Kenniscentrum Reeën

Door Th.Berentsen

In de Gelderse Achterhoek functioneert een methode om in de praktijk betrekkelijk eenvoudig, snel en doeltreffend de draagkracht van leefomstandigheden voor reeën te bepalen. Met name de voor velen als gecompliceerd ervaren draagkracht methode van Haaften en Poutsma waren de aanleiding voor de ontwikkeling van deze werkwijze. De basis voor dit model is het in het veld waarderen van voedsel en dekking. Deze kunnen ook gewaardeerd worden met de draagkracht bepaling volgens van Haaften. Het model Achterhoek voegt daar een beoordeling van de, voor herkauwers noodzakelijke, rust aan toe.

Uitgangspunt van de methode is dat de draagkracht van een gebied wordt weerspiegeld door de aanwezige populatie reeën.

Het draagkrachtmodel Gelderse Achterhoek is 'eenvoudig' en in zijn uitwerking 'grof'. In de praktijk blijkt dat de resultaten nagenoeg overeenkomen met de werkelijkheid. De waardering wordt getoetst aan de 'aanwezige' reeën. Veelal leidt dit tot het bijstellen van de waardering. Met name voor rust. Iedereen met enige kennis van reeën kan dit model begrijpen en toepassen. Het kan snel inzicht geven in het aantal reeën dat in het gebied kan leven. Bij vergelijking met de geschatte dichtheid komen met name knelpunten rond rust in beeld. In de praktijk blijkt vaak dat de onrust wordt onderschat. Zo blijkt naar aanleiding van zo'n mismatch en nader onderzoek dat loslopende honden of recreatie het gebied te verstoren.

De uitgangspunten
Bij het draagkrachtmodel Gelderse Achterhoek worden de primaire levensbehoeften van de reeën, in de meest kritieke jaargetijden winter en vroeg voorjaar, gewaardeerd. Dit zijn:

  • VOEDSEL
  • RUST
  • DEKKING

Deze worden gewaardeerd in een periode dat er geen hoge gewassen in het veld aanwezig zijn. Globaal vanaf de maand november tot juni.

werkwijze

  • Vaststellen te waarderen gebied
  • Representatief deelgebied selecteren en beoordelen
  • Reewildpunten representatief gebied bepalen
  • Dichtheid reeën representatief gebied schatten
  • Reewildpunten per ree voor het representatief gebied vaststellen
  • Reewildpunten voor elk van de overige deelgebieden waarderen
  • Reewildpunten deelgebied gedeeld door aantal reewildpunten per ree, uit representatief gebied, geeft globaal de draagkracht aan reeën
  • Controle; Draagkracht vergelijken met geschatte stand
  • Knelpunt bepalen

Beoordelen
Een gebied wordt als geheel beoordeeld door het waarderen van deelgebieden. De deelgebieden kunnen nog nader worden ingedeeld in sectoren. Dit gebeurt regelmatig in deelgebieden met veel verschillende soorten grondgebruik en begroeiing. Dit gedetailleerd waarderen geeft een nauwkeuriger beeld van de draagkracht. Alleen de sectoren met dekking in de winter worden gewaardeerd.

Binnen dit gebied wordt één deelgebied gekozen dat het meest representatief is voor het gebied. Het gebied is representatief voor wat betreft voedsel, rust en dekking en er is een betrouwbare schatting van het aantal reeën over tenminste vijf jaar van het gebied.

De verantwoordelijken voor het reeënbeheer binnen het gebied, delen ter plaatse, dus in het veld, het representatieve gebied op in stukken, sectoren, met eenzelfde biotoop. Voor elke sector, worden punten gegeven voor rust, voedsel en dekking. Dit aantal punten wordt vermenigvuldigd met de oppervlakte van de sector, in hectares. De gegevens van alle sectoren in het deelgebied worden overgenomen op een verzamelstaat. De punten van de sectoren worden bij elkaar opgeteld tot het aantal reewildpunten. Dan wordt het aantal reeën dat er per jaar in het representatieve gebied leefden bepaalt uit de gegevens van de afgelopen 5 jaren. Indien de gegevens van de laatste 5 jaren niet bekend zijn kan desnoods de laatste 3 jaren worden gebruikt. Het aantal reewildpunten wordt nu gedeeld door het aantal reeën. Daardoor krijg je het aantal punten voor het gebied per ree. Een ree heeft in het gebied zoveel punten aan voedsel, rust en dekking. Dit is het uitgangspunt voor het gehele op te nemen gebied.

