Klik hier en stel uw vraag over reeën.
Of stuur een brief of e-mail. Onze contactgegevens staan op elke pagina.

We reageren doorgaans binnen een dag, geven je richting voor de oplossing en als dit doorverwijzen is sturen we een afschrift van ons antwoord aan die organisatie.

Daarnaast beoordelen we je vraag op relevant zijn voor onze volgers. Is dit het geval dan anonimiseren we de vraag en het antwoord en plaatsen dit op deze webpagina en delen dit indien gepast via onze social media.

Wij bereiden een expositie voor over reeën. Mijn eerste vraag is of we gebruik kunnen maken van de website www.over-reeen.nl, met name van de filmpjes en foto’s die hierop te zien zijn.

Een tweede vraag is of u contact heeft met reeën-experts die aansluitend bij de expo een actieve lezing zouden kunnen verzorgen. Mogelijk met een accent op reeën in de regio Nijmegen?


Stichting Kenniscentrum Reeën is als organisatie niet zo groot als dat het zich laat aan zien. Wij hebben wel veel input van deskundigen. Ons werk zit in het 'vertalen' van al die inbreng. We streven er naar dat we voor alle gedeelde content toestemming hebben om deze te mogen publiceren.

Ja, daarom kun je gebruik maken van de inhoud van www.over-reeen.nl. De inhoud is gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld om niet verloren te laten gaan. Wij zien echter het liefst dat gebruikers het contact zoeken met de bronnen. We bieden daarvoor diverse handvatten, zo proberen we steeds de bronnen van de informatie te vermelden, u ziet deze als u over de films en foto's gaat met uw muis. Bij tekst is dit veel moeilijker omdat dit vaak een combinatie is van kennis uit diverse bronnen.

Een andere manier is via social media. Herzo van der Wal (hoofdredacteur) is actief op twitter.com. De beste tijd om reeën en hun liefhebbers te vinden, ook op internet, is van eind februari tot eind mei en van medio juli tot half augustus. Geïnspireerd door de dan hoge activiteit van de reeën worden er veel berichten over reeën gepost. Kenniscentrum Reeën maakt daar gebruik van door enerzijds de volgers te attenderen op geplande activiteiten en anderzijds het relevante nieuws te benadrukken. Volg daarom onze redacteur. U ziet dan wat er speelt en mogelijk krijgt u een interessant contact. Bij voorbaat hartelijk dank.

Niet onverdienstelijk en voor reeën, erg belangrijk, zijn: De Vereniging Nederlandsch Natuurlandschap, de Stichting Wildaanrijdingen Nederland, de Vereniging Het Reewild. Het ree profiteert namelijk enorm van het beschermen en vakkundig beheren waar deze organisaties voor staan namelijk het beschermen van het landschap waarvan reeën leven en het deskundig realiseren van faunaoversteekplaatsen.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Goedemorgen, Bij ons in de tuin in Beerta staan regelmatig (groepen) reeën. Vanmorgen vond ik iets dat lijkt op reeënbont met wat bloed er aan en iets dat lijkt op opgedroogde adertjes die er uit steken. Ik heb de foto's voor u, maar die kan ik niet aan dit formulier hangen. Kan het de "bekleding" van het gewei zijn?

Wat je hebt gevonden is de huid van het gewei van een reebok, de bast. Een teken dat het gewei van die reebok volgroeid is. Zolang dat het gewei in de bast is noemen we het gewei ook wel bastgewei. De aderen vormden in het gewei de groeven en parels. Door het gewei te schuren aan stammetjes en takken wrijft of veegt de reebok de bast van de geweistangen. Vakmensen noemen dat gedrag vegen. Je ziet op de foto's dat de bast nog niet volledig afgestorven was tijdens het vegen. Het afstoten gaat gepaard met jeuk dat leidt tot het vegen.

Afbeelding: Bast van geveegd reebokgewei

Op de website: http://www.over-reeen.nl/Het-ree/Lichaam/Gewei zie je dat proces.

In verband met een onderzoek voor het reduceren van valwild, ben ik op zoek naar informatie over het gebruik van wildwaarschuwingssystemen. Specifiek de ervaringen, effectiviteit, voorbeelden in Nederland?

