In de veeteelt "Bloedplassen"
(Babesia spp.

Ziekteverwekker
Babesia is een protozoa die lijkt op een infectie zoals malaria.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Er zijn verschillende Babesia-soorten waaronder B. divergens, B. major, B. capreoli en B. canis die via teken op zoogdieren infecties kunnen overdragen. Babesia divergens en Babesia capreoli worden door een teek overgebracht. Babesia divergens komt voornamelijk bij runderen voor en verloopt meestal onopgemerkt of geeft slechts milde klachten.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Ziekte verschijnselen van Babesia spp. zijn onbekend bij reeën. Er sterven echter met enige regelmaat runderen aan Babesiose. De Babesia divergens is een heel kleine parasiet die de rode bloedcellen van het rund binnendringt, zich daar vermenigvuldigt en zich aan de rode bloedcellen vergrijpt. Gevolg is ernstige bloedarmoede.
Runderen met babesiosis zijn lusteloos, koortsig en de slijmvliezen zijn bleek. Als de infectie al in een vergevorderd stadium is kleurt de urine rood door de rode bloedkleurstof die vrij is gekomen.

Bij melkkoeien zakt de melkproductie en er kan acute sterfte optreden.

Verspreiding en frequentie
In verschillende natuurgebieden in Drenthe, Zeeland, Overijssel zijn runderen gestorven als gevolg van Babesiose. Een onderzoek kan aan het licht brengen hoeveel teken in bepaalde regio's besmet zijn met Babesia.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/Onderwerpen/I/Infectieziekte_informatie_voor_professionals Babesia-species

(Cryptosporidium)

Ziekteverwekker
Cryptosporidiose is een zoönose die wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet (protozo). Protozoa kunnen zich in de darm vermeerderen, hierbij vormen ze oöcysten, een soort eitjes.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Dieren, met name herkauwers, en de mens zelf vormen een belangrijke bron van besmetting met Cryptosporidium. Sommige Cryptosporidium soorten besmetten alleen dieren. Vooral jonge dieren, met diarree, scheiden oöcysten uit. Alle manieren waardoor een dier en mens in aanraking komt met besmette mest/ontlasting kunnen leiden tot een infectie, ook al is een spoortje mest vaak niet zichtbaar.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Waterige diarree en afname van het gewicht. Het komt voor dat de diarree niet continu aanwezig is, maar met tussenpozen optreedt.

Verspreiding en frequentie
De oöcysten van Cryptosporidium zijn in Nederland voornamelijk te vinden in oppervlaktewater

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/Onderwerpen/I/Infectieziekte_informatie_voor_professionals Cryptosporidiose

>(Giardia )

Ziekteverwekker
Giardia is eencellige parasiet (een protozo) behorend tot het subphylum van de Sarcomastigophora

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Veel dieren waaronder ook het ree, maar ook mensen kunnen drager en verspreider zijn de protozoa giardia. Giardia komt in de darm voor en kan via de mest worden uitgescheiden. Cysten kunnen worden gevormd bij slechte leefomstandigheden waardoor de giardia beter kan overleven en besmettelijk blijft.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Reeën krijgen een dunne ontlasting (diarree) waardoor de spiegel vuil wordt. Bij reeën die in slechte omstandigheden leven (stress, andere darm- parasieten) kan giardia dramatische gevolgen hebben vooral voor jonge dieren.

Verspreiding en frequentie
Giardia komt ook voor bij andere dieren zoals o.a. kalveren, muskusratten en honden. Dieren kunnen elkaar besmetten.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/Onderwerpen/I/Infectieziekte_informatie_voor_professionals Giardiasis

(Lipopthena Cervi)

Kenmerken
Sterk afgeplatte, glanzend bruine luisvlieg met zwak ontwikkelde beharing. Bloedzuigende parasiet die de vleugels verliest nadat de gastheer is gevonden. Lengte 5-6 mm.

Afbeelding: Hertenluisvlieg

Voorkomen
Het gehele jaar door in de vacht van hertachtigen algemeen in Nederland en België. In de nazomer worden zij vaak in groepen zwermend waargenomen.

Levenswijze
Na het rondvliegend gaat de hertenluisvlieg op zoek naar nieuwe gastheren, meestal edelherten, maar ook wel reeën. Als de nieuwe gastheer gevonden is nestelt de bloedzuigende parasiet zich in de vacht en vallen de vleugels via een gepreformeerd breukvlak af. Het vrouwtje krijgt volgroeide larven, die zich direct verpoppen in de vacht. Na het uitkomen van de pop gaan de Hertenluisvliegen zwermen.

(Cephenemyia stimulator)
Verwekker

Afbeelding: Keelhorzel

Op een hommel lijkende vlieg. De familie der horzels (Oestridae) is een kleine, hoog gespecialiseerde vliegenfamilie waarvan larven als parasiet in hoefdieren leven. De meeste soorten beperken zich strikt tot één soort gastheer. De volwassen dieren hebben sterk gereduceerde monddelen en voeden zich niet. In Nederland kunnen de larven regelmatig worden aangetroffen, bijvoorbeeld op geschoten herten en reeën. De larven van de Cephenemyiinae bevinden zich in de kop, slokdarm en omgeving. De volwassen horzels worden uiterst zelden in het veld gezien.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De vlieg baart 1 mm grote larven en weet de levende larven in de neus van het ree te ‘schieten’ of ‘spuiten’. In de wintermaanden blijven de larven in de neus- en keelholte door zich vast te zetten in de slijmhuid. In het volgende voorjaar ontwikkelen zij verder tot volgroeide larven. Van april tot juni zijn er volgroeide larven van circa 3,5 centimeter die uitgehoest worden en zich vervolgens verpoppen in de grond.

Ziekteverschijnselen bij het dier
De reeën hoesten om de larven kwijt te raken en schudden met de kop. Zijn daardoor niet alert. Bij zware besmetting kunnen, vooral jonge, reeën stikken.

Verspreiding en frequentie
Waar besmetting met keelhorzel onder de reeën voorkomt is deze moeilijk terug te dringen. Keelhorzel besmetting komt veel voor maar wordt vaak niet opgemerkt.

Meer informatie; Capreolus Nr.51

Afbeelding: Geopende keelholte met verschillende stadia van keelhorzellarven
Larven keelhorzels in neusholte ree

(Culicoides spp.)

Als oorzaak van de verspreiding van dierziekten worden verschillende bloedzuigende insecten genoemd waaronder de knut.

Afbeelding: steekmug en knut

Knutten zijn familie van de mug en zijn onder meer bewezen dragers en verspreiders van de ziekte blauwtong ;en Schmallenbergvirus onder herkauwers. Ze worden ook wel knaasjes, knijten, mietsen en neefjes genoemd.

Knutten zijn klein 1 tot 4 millimeter groot. In het engels heten ze no-see-ums. (vrij vertaald: zie-ze-nietjes)
Veel knutsoorten zijn, net als bij onze steekmuggen voor hun voortplanting afhankelijk van dierlijke eiwitten die ze binnen krijgen door het zuigen van het bloed uit onder andere reeën voor hun eieren. De bevruchting zelf vindt zowel in zwermen als ook daarbuiten plaats. Na het bloedzuigen en de bevruchting worden de eitjes afgezet in water. Afhankelijk van de soort is dit stromend, stilstaand oppervlakte water of in holtes waarin zich water verzameld, bijvoorbeeld kuilen, goten, greppels, bomen, kelders, autobanden of potten.

Larven
De vrouwtjes laten de eitjes in het water vallen of zetten ze af op planten of drijvend algen. Na enkele dagen komen de larven uit het ei, leven vervolgens een periode als larve in het water. Als pop hangen ze vervolgens enkele dagen aan het wateroppervlak en ontwikkelen zo hun ademhaling uit de lucht. Na het uitvliegen begint de cyclus weer van voren af aan.

Biotoop
Knutten vertonen zich zelden in de volle zon, maar in de schaduw en aan het einde van de dag als de zon laag staat, kunnen ze bij weinig wind zeer hinderlijk zijn.

