat de hormoonspiegels pas toenemen nadat de vrucht de communicatie met het moederlichaam is gestart. En dat foto-periodiciteit geen invloed heeft op de hormoonspiegels.*

'Communicatie'
Na 1990 werd, eerst bij huisdieren, ontdekt dat vanuit het buitenste laagje cellen van het embryo, dat uiteindelijk de placenta vormt, een signaal (RNA), wordt afgegeven dat er voor zorgt dat het embryo een eiwit afscheid, PAG (Pregnancy Associated Glycoproteïne), dat 'opgevangen' wordt door ontvangers (receptoren) in het baarmoederslijmvlies van het moederlichaam. Dat signaal zorgt er voor dat het moederlichaam hormonen begint te vormen* die een enorme versnelling van de groei van de embryo ingang zet waarbij de vrucht de uitwisseling van PAG's en hormonen gebruikt om de moederkoek (placenta) te ontwikkelen waarbij deze zich verbind met de baarmoederwand.Niet lang daarna ontdekte men het rdPAG (roe deer Pregnancy Associated Glycoproteïne).

Daarmee is er anno 2014 nog niet duidelijk wat er voor zorgt dat dit pas na geruime tijd plaatsvind. Onderzoekers* gaan er vanuit dat embryonale programmering hiervoor zorgt. Men denkt dat de embryo een ingebouwde klok heeft die de binnenste celmassa activeert om rdPAGs aan te maken. De vraag is dan hoe werkt die klok? Wie of wat is dan de wekker? Dat is nog niet duidelijk.

Het is nog steeds mogelijk dat factoren om de embryo heen er voor zorgen dat de embryo geen 'communicatie' kan opzetten met het moederlichaam. Meer waarschijnlijk is dat het embryo in het stadium voor het kiemblaasje nog niet instaat is het signaal (RNA), of voldoende signaal, af te geven, het groeit immers, langzaam, door. Wat zorgt er nu voor dat de embryo zich vertraagd ontwikkeld van 30 cellig stadium tot 100 cellig stadium. De onderzoekers van Universiteit Aberdeen schrijven dat na een lichte stijging van progesteron in augustus de hormoon spiegel daalt tot een niveau net voldoende om de cel in leven te houden. Is dat de oorzaak? Wat veroorzaakt dan die verlaagde hormoon spiegel? De reegeiten zijn toch niet aan de pil?

* A pregnancy-associated glycoprotein (PAG) unique to the roe deer and its role in the termination of embryonic diapause and maternal recognition of pregnancy, School of Biological Sciences, University of Aberdeen
** Capreolus, 2000, Auteur: Wil Huygen

Reeën leven in de tijd dat zij jongen krijgen min of meer alleenstaand, solitair.

De reekalveren worden in april, mei of juni geboren, de eerste al eind maart. Dit noemen we zetten, dan begint de zoogtijd. Meestal zijn dit er twee, soms één of drie. Ook komen vier reekalveren bij één reegeit voor. Hoe dit kan beschrijven we verderop in dit artikel.

Afbeelding: Reekalf liggend in de ruigte

Na de geboorte worden de reekalveren door de reegeit droog gelikt en de geboorteplek wordt door de reegeit zorgvuldig schoongemaakt vermoedelijk om zo weinig mogelijk geur achter te laten. Dat doet ze onder andere door de nageboorte op te eten. In tegenstelling tot wat men vroeger dacht bepalen reekalveren actief en zelfstandig hun ligplaats.

Tweelingen liggen zelden bij elkaar. Komt de reegeit om het reekalf te zogen dan roept ze het. Waarschijnlijk omdat ze de precieze ligplaats niet weet.

Bij hoefdieren die in grote groepen in hun leefgebied rondtrekken, leren moeder en kind elkaar in korte tijd kennen, vaak binnen slechts enkele minuten. Waarna het jonge dier al snel met de kudde mee trekt. Bij andere zoogdieren worden de jongen nog niet volledig toegerust, vaak in een hol of nest, geboren. Het ree zit hier tussen in. De fase van geboorte tot volgen van de reegeit duurt bijna drie weken. Gedurende de eerste twee weken kunnen reekalveren slecht onderscheid maken tussen de eigen moeder en een andere zogende reegeit. Er zijn ook aanwijzingen dat de reegeit haar reekalveren niet herkend. Reegeiten zijn namelijk, tot in de vierde week bereid een vreemd reekalf onder hun hoede te nemen. Tijdens deze periode kunnen kalveren van moeder wisselen. Hierdoor komt het voor dat reegeiten met verschillende, groten, reekalveren leven en tot vier reekalveren groot brengen. Dat is zeldzaam. Dat dit in de natuur zelden voorkomt is het gevolg van het min of meer solitair leven van reeën in de voortplantingsperiode.

Dit solitair leven begint al jong. Dagelijks zijn de reegeit en de reekalveren maar gedurende een korte tijd bij elkaar. In de eerste twee weken liggen de reekalveren vaak op behoorlijke afstand van elkaar. Om te zogen "roept", fiept, de reegeit de reekalveren naar zich toe. Daarna verstopt het reekalf zich weer en gaat bewegingsloos liggen, het drukken. Het vertrouwt op de schutkleuren en het weinig afgeven van geuren. Dat komt omdat de geurklieren tussen de hoeven van het kalf nog niet volledig ontwikkeld zijn en de geit, in de eerste week, ontlasting/keutels en urine van het kalf tot zich neemt waardoor er geen geur aanwezig is. Het reekalf kan, bij plotseling gevaar, zich ook min of meer laten vallen waarbij ze als het ware van de aardbodem verdwijnt. Na ongeveer twee weken begint het kalf vluchtgedrag te tonen en na drie tot vier weken volgen de kalveren gezamenlijk de moeder.

Indien de reegeit, in deze eerste weken, bij de reekalveren is dan verdedigt de reegeit de kalveren door zich te laten zien. Bijvoorbeeld ziet de boer een reegeit opvallend lang in het te maaien gras blijven staan, dan is er grote kans op aanwezigheid van reekalveren. In het geval er een hond in het spel is, komt het regelmatig voor dat de reegeit de mens negeert en de hond benaderd en verleid tot jagen. Of, als de belager, het op het kalf heeft gemunt slaat zij met de poten (lopers). Dus heeft u de indruk dat een reegeit zich laat zien, of uw hond aanvalt dan is dat aanleiding om aan te nemen dat er reekalveren in de buurt zijn!

De periode van enkele weken voor de geboorte en het tijdstip waarop de kalveren de geit als hun eigen moeder kennen en gaan volgen is de gevaarlijkste periode voor reeën. In die kritische periode is de hoog zwangere reegeit kwetsbaar, staan reekalveren bloot aan weer, wind en gevaren en hebben honger. Ook andere dieren hebben honger. Als het reekalf niet alles mee heeft loopt het een groot risico te sterven.

Dat begint al ver voor de geboorte in de maanden augustus tot november als de groei en aanleg van reserves voor de winter plaatsvind. Dan wordt de groei en weerstand tegen extreme omstandigheden bepaald van de volwassen dieren en, de dan nog sluimerende, ongeboren reekalveren. De grootste sterfte onder de kalveren wordt bepaald door de leefomgeving en dus conditie van de geit.

Gezonde reekalveren drukken zich als er onraad is. Zo beschermen zij zich tegen gevaren van buiten. Ze kunnen dan gemakkelijk benaderd en opgepakt worden. Met name in deze tijd zijn ook loslopende honden en maaimachines een groot gevaar voor de jonge reeën. Het gebeurt dan ook regelmatig dat reekalfjes opgepakt worden, in de veronderstelling dat ze door de moeder in de steek gelaten zijn en in de reeënopvang moeten. Doe het niet. Het hoort zo. Tenzij het is omdat maaislachtoffers voorkomen moeten worden.

Tekening: Reegeit met twee reekalfjes met stippen in de vacht.

Reekalveren ontwikkelen zich snel en gaan veel eerder over op vast voedsel dan bijvoorbeeld kalveren van edelherten doen. In het begin is het dagelijks contact tussen moeder en kind(eren) beperkt tot slechts enkele minuten om melk te drinken, het zogenoemde zogen.

Het zogen van de kalveren gebeurt diverse malen per dag en duurt per keer niet langer dan een minuut. De pasgeboren kalveren vinden in korte tijd de tepels. De melk van het ree heeft een aanzienlijk hoger vetgehalte dan koemelk. Bovendien verandert de samenstelling gedurende de periode dat de reegeit de melk geeft, de lactatieperiode. Er zijn analyses van reeënmelk. De melk van reeën lijkt nog het meest op de melk van geiten. Die kennis wordt dan ook door reeënopvangcentra gebruikt als zij moederloze reekalveren kunstmatig opfokken. Tijdens het zogen wordt de buik en de anaalstreek van de kalveren door de geit gelikt. Hierdoor wordt de afscheiding van urine en ontlasting opgewekt. Die in de eerste twee weken door de geit wordt opgegeten.

Het enkele minuten zogen loopt later uit tot tot een halfuur, waarbij het in die tijd ook likt aan de omgeving zoals strooisel, aarde, bast van bomen. Na een week knabbelt het al aan planten. Dit 'snoepen' zal zij gedurende het hele leven blijven doen om het juiste voedsel te selecteren.

Met het begin van de bronstijd is het zogen aanzienlijk afgenomen. Voor hen begint dan de periode die voor alle reeën belangrijk is de "voorbereidingen" op de winter en de start van het volgende voortplantingsseizoen. Zij worden dan, in die periode, net als de volwassen dieren beïnvloed door hun leefomgeving de beschikbaarheid van voedsel, rust en dekking. Dan gaan ook voor hen zaken als recreatiedruk en populatie dichtheid meespelen in hun ontwikkeling. Reegeitkalveren zijn bij een minimum gewicht van 11 kilo in oktober al vruchtbaar. Reebokkalveren zetten dan hun eerste gewei.

