Reeën zijn heel goed in staat zich in Nederland te handhaven en te verspreiden. Inmiddels gaat het zo goed met de reeën dat samenleven met reeën soms geen pretje is. Het is opvallend hoe dit samenleven met reeën is uitgegroeid tot een vergaande aanpassing van mens aan dier en dier aan mens. Zo ook het beheer van reeën. Na een 60 jaar vrijwillig reeën te beheren is in 2015 de overheid begonnen wildbeheereenheden aan te wijzen om maatregelen te nemen. Voorbeeld van aanwijzing overheid voor beheer populatie reeën in het verkeer.

Als we de dieren zien dan smelten alle harten. De bambi's laten menig mens een geweldig moment ervaren. Het ree is dan de ambassadeur voor natuur. De keerzijde van samenleven met reeën mag dan even niet genoemd worden. Een botsing met een ree lijkt dan, even, aanvaardbaar.

's Nachts kunnen de reeën onze sier- en moestuin bezoeken en overdag vormen de de reekalveren in het te maaien gras een belemmering in de landbouw. Als we een wandeling maken in het bos verleiden reeën onze honden om op jacht te gaan. Als het dan weer wat rustiger wordt vegen de reebokken de jonge aanplant van de boswachter of vreten zij rozenbottels op, bestemd voor bloemstukjes. De reeën veroorzaken economische of ecologische schade, misschien voor u. De inmiddels 6500 aanrijdingen in het verkeer van minsten €1200,00 is samen € 7.800.000,-. In die berekening hebben we niet de letselschade meegenomen. Dan hebben we het niet over indirecte schade van vertragingen, ook niet over andere soorten.

De draagkracht voor reeën van een gebied wordt bepaald door het voedsel en de rust om dat voedsel te kunnen verteren. Naar mate er meer onrust is heeft het ree meer dekking nodig om die rust te zoeken. Is ook daar de rust niet te vinden neemt de reproductie af en neemt de sterfte door migratie, verzwakking en dien ten gevolge ziekten en ongemakken toe.

We kunnen een deel van dit leed en deze schade door de reeënpopulatie beïnvloedendoor reductie/schieten van reeën. Jagers proberen tegenwoordig de dichtheid op een voor de omgeving aanvaardbaar niveau te houden. Dat is niet alleen een kwestie van schieten maar van doelgericht kiezen waar, wat wordt geschoten. Door het afschot is de reproductie hoog, zijn de reeën gezond en neemt tot op heden de verspreiding en dus het aantal reeën in Nederland nog steeds toe.

Het ree is daardoor een voorbeeld van succesvol beheren van een populatie in het wild levende grote hoefdieren. Dat vraagt naast adequate regelgeving veel tijd, kennis en vaardigheden van de beheerder(s). Interview reewildcoördinator.

Voldoende rust is naast evenwichtig voedsel de belangrijkste voorwaarde voor een populatie reeën.

afbeelding: voedsel kringloop planten Bron:webcc.corlaercollege.nl/leerjaar2/42__natuurlijk_evenwicht_en_kringlopen

Het evenwichtig aanbieden van voedingsstoffen in de leefomgeving is met name afhankelijk van of deze aanwezig zijn en optimaal opgenomen kunnen worden. De voedingsstoffen kunnen voor de reeën bereikbaar worden door dat deze in planten zijn opgenomen, zodanig dat deze ook voor reeën zijn op te eten en te verteren. Dat betekent bijvoorbeeld bereikbaar zijn. Dit kan beïnvloed worden door houtachtige gewassen te kappen en te snoeien. De vegetatie gaat daardoor verjongen waardoor sappige, kruidachtige/groene plantendelen bereikbaar worden voor reeën.

Er zou gekozen kunnen worden om de dieren toegang te geven tot andere, rijkere, gronden in de omgeving.

Een andere optie is het verbeteren van de algehele voedingstoestand van de bodem. Zo kan men in het leefgebied wildakkers, bladakkers en/of weer uitlopend hakhout in te richten. Als het gaat om het aanvullen van te eenzijdig voedsel is het te overwegen de wild- en bladakkers, aan de hand van grondmonsters, gericht te bemesten.

afbeelding: Akkerrand Foto: Agraische natuurvereniging Noord Oost Groningen

Het is zomer. De meeste kruidachtige planten in de natuur beëindigen hun groei, hebben bloemen, vormen zaad, uitlopers en knoppen. Het voedsel, een basis, voor de reeën en andere dieren in het volgende jaar. De nazomer is voor veel plantensoorten het seizoen om zich te verspreiden om ook het volgende seizoen weer rijk voorradig te zijn.