Lees onze bronnen: http://www.over-reeen.nl/Bronnen/Verkeer

Ons beeld is dat er twee verkeersstromen zijn namelijk natuur kruist pad mens en mens kruist pad wilde dieren. In het eerste geval wordt de mens geconfronteerd met natuur en in het tweede geval sluit de mens risico's door zo'n confrontatie uit. In het uiterste geval plaatsen we afrasteringen, hekken en muren of nemen natuur in. Om de nadelige gevolgen te beperken herkennen wij hier in:

Harde grenzen
Bedenk dat rasters en betonen muren mensen die niet zo begaan zijn met natuur weerhoudt meer en meer natuur te claimen voor hun activiteiten en dat binnen die harde grens de natuur zijn gang kan gaan. Je kunt ook redeneren vanuit de gedachte de natuur en andere bedreigingen buiten te sluiten. Langs particuliere terreinen en doorgaande wegen zijn al grote delen hebben 'afgerasterd'. In situaties met harde grenzen kan het aantal exemplaren van grote diersoorten enorm toenemen. Met name bij gebrek aan effectief populatiebeheer. Dan ontstaan er na enkele jaren problemen bijvoorbeeld verderop op provinciale wegen of in de voedsel productie.

Gebruik van de weg
In feite een harde grens. Het 'degraderen' van doorgaande wegen naar bijvoorbeeld een toeristenweg is een moeilijke discussie. Maar kan de moeite waard zijn zeker in die gebieden waar natuur de bron van inkomsten is.

Wild waarschuwen
Wild waarschuwen is een manier om een weg tijdelijk minder hard te maken. In alle gevallen van waarschuwen neemt zonder populatiebeheer het aantal dieren toe waardoor op enig moment weer aanrijdingen gaan plaatsvinden. Blauwe wildreflectoren zijn het meest effectief gebleken als hulpmiddel om een signaal af te geven aan overstekende dieren, met name planteneters. Grazers zien de 'beweging' door de reflectie goed en ervaren dit als gevaar. Dit komt omdat grazers een beperkt kleuronderscheid zien. Het gevolg van de bouw van hun hun ogen. Iets met staafjes en kegeltjes. De evolutie van het oog is hoogstwaarschijnlijk gegaan via het herkennen van beweging, gevaar, naar opsporen van voedsel.

Mensen waarschuwen

Als de dieren een gevaar zijn voor de mensen dienen we de mensen te waarschuwen. We kennen diverse vormen. Bijvoorbeeld: Eenvoudig wildwaarschuwingssysteem of het verkeersbord A27 die aangeeft dat je een gebied nadert waar groot wild kan passeren. Nadeel van de laatste is dat mensen deze niet meer zien staan. Daardoor neemt de kans op een ongeval met ree, wild zwijn of edelhert enorm toe. De ernst van het ongeval neemt toe door sneller rijden dan de geadviseerde snelheid. Je kan om dit te benadrukken het bord op laten lichten als de chauffeur zich niet houdt aan de limiet.

Afbeelding: Snelheidgevoelig verkeersbord: Pas op overtekend wild

Wild detecteren
Realiseren van fauna oversteekplaatsen en slimme voertuigen. Mensen worden gewaarschuwd als grote dieren zich in de risicozone bevinden. De keuzes in de sensoren, de plek van de sensoren het beheer van de omgeving waarin de sensoren spelen daarin een belangrijke rol. Uit eigen ervaring is het positieve effect dat er meer en meer meldingen komen van mensen in de regio dat zij gezien hebben waarom het systeem hen waarschuwde. Het effect van het systeem is zichtbaar en wordt versterkt. Mensen worden zich meer bewust van de natuur.

Faunabruggen en - tunnels
Aanleg van faunabruggen en - tunnels vergroten het gebied waarin natuur een plek heeft. Het biedt ook de mogelijkheid aan grote predatoren om hun invloed op de overige dieren uit te oefenen.

Populatiebeheer
Mede door de bovenstaande beschermende maatregelen neemt de populatie wilde dieren toe incl. de gevolgen. Er zijn vier factoren die de beweging van de dieren beïnvloeden namelijk eten, slapen, voortplanten en gegeten worden. Elk van deze factoren is te beïnvloeden en heeft effect op het resultaat van bovenstaande onderwerpen. Het makkelijkst is het om te zorgen dat de dieren er zijn door uitsluiten of doden.

Veel gezonder is het om te gaan met het fenomeen, de kenmerken te leren kennen en maatregelen doelgericht in te zetten.

Snelheidsmeter op de Garderenseweg in Putten als onderdeel van wildwaarschuwingssysteem?

In het kader van fondsen werving voor Kenniscentrum Reeën reed ik op de Garderenseweg van Putten naar Garderen. Vanwege mijn belangstelling voor grote wilde dieren was ik extra alert op hun aanwezigheid. Maar ondanks de duidelijke waarschuwingen werd ik toch plotseling een stuk alerter door een mijns inziens bijna perfecte reminder dat ik harder reed dan de geadviseerde snelheid van 60 kilometer per uur.

