Kenniscentrum Reeën
Kenniscentrum Reeën

In de eerste plaats:

  • Rustig en doortastend handelen. Vaak komt het goed.
  • Zorg voor veiligheid van jezelf en anderen.
  • Houd veel afstand. Het dier zit gevangen omdat het niet gewend is achteruit te gaan. De omstandigheden bekrachtigen nog eens het voorwaarts vluchtgedrag.
  • Bel tel. 0900 88 44 (politie)
  • De politie haalt andere hulpverleners ter plaatse.

Hulpverleners

  • Bedek de ogen van het dier.
  • De ervaring leert; het dier kan er uit zoals het er in is gekomen! Achteruit via schouders en kop. Schouders zijn smaller en flexibeler als heupen. Schrik niet een ree kan angstaanjagend 'klagen'.

Wat ons opvalt is dat op alle foto's van reeën in spijlenhekwerk de onderste verbindingsstang lijkt te voorkomen dat het ree weer op staat. Wij adviseren bovenkant onderste verbindingsstang gelijk met maaiveld.

Het leefgebied is het gebied dat gebruikt wordt of gebruikt is om te leven. Het is het gebied waarin een dier het noodzakelijke gedrag zoals eten, rusten en voortplanten uitvoert. Een leefgebied kan min of meer met leefgebieden van soortgenoten overlappen maar wordt niet tegen anderen verdedigd zoals het territorium. Dit gebied wordt ook wel verspreidingsgebied, homerange (Engels) of streifgebiet (Duits) genoemd.

Het leefgebied van een populatie dieren ontstaat als de populatie zich handhaaft of groeit. Alle leefgebieden van alle reeën in een populatie vormen samen het leefgebied van die populatie. Of een populatie reeën zich handhaaft kun je proberen waar te nemen, bijvoorbeeld door de aantallen dieren te tellen.

Een leefgebied is iets dat ieder dier of een groep dieren heeft. Het leefgebied biedt de, populatie beïnvloedende, elementen. Voor reeën zijn dat voedsel, rust en dekking. Het niet aanwezig zijn van rust kan bijvoorbeeld de oorzaak zijn dat het leefgebied kleiner wordt en uiteindelijk geen leefgebied meer is.

Het leefgebied wordt beperkt door barrières. Die barrières belemmeren de uitwisseling, met andere dieren van dezelfde soort, zodanig dat wederzijds uitwisseling van genetisch materiaal niet mogelijk is. Indirect bepalen de reeënpopulatie beïnvloedende elementen, de leefomstandigheden, en de barrières het leefgebied van de reeënpopulatie.

Afbeelding: Hoge sprong van reebok over ruige sloot. Foto: Jeanne Otten


Het leefgebied wordt beperkt door barrières. Die barrières belemmeren de uitwisseling, met andere dieren van dezelfde soort, zodanig dat wederzijds uitwisseling van genetisch materiaal niet mogelijk is. Indirect bepalen de reeënpopulatie beïnvloedende elemanten en de barrières het leefgebied van de reeënpopulatie.

Ook de routes van en naar voedsel- en rustgebieden horen bij het leefgebied. Daarbij horen niet de routes die gevolgd worden tijdens emigratie naar een ander leefgebied. Hoewel het ree op dat moment wel probeert om het leefgebied uit te breiden of te verplaatsen. Deze doorgangen, ook wel corridors genoemd, zijn belangrijke schakels in het in stand houden van de soort in versnipperde gebieden.

Alleen het ree bepaalt, door zich te handhaven, of de leefomgeving geschikt is. Voor een ree, die alle ruimte in Nederland mag gebruiken, zijn rasters en hekwerken evenals wegen en kanalen barrières die het dier beperken in die vrijheid. Elke andere wijze van tot stand komen van een gebied bijv. door administratieve grenzen of verschillende vormen van gebruik of beheer zorgt voor broodnodige variatie bijvoorbeeld door grondgebruik, gemeentegrens of inrichting van populatiebeheer. Nodig in het kader van welzijn voor niet gehouden dieren.

De populatie en dus het leefgebied kunnen zich slechts in de volle omvang ontplooien als door mensen gecreëerde obstakels geen barrières zijn.

Het begrip leefgebied wordt ook gebruikt om delen van het leefgebied nader aan te duiden bijvoorbeeld zomer- en winterleefgebieden. Bovendien is het mogelijk dat mensen bepalen wat leefgebieden zijn bijvoorbeeld door er een hek omheen te zetten. Het is heel gebruikelijk om gebieden die omrasterd zijn door gaas, samenwerking of regels leefgebieden te noemen. Zo is de Veluwe als leefgebied aangewezen voor wilde zwijnen en edelherten. Daarbuiten worden zij niet geaccepteerd. Dit zijn echter geen leefgebieden bepaalt uit de leefwijze van het dier maar uit de wijze waarop wij mensen tegen dieren aankijken en met dieren om gaan.

