Kenniscentrum Reeën

Door:
Naar: De geurklieren van het ree, auteur: B. Jansen

Typisch voor hoefdieren is dat ze verschillende geurklieren bezitten op verschillende plaatsen van het lichaam (Gosling, 1985). Geurstoffen worden gebruikt om zichzelf en andere soortgenoten en objecten te markeren en vormen een belangrijk communicatiemiddel. Verschillende van de hier vermelde geurklieren zijn klieren om het territorium of trekroutes te markeren. Deze geursignalen ter afgrenzing van hun gebied zijn uitermate belangrijk.

In de huid van het ree bevinden zich geurklieren die stoffen afscheiden.

De geur dient vermoedelijk voor het vormen van een reukspoor, het wederzijds onderscheiden van reeën en het afbakenen van het territorium. Een belangrijke geurklier bij het ree bevindt zich tussen de tenen van de achterpoten (achterlopers). Net boven de hoeven (schalen) bevindt zich een 5 mm grote opening van het tussenteenzakje. Daardoor kan de geurstof voortdurend naar buiten komen. Met name tijdens het lopen wordt de stof door de druk van de tenen naar buiten geperst. Hierdoor wordt het spoor van een ree individueel gemarkeerd.

Aan de buitenkant van de achterlopers, iets onder het spronggewicht, bevindt zich nog een geurklier. Het is te zien als een donkere, iets langer behaarde, ronde vlek.

Bij de reebok bevindt zich voor tussen de rozenstokken nog een geurklier. Die speelt een belangrijke rol bij het markeren van het territorium. In het voorjaar en in de zomer wrijven, slaan en vegen de reebokken veelvuldig met hun gewei.

Tekening:  Geurklieren aan achterpoot ree

Daarbij worden takken en twijgen tussen de geweistangen genomen en door op- en neergaande bewegingen in contact gebracht met de geurklier. Zo wrijven zij hun markering aan voorwerpen in en om hun territorium. Dit gebeurt vaak zo heftig, dat de bast van de boompjes afgeveegd wordt. De sporen van dit zogenaamde vegen worden dan ook veegsporen genoemd.

Een ervaren of getrainde hond met een goede neus is in staat het geurspoor van een individueel ree te volgen. Daarvan maken mensen gebruik bij het opsporen van reeën die bijvoorbeeld slachtoffer zijn geworden van het verkeer. De op dit speurwerk getrainde honden noemen we zweethonden.

Tekening: Posities geurklieren bij het ree

Tijdens een avondaanzit zag een jager dat een reebok steeds zijn hooggeheven kop heen en weer schudde. Hij dacht dat dit het gevolg was van een ernstige keelhorzel besmetting. Dat in combinatie met de verhoudingsgewijze lichte bouw van het dier en de minder goede opbouw van het gewei zorgden ervoor dat hij het dier heeft gedood.

Het ontweidgewicht van de reebok 12 kilogram was en dat het dier geen keelhorzels had maar een geïnfecteerde wond tussen schedel en gewei, bij de geurklier, met een doorsnede van circa één centimeter.

Afbeelding: Verwonding voorhoofdsklier tussen geweistangen

In de wond bevonden zich zowel grote als zeer kleine maden. Dat al snel wijst op een verwonding van meer dan 24 uur. Er waren geen poppen te herkennen. Poppen zouden wijzen op 48 uur. De reebok schudde waarschijnlijk met de kop om aan de overlast van de maden en of vliegen te ontkomen. De zich slecht herstellende verwonding is mogelijk veroorzaakt door de locatie op de kop in combinatie met vochtig weer.

De meest waarschijnlijke oorzaken voor deze verwonding zijn:

  • het vegen of markeren aan scherp splinterend hout, bijvoorbeeld douglas
  • het tussen de rozenstokken prikken van een scherp voorwerp tijdens vluchten
  • door een gevecht met een andere bok waarbij een end van het gewei tussen de rozenstokken is gestoken.