Verspreider ziekten
Door het steekgedrag zijn een aantal soorten verspreiders van bacteriën, parasitaire wormen en virussen, waaronder Blauwtong en mogelijk dus ook het Schmallenbergvirus. Daarmee maken zij reeën en andere dieren waaronder mensen ziek. Na een muggensteek zoals van een knut zwelt de huid ter plaatse sterk op, gevolgd door een branderig en jeukend gevoel. Bij een overgevoeligheid voor muggenbeten kan een rode verdikte plek overgaan in een met vocht gevulde blaas.

Plaagvorming
Bij het instandhouden of eventueel aanleggen, onderhouden en laten ontstaan van water verzamel doorvoer en verzamel plaatsen is het mogelijk dat habitats ontstaan die gunstig zijn voor de ontwikkeling van knutten. Hier zou plaagvorming kunnen optreden.

Bron: Instituut voor Tropische Geneeskunde

(Hypoderma Diana)

Verwekker
Op een vlieg lijkende horzel. De familie der horzels (Oestridae) is een kleine, hooggespecialiseerde vliegenfamilie waarvan larven als parasiet in hoefdieren leven.

Afbeelding: Reebulthorzel

De meeste soorten beperken zich strikt tot één soort gastheer. De volwassen dieren worden waargenomen in mei/juni en hebben sterk gereduceerde monddelen. Zij voeden zich niet of nauwelijks. In Nederland kunnen de larven regelmatig worden aangetroffen, bijvoorbeeld op geschoten herten en reeën. De larven van de Hypodermatinae leven in bulten in de huid, met name op de rug. De volwassen horzels worden uiterst zelden in het veld gezien. Henk van Woerden trof de reebulthorzel Hypoderma diana op 11 mei 2005 in aantal aan op de Veluwe bij Niersen (Amco 190,2-478,2) langs een droog zandpad (Vliegenmepper 2006-1)

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De Hertenhorzel legt haar larven in de vacht van een hertachtige. Waarna de larven zich door de huid vreten en zich onderhuids ontwikkelen. Daarbij verplaatsen zij zich In de wintermaanden leven de larven onder de huid. In het volgende voorjaar ontwikkelen zij verder tot volgroeide larven. De volgroeide larven banen zich een weg door de huid naar buiten waar ze dan in de grond verpoppen.

Afbeelding: Reebulthorzel binnenzijde huid ree in verschillende stadia

Ziekteverschijnselen bij het dier
Dieren vertonen in de winter geen abnormaal gedrag. Op dat moment dragen zij wel de larven van de Reebulthorzel onder de huid, tot wel 300 larven. Besmetting is tot dusver gevonden op de Veluwe.

Verspreiding en frequentie
Reebulthorzel besmetting komt voor maar wordt vaak niet opgemerkt. Uit onderzoek naar larven bij geschoten reeën is bekend dat de soort niet zeldzaam is: de volwassen vliegen worden evenwel zeer weinig gevonden.

(Scabiës)

Verwekker
Mijten (Acarina) veroorzaken schurft. Er bestaan verschillende soorten mijten. Eén daarvan de schurftmijt (Sarcoptes scabiei) veroorzaakt scabiës. De verschillende ondersoorten van deze mijt leven op verschillende diersoorten en zijn vrij specifiek voor die diersoort.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Overdracht van de mijt gaat via intensief contact met het besmette dier, van dier naar dier (maar mens).

Ziekteverschijnselen bij het dier
Door het krabben en schuren ontstaan vaak grote kale plekken.

Verspreiding en frequentie
Schurft (Scabiës), vogelmijt en andere huidparasieten komen wereldwijd voor bij (landbouw)huisdieren, pluimvee en dieren in het wild. In het algemeen geldt dat mensen die veel met dieren te maken hebben risico lopen op een infectie met mijten.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/Onderwerpen/I/Infectieziekte_informatie_voor_professionals Schurft

  • Dode reeën horen in de natuur. Zij vormen voedsel voor andere organismen. Dood doet leven
  • Zieke wilde dieren vormen een risico voor gezondheid van andere dieren en mensen 
  • Neem indien u twijfelt contact op met lokale beheerder of politie.
  • Die neemt contact op met onderzoekende instanties.
Voor beheerders:
  • Werk hygiënisch: Raak het dier niet zonder handschoenen aan.
  • Voor onderzoek van een wild dier, kunt u mailen naar dwhc@uu.nl of het formulier Meld een dood dier invullen.
Logo: DWHC