Kenniscentrum Reeën

De geslachts- en leeftijdsverhouding in het voorjaar is een belangrijke invloed op de rust en de aanwas in de reeën populatie.

De verhouding tussen reebokken en reegeiten, is bij de geboorte één staat tot één. Onder natuurlijke omstandigheden is de sterfte onder de jonge reebokken groter. Dat heeft tot gevolg dat er aan het begin van het tweede levensjaar meer reegeiten dan reebokken over zijn. De gemiddelde geslachtsverhouding is, onder natuurlijke omstandigheden, na een jaar, 1 reebok : 1,2 reegeit.

Als de verhouding in het voordeel van de reebokken komt maken de reebokken veel ruzie om hun territorium. De oude sterke bok hebben een klein, goed beschermd, territorium en de jonge bokken zijn veel op weg om een geschikt gebied te vinden en zorgen voor veel stampij bij het veroveren van een eigen territorium. Daarbij steken zij, in Nederland, veel wegen over met als gevolg meer aanrijdingen.

Van grote invloed op de aanwas is vooral de verhouding geslachtsrijpe reegeiten ten opzichte van reegeitkalveren. Zeker als de verhouding van reegeiten : reebokken in het voordeel van de reegeiten is. Dan groeit de populatie reeën hard. Het aantal geslachtsrijpe reegeiten in de populatie bepaalt de omvang van de aanwas in een jaar!

Naar verhouding veel oude reegeiten geven dus veel aanwas en veel reebokken geven veel meer territorium gedrag en dus kans op wildaanrijdingen.