Daarmee wordt op dit moment ook de basis gelegd om beheerders te helpen de leefomgeving te verbeteren. Voor beheerders is de zomer dan ook de periode en de kans om de natuur een handje te helpen. De zomer is voor beheerders de tijd om te overwegen of, waar en hoe de leefomgeving voor reeën en andere in het wild levende dieren te verbeteren.

Reeën houden van rust, voedsel en dekking in een landschap dat afwisselend dekking en korte zon overgoten vegetatie biedt. Op voedselrijke gronden kunnen reeën snel groeien en op krachten komen. De grondsoort, en met name de zuurgraad bepaalt of dat voedsel voor de planten en dien ten gevolge de reeën beschikbaar komt.

De combinatie van landschap, de grondsoort en de variatie daarin vormen hiermee de basis voor de rijkdom van het landschap. De beheerder kan daar gepast invloed op uitoefenen. Met gepast kunt u daarbij denken aan het al dan niet aantrekkelijk maken van uw gebied. Onder andere om te voorkomen dat de dieren zich bijvoorbeeld in bermen van wegen ophouden om te eten of vlak naast een druk bereden weg hun kalveren krijgen.

Dat vraagt om een lange termijn planning die rekening houdt met invloeden van buitenaf.

Het ree kan gezien worden als een ambassadeur van het hedendaagse Nederlandse landschap "dat zich kenmerkt door grote enigszins instabiele natuur. Telkens is er wel ergens een invloed die het De ontwikkeling van de soort toont dat het" Daarom beginnen wij met het beheer van het landschap bij het ree.

Afbeelding: Reebok in wollegras

Argumenten voor aanbieden van mineralen aan reeën en andere, in het wild levende, hoefdieren Naar: Waarom likzout plaatsen? Van: J. Beekhuis in 'de jachtopzichter' 1997 en het in de praktijk bestaande vermoeden dat reeën strooizout van wegen likken.

Waarom mineralen voor reeën aanbieden?
Sinds jaar en dag is het in grofwild leefgebieden gebruikelijk om een mogelijk tekort aan calcium en andere mineralen te compenseren door het verstrekken van mineralenblokken. Hoewel het nut ervan in de praktijk bewezen is blijft het moeilijk uit te leggen en blijven er vragen bestaan. Dit laatste blijkt soms uit opmerkingen als; 'het lijkt wel veeteelt'.

De eiwitvoorziening van reeën is niet alleen afhankelijk van het eiwitgehalte van het voedsel maar ook van de spijsvertering van reeën. Voldoende ruwvoer en koolhydraten die ter beschikking komen van de bacteriën en darmflora in het darmstelsel zorgen ervoor dat deze bacteriën zich uitbreiden en zelf weer als eiwitbron dienen. De calcium-fosforverhouding van de voeding is daarbij van groot belang: er moet minstens tweemaal zoveel calcium als fosfor ter beschikking staan.

Via gewassen op de rijkere gronden bijvoorbeeld uiterwaarden komen op een natuurlijke wijze het calcium en de mineralen in de spijsvertering.. Grote wilde hoefdieren zoals herten en reeën vinden deze voedselbronnen door deze in hun leefgebied op te zoeken. De mineralen worden in hun lichaam opgeslagen waar ze een reserve vormen voor bijvoorbeeld de winter. We zien dat op zoek gaan naar rijke voedselbronnen bijvoorbeeld aan het trekken van edelherten naar uiterwaarden of het aannemen van voedsel van akkers en weiden. De grote hoefdieren zijn goed instaat om zelf de rijkste bronnen te vinden.

Bij het ontbreken van mineralen, een scheve verhouding tussen de mineralen of het belemmeren van de toegang tot die mineralen verslechteren kenmerken zoals het gewicht, van de dieren snel ten opzichte van de dieren die dergelijke bronnen wel beschikbaar hebben.