Het leefgebied van de reeën wordt doorsneden door rasters, spijlen, hekken en wat dies meer zij. Met de juiste kennis kan het leven voor reeën en andere wilde dieren gemakkelijker (of moeilijker) worden gemaakt. Zo'n afscheiding werkt alleen als deze ook werkelijk een scheiding is in de leefomgeving van de doelsoort. Een afrastering van negentig centimeter hoog vormt alleen in de eerste maanden van hun leven een barriére voor reeën. Zo vormt ook een opening van negentig centimeter hoog en 30 centimeter breed geen hindernis voor reeën.

Een raster vormt voor reeën wel een barrière als de maaswijdte kleiner is als dertig centimeter en de afrastering één meter en twintig centimeter of hoger is. Een volwassen ree zal zo'n hindernis van 1.20 meter in een extreem geval nog wel kunnen nemen maar de jongen kunnen het volwassen ree niet volgen en het volwassen dier gaat niet eenvoudig weer terug.

Afbeelding: Raster van één meter twintig hoog


Het hekwerk is honderd procent blokkerend bij een hoogte van één meter en tachtig centimeter. Zo'n raster daarnaast stevig genoeg zijn om andere gebruikers zoals mens, edelhert en zwijn zo'n twintig jaar te kunnen weerstaan. Het gevolg van zo'n afscheiding is dat ook andere diersoorten er niet door kunnen. Dergelijke hekken en rasters versnipperen de leefomgeving van reeën.

Een wildkerend raster beschermt het verkeer tegen bijvoorbeeld reeën en damherten. Deze rasters vormen bovendien de begrenzing van de 'beschikbaar' gestelde leefomgeving. Daardoor beschermd zo'n afscheiding tegen aanrijdingen en schade die in de afgeschermde omgeving zou kunnen optreden. Voorbeelden zijn de grofwildrasters op de Veluwe, hekwerken om eigendommen en bijvoorbeeld Oostvaardersplassen.

Een variant op het wildkerende raster is het wildgeleidend raster. Die wordt gebruikt om de dieren te leiden naar oversteekvoorzieningen zoals ecoducten. Deze vormen, min of meer, een trechter waardoor de dieren alleen bij faunaoversteekplaatsen naar andere leefgebieden gaan. Deze wildgeleidende voorzieningen kunnen, in open terrein, singels zijn of, in bos, overgangen tussen dekking en min of meer kaal terrein en in een kanaal een drijver of schutting die het dier naar een uittredeplaats leid.

Tenslotte zijn er de wildspiegels of -reflectoren. Zij vormen tijdelijk een scheiding in de leefomgeving. Tijdelijk omdat deze 'scheidingen' na enkele seizoenen een averechts effect hebben. De dichtheid neemt namelijk in alle gevallen toe waardoor er een migratie 'druk' ontstaat die leidt tot 'nemen' van de hindernis. Daarbij 'leren' de dieren dat de gevaarlijke situatie niet zo gevaarlijk is. De dieren negeren vervolgens de 'scheiding'. Dat heeft als gevolg dat de omstandigheden daarmee gelijk worden als in de begin situatie, echter met een hogere dichtheid en kans op aanrijdingen. We noemen dit gewenning.

Uit nieuwsberichten en meldingen van hulpverleners komt meer en meer het beeld naar voren dat afrasteringen, rasters, hekwerken, poorten en beschoeiingen levensbedreigend zo niet levensgevaarlijk zijn voor reeën. Gelukkig kan het ree met de nodige inspanning en kosten beschermd worden.


Onderzoek naar de situatie kan hoogst waarschijnlijk de situatie verbeteren. Waardoor het samenleven van mens en natuur verbeterd. Er zijn namelijk steeds meer reeën in Nederland. Daarnaast dreigt de natuur waarin zij leven steeds meer versnipperd te raken door infrastructuur als wegen en spoorwegen en het uitbreiden van bebouwing. Deze infrastructuur en bebouwing worden voorzien van afscheidingen en zorgen daardoor dat natuur waaronder reeën geïsoleerd worden in hun leefgebied. Dat dwingt hen nieuwe wegen te zoeken. Wij kunnen daar rekening mee houden door barriéres weg te nemen bijv. met innovatieve faunatechnieken als wildspiegels, dynamische wild waarschuwingssystemen, fauna geleidende rasters, faunaoversteekplaatsen, fauna uittreed plaatsen, afscheidingen met manchetten, juiste afmetingen, et cetera. We kunnen ook de migratie behoefte verlagen door hun aantallen, kunstmatig, laag te houden, bijvoorbeeld afschot of opvangen en verplaatsen. Het alternatief is de situatie accepteren en de natuur haar gang laten gaan.