Uit diverse onderzoeken met gemerkte reekalveren blijkt dat het in de eerste 3 weken na de geboorte, de zoogtijd, mogelijk is om reegeiten en reekalveren te verwisselen. Vreemde kalveren, c.q. een vreemde moeder worden dan geaccepteerd.

Hoewel de band moeder en kind sterker wordt gedurende die eerste weken wordt de geit ogenschijnlijk steeds minder bezorgd om haar jongen. De kalveren volgen de geit desondanks voortdurend en zijn steeds bij haar in de buurt. Toch zie je de geit gedurende die eerste maanden ook regelmatig alleen of met maar één kalf. Dat komt omdat de kalveren doordat zij veel tijd aan rusten besteden, een iets ander dagritme hebben dan de geit. Als de kalveren een leeftijd van ca. 2,5 maand hebben bereikt, is het dagritme gelijk. De kalveren komen daarna ook steeds vaker in contact met andere reeën. De reekalveren groeien min of meer zelfstandig maar binnen de sprong op.

Daarna is de relatie met de dan leidende reegeit stabiel en kunnen de reekalveren opgroeien tot volwassen reeën. Zij zijn dan ook minder kwetsbaar voor kou, predatie en landbouwwerkzaamheden. Wij noemen dat de stabiele periode.

Foto: Reegeit met twee kalveren waarvan de stippen in de vacht inmiddels zijn verdwenen

Als de kalveren een half jaar oud zijn wordt het zogen van de kalveren duidelijk minder tot het helemaal stopt. De kalveren worden dan steeds zelfstandiger, hun gedragingen gaan steeds meer lijken op die van de volwassen reeën. Waren de ligplaatsen van de kleine kalveren eerst ver uit elkaar, met het ouder worden komen deze steeds dichter bij elkaar. Spelenderwijs wordt hen allerlei gedrag, zoals imponeren, dreigen en het tonen van onderdanigheid eigen.

Deze moeder-kind relatie duurt tot in het volgende voorjaar. Als eerste verbreekt de reegeit de band met het reebokje. Deze verdwijnt voorgoed uit het leefgebied van de moeder en zwerft rond op zoek naar een eigen territorium. Daarbij wordt deze afhankelijk van zijn conditie wel of niet gedoogd in het territorium van andere bokken. Het reegeitkalf wordt door de moeder verstoten kort voordat de volgende generatie reekalveren worden geboren. En ze wordt na de bronst, als ze inmiddels zelf bevrucht is (smalree) weer in het leefgebied geaccepteerd.

De kwaliteit van het voedselaanbod in september en de herfst is van doorslaggevende betekenis voor de verdere lichamelijke ontwikkeling van het ree. Gedurende de wintermaanden groeien de kalveren nauwelijks. Vanaf maart is er weer een gewichtstoename te constateren. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat reekalveren die in de herfst geen gewicht van 12,5 kg hebben bereikt een achterstand in reserves krijgen die hen in de winter en vroege voorjaar noodlottig kan worden. Als zij in de volgende jaren geen betere omstandigheden in de nazomer en herfst krijgen blijven ze, ver, achter bij reeën die in een beter habitat leven.

Tevens is gebleken dat bij kalveren die dit minimumgewicht aan het begin van de winter niet hebben bereikt minstens 50% overlijdt ten gevolge van wintersterfte. In de winter is namelijk de slechte verteerbaarheid van het voedsel er de oorzaak van dat de opgenomen energie minder is dan het energieverbruik. Het ree heeft de reserves opgebouwd in september oktober nodig. Bij kalveren lichter als 12,5 kilo zijn deze blijkbaar niet voldoende opgebouwd.

Op een leeftijd van twee jaar beschouwen we een ree als lichamelijk volwassen. Afhankelijk van de kwaliteit van de biotoop neemt het lichaamsgewicht en de omvang nog toe tot op een leeftijd van ongeveer vijf jaar.

Normaal ontwikkelde reeën zijn op de leeftijd van 1 jaar geslachtsrijp. Slecht ontwikkelde vrouwelijke reeën worden in de na-bronst beslagen of slaan een jaar over. Het komt echter ook voor dat bij kalveren embryo's in de baarmoeder worden aangetroffen. Dit komt vermoedelijk doordat de reegeitkalveren al in de herfst vruchtbaar kunnen zijn en in de na-bronst worden beslagen. Hierdoor wordt aangenomen dat ook reebokkalveren al in de herfst vruchtbaar kunnen zijn. Zeker is dat zij met een leeftijd van 1 jaar deelnemen aan de bronst. Waarbij zij voor de paring niet veel kans krijgen van de oudere bokken. Die kans neemt toe afhankelijk van reeëndichtheid, leeftijdsverhouding en geslachtsverhouding.