In het groeiseizoen is er in de groene delen van de planten fosfaat en kalium beschikbaar. De toestand van de bodem met name de verhouding kalium:calcium bepaalt of deze ook voldoende beschikbaar zijn. Naarmate de bodem zuurder is zullen de voedingstoffen voor de planten en dus voor de reeën minder beschikbaar zijn. In dat geval is het extra toedienen van kalk aan de bodem zinvol. Aanwijzingen voor een niet optimale verhouding van mineralen in de voedselbronnen kan worden vastgesteld aan gebrek verschijnselen aan planten en door het nemen van bodem- en gewasmonsters op die plekken waar de dieren vaak foerageren. Bovendien is dit vaak ook vast te stellen aan de conditie van de dieren.

Calcium dringt met een snelheid van circa 1 cm per jaar in de bodem en het duurt daarom vaak enkele jaren voordat het effect van de calcium gift in volle omvang zichtbaar wordt. In de tussenliggende tijd is er nog steeds een voor de reeën minder gunstige mineralen voorraad in de plantendelen. Dit komt met name in de winter tot uiting. De mineralen zijn dan in een minder gunstige verhouding vastgelegd in minder makkelijk te verteren voedsel. Dat betekent dat de voedingsstoffen zoals fosfaten slecht beschikbaar zijn voor de dieren. In die omstandigheden kan het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld fosfaten de voedingsbalans verbeteren.

Een verschijnsel dat wijst op de zoektocht van grote hoefdieren naar mineralen is de grotere verspreiding van, en het verhoogde aantal verkeersongevallen met reeën in winters met sneeuw. De reeën zijn dan meer dan anders in de bermen en op de weg. Vermoedelijk omdat zij daar strooizout zoeken. Dit is een omstreden verklaring en zou onderzocht moeten worden. Het aanbieden van zout op minder gevaarlijke plekken kan die aanrijdingen met reeën misschien voorkomen.

Zowel in het groeiseizoen als in de winterperiode kan invloed worden uitgeoefend op de voedingsbalans. Die invloed resulteert in evenwichtig voedsel dat eventueel wordt aangevuld met mineralen in de vorm van likstenen.

Met een gerichte aandacht voor de mineralen in de leefomgeving van de reeën zal de natuurlijke draagkracht van het gebied vergroten en zal de populatie reeën beter instaat zijn zich te vermeerderen en te handhaven. Hiervan profiteren overigens niet alleen de reeën. Want ook andere wilde dieren zoals konijnen, muizen, eekhoorns en duiven maken gebruik van deze mineralen. De controle van het gebruik kan niet alleen mooie sporen opleveren maar wellicht ook de beloning in de vorm van een mooie afworpstang!

Afbeelding: etende reeën

Aanvullend op de juist bemeste voedsel bronnen, bijvoorbeeld op de armere zandgronden, of in strenge winters kunt u mineralen in de vorm van likstenen aanbieden.

De praktijk leert dat het met enige regelmaat een blok likzout in het bos gooien niet efficiënt is. Een vrij groot gebied wordt dan met een te veel aan zouten en andere mineralen beïnvloed. Waardoor planten en kleinere dieren sterven. Directe aanraking en overmatig verlies van blokken zijn te voorkomen door de blokken hoog te bevestigen en de mineralen langs stammen of takken te laten lekken.

Een simpele methode om mineralen gericht aan te bieden is door de mineralen langs een paal te laten lopen. De mineralen kristalliseren tegen de paal en de reeën likken de mineralen van de paal. Het meest eenvoudig wordt dit bereikt door een houder bijv. plastic bloempot buiten bereik van de reeën (circa 2 mtr. hoog) op een loodrechte paal te bevestigen.

De houder wordt niet afgedekt en is aan de onderzijde zodanig open dat regenwater met mineralen langs de paal loopt. De reeën vinden al snel de paal en zullen de mineralen van de paal likken. Let op dat u zoutbestendige maar niet chemisch verduurzaamde materialen gebruikt.

Uit ervaring blijken de rode stenen sneller op te lossen als de witte stenen. U kunt daar invloed op uitoefenen door de hoeveelheid lekwater die u op het zout laat komen. Het beste resultaat bereikt u in de directe omgeving van wildakkers, bladakkers en/of percelen hakhout.

Bron: Praktijkboek biotoopverbetering, drukkerij: Het Wapen Van Renkum