Nu kunnen van alle overige deelgebied beoordelingen de vermoedelijke aantal reeën afgeleid worden door de reewildpunten te delen door de aantal punten per ree uit het referentiegebied. De per deelgebied bepaalde reewildpunten worden dus gedeeld door het aantal punten per ree uit het referentie gebied. Hieruit volgt het aantal reeën dat onder de omstandigheden uit het referentiegebied in het deelgebied kan zijn.

Tenslotte is het belangrijk te controleren of het totale aantal 'reewildpunten' gedeeld door het totaal aantal aanwezige reeën voldoende overeen komt met het aantal reeën in het gebied. Zo niet, dan kunnen er inschattingsfouten gemaakt zijn. bijv. is het aantal reeën verkeerd opgegeven, de verstoring of voedsel voorziening anders dan geraamd of er wordt gestroopt.

Met deze methode is het mogelijk om binnen een beheergebied per deelgebied de beheermaatregelen en invloeden te bepalen in verhouding tot het referentiegebied en de andere deelgebieden.

De draagkracht en dus het verwachte aantal reeën veranderd als de omstandigheden in voedsel, rust of dekking veranderen. De draagkracht kan op basis van dit model, snel opnieuw bepaalt worden.

Een beheerder wil de aanwezige reeën beheren naar de draagkracht van zijn gebied.

<\div>
  • Het gebied van de jachthouder is 167 hectare groot
  • De dekking waar de reeën het jaarrond gebruik van maken is 6 ha gemengd bos

Bovenstaande ga je in het gebied, met de beheerder beoordelen.

  • 4 ha ligt aan een recreatiegebied en heeft voldoende voedsel maar geen rust
  • 2 ha loofbos heeft ondergroei en veel rust

De 4 hectare beoordeel je:
Voor dekking in de winter; 4 ha x 6 punten = 24 punten
Voor voedsel in de winter; 4 ha x 6 punten = 24 punten
Voor GEEN rust; 4 ha x -15 punten = -60 punten
----------------
Totaal = -12 punten

Een negatief puntenaantal is, altijd, 0 punten = 0 punten

De 2 hectare beoordeel je:
Voor dekking in de winter; 2 ha x 6 punten = 12 punten
Voor voedsel in de winter; 2 ha x 6 punten = 12 punten
Voor WEL rust; 2 ha x 10 punten = 20 punten
----------------
Totaal = 44 punten

Totaal zijn in dit gebied van 167 ha zijn 0 + 44 = 44 ree-punten gehaald.

Stel dat in het referentiegebied, een soortgelijke gebied, er gemiddeld 50 punten per ree worden gehaald. Dan zal er in dit gebied waarschijnlijk geen ree als vaste bewoner voorkomen. Er kan dan geen sprake zijn van het beheren van een populatie reeën. Wel kan de beheerder de leefomgeving verbeteren door de factoren voedsel, rust en/of dekking te beïnvloeden en kan de beheerder samenwerken met naburige beheerders. Waarbij in dit geval een toename van de factor rust al snel tot een verbetering, voor de reeën, zal leiden. Waarbij in dit voorbeeld bijna het kritisch minimum voor voortplanten, twee reeën, is gehaald.

Totale beheergebied indelen in regio's. Bijvoorbeeld 1, 2, 3 waarbij combinatie 2 opgedeeld in bijvoorbeeld sectoren naar kadastrale gebieden en regio 3 opgedeeld is in bij elkaar horende terreindelen, de deelgebieden 1, 2, 3, 4

BEHEERGEBIED
totaal REGIO's 1,2,3,4

 


REGIO 1

Totaal inventarisatie

(geen nadere onderverdeling in sectoren)


REGIO 2

Totaal inventarisaties
(sectoren 1, 2, 3, 4)


REGIO 3

Totaal inventarisaties
(sectoren a, b, c, d)


REGIO 4

Totaal inventarisatie
(geen nadere onderverdeling in sectoren)