In alle gevallen leidt dit, uiteindelijk, tot de ondergang van gevarieerde natuur en dus het ree. Alleen het bewust combineren van de genoemde maatregelen leidt tot samenleven met natuur en dus een gevarieerde leefomgeving. Het slechten van barrières waaronder het beter hergebruiken van bestaande infrastructuur en bebouwde gebieden zal er toe lijden dat natuur en daarin het ree duurzaam behouden blijven.

Bijvoorbeeld los laten lopen van honden

Regelmatig komt het voor dat honden in de gelegenheid worden gesteld te rennen, ravotten en struinen in het leefgebied van reeën. Daar is niets mis mee. Een ree is namelijk goed toegerust om belagers als wolven in de vrije natuur op een dwaalspoor te brengen en de gevaarlijke plaatsen te mijden.

Mits dat met toestemming van hun baasjes, gecontroleerd plaatsvind op plaatsen die daarvoor zijn vrijgegeven. Zonder die controle eindigt de confrontatie tussen reeën en honden tot levens gevaar voor zowel de hond(en) als de reeën. Het gevaar ontstaat als het ravotten en struinen plaatsvind op niet daarvoor opengestelde plaatsen of als in de wel opengestelde terreinen, reeën leven. Dan wordt ravotten al snel jagen. Als honden jagen is het zelfs voor ervaren hondenbegeleiders erg moeilijk de hond uit diens gedrag te halen. De hond kan niet teruggehaald worden of binnen het opengestelde gebied worden gehouden. In beide gevallen is het leefgebied van de reeën, andere dieren en medegebruikers van het gebied, ernstig verstoord.

De volgorde van ontwikkelen van een stropende hond is ravotten, jagen, bemachtigen en doden.

De losgelaten hond is in staat te leren jagen, het ree te verwonden en te doden. Dat gebeurt niet in eens. Dat laat de baas van de hond ontstaan. Daartoe hoeft menig hond niet eens aangemoedigd te worden.

Met name binnen vijfhonderd meter van een doorgaande weg is de kans groot dat ree en hond de openbare weg oversteken en daarbij een botsing veroorzaken. Zo'n botsing met een hond of ree is vaak een ware slachting. Hulpverleners en boswachters worden geconfronteerd met gesneuvelde reeën die al dan niet vastgesteld maar zeker ook op de vlucht voor losgeslagen honden in blinde paniek de wegen oprennen.

Zij worden gebeld door politie of hevig geschrokken automobilisten die plotseling geconfronteerd werden met een ree voor hun auto. Gelukkig maar, hoewel goed mogelijk, is het niet de achtervolgende hond of meute honden die het slachtoffer worden anders zou het leed voor de direct betrokkenen veel groter zijn.

De botsingen zijn vaak zo hevig dat het dier dood is of ter plekke gedood moet worden. Het risico neemt de laatste jaren om drie redenen toe:
a: Het aantal ongecontroleerde honden en de behoefte aan het de dieren vrij laten ravotten neemt toe. Met name die behoefte lijdt tot honden uitlaat services. Die lijken soms niet in staat de volledige controle over alle dieren te hebben.
b: De toename van het aantal en dus de verspreiding van de reeën. Waardoor ook de kans op reeën in hondenuitlaat-gebieden toe neemt.
c: De toename van verkeersdeelnemers die niet bedacht zijn op, uit de natuur, de weg op, rennende dieren.

Daarom is het kwalijk als hondenbezitters die hun dieren in natuurgebieden uitlaten, het aanlijngebod negeren. Daardoor lijkt het alsof mensen honden niet aangelijnd uit mogen laten. Terwijl de kans op tragische situaties toeneemt en massaal afspraken die er zijn worden overtreden. Dat aanlijngebod is er juist de mensen, huisdieren en de in het wild levende dieren te beschermen tegen het risico dat zij lopen door het los laten lopen van honden.

Tenslotte: Ook daar waar het niet aangelijnd uitlaten van honden door de eigenaar is toegestaan geldt de Flora en Faunawet. In feite laat de eigenaar het toe dat de natuur zich in dat gebied niet kan ontwikkelen zoals dat mogelijk zou zijn zonder de aanwijzing als uitlaatgebied. U kunt het zelf zien. De locaties worden min of meer uitgeleefd. Je ziet mensen de natuur extreem benutten.