Afbeelding: Wildwaarschuwing en interactieve snelheidsreminder

Het is een bekend verschijnsel dat bij herhaald passeren van bebording deze niet meer bewust gezien worden door bestuurders. Dat leidt er toe dat de waakzaamheid verslapt. En daardoor loopt die bestuurder het risico om in een ernstige wildaanrijding betrokken te raken. Deze gewenning treedt op indien er niet af en toe een opvallende verandering plaatsvind. Zo'n verandering kan zijn een reminder dat de bestuurder in een wildrijk gebied harder rijdt dan geadviseerd. De wildaanrijdingsrisico reminder kan zoals op de Garderenseweg gescheiden van het verkeersbord pas op overstekend wild (N57) geplaats worden. Maar zou ook in een elektronische variant van het bord N57 opgenomen kunnen worden.

Heeft u de afbeelding van het concept bord gezien en het effect daarvan ervaren? U kunt zich voorstellen dat u zo bewust wordt van de adviessnelheid. Dat is het effect van het interactief verkeersbord pas op overstekend wild.

Het interactief verkeersbord dat Kenniscentrum Reeën hier verbeeld is gedaan op basis van de borden uit het Elektronisch Wildwaarschuwingssysteem van Prowild. Prowild heeft inmiddels te kennen gegeven deze nieuwe variant van dat bord te kunnen leveren.

Afbeelding: Concept verkeersbord - Interactieve wildwaarschuwing

Goedemiddag, Aangezien ik voor een afscheidskado op zoek ben naar 1 of 2 foto's of schilderijen (realistisch) van een ree/reeën vroeg ik me af of u misschien een goede suggestie heeft, of misschien deze zelf verkoopt vanuit uw stichting. Met Googlen kom ik natuurlijk ook wel ergens uit, maar misschien kunnen we op deze manier ook nog uw stichting steunen.

Wij vermelden onder samenleven/anders beeldhouwers, schilders, fotografen en anderen die reeën als inspiratie zien om iets moois te maken. Wij zijn natuurlijk erg blij als u of de betreffende kunstenaar dit omzet in een bijdrage aan Kenniscentrum Reeën. Bij voorbaat hartelijk dank.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Hallo, In het voorjaar worden er honderden zo niet duizenden jonge reekalfjes dood gemaaid in Nederland. Zeker nu de maaiers steeds breder worden, 8 meter breed, en het bos steeds intensiever gebruikt wordt, neemt het aantal fors toe. Vorig voorjaar was het enorm, met alleen in mijn eigen directe omgeving al minstens drie reekalfjes. Ik weet dat de fabrikanten van maaiers iets doen aan de maaiers door er sensoren op te plaatsen. Ondanks dat wordt het nog niet of amper gebruikt door loonwerkers en boeren. Uit navraag bleek dat de maaiers nog veel kinderziektes hebben en onnodig afgaan. Kunt u mij meer vertellen over de ontwikkelingen? Zelf ben ik (deeltijd) boer en vorig jaar heb ik met eigen ogen gezien dat een reekalfje zwaar gewond was door maaien en het moest worden afgemaakt. Mijn vraag is of het Kenniscentrum iets doet aan voorlichting (aan boeren en loonwerkers) en of er druk wordt uitgeoefend op de fabrikanten van maaiers. Ik ben op mijn eigen manier bezig om natuur op kleine schaal te versterken door 10% van de grond in te richten als natuurzone en kruidenrijke akkerranden. De politiek zou dit moeten verplichten. Of het 10% moet zijn is de vraag, maar als de randen van elk perceel natuurzone wordt (stel 8% betekent dit om een perceel van 5 ha 4 meter), dan zou dat een goede zaak zijn. De landbouwsubsidie zou dan daar naartoe kunnen gaan i.p.v. naar de nieuwbouw van een stal.

Wij hebben er, medio 2011, voor gekozen om eerst het voorkomen van maaislachtoffers uit te werken in het Kenniscentrum Reeën. Vervolgens hebben we dit vanaf 2012 onder de aandacht gebracht bij de Vereniging Het Reewild en onze volgers.

Wij zijn er van overtuigd dat de natuur de snelheid van de landbouw niet kan bij benen. En dat de meeste reekalveren gered kunnen worden door rust in de natuur, bewust maken en door het vreemdmaken. Vreemd maken is onrust veroorzaken in de te maaien percelen de avond voor het maaien. Bewust maken is, in onze visie, laagdrempelig mensen informeren over de situatie en stimuleren mee te denken in oplossingen. Maar dat is ook heel precies de maaier informeren dat deze op het punt staat een reekalf dood te maaien of te verminken. Sinds 2012 loopt dit proces. In 2015 resulteerde de informatie campagne in televisie beelden van door drones geredde reekalfjes. We zijn blij aan de vooravond van dit proces te hebben gestaan. Inmiddels zijn met dezelfde visie de projecten aanrijding met wild voorkomen en randenbeheer gestart.

De grootste uitdaging is dat natuurbeheerders van het cultuurlandschap afhankelijk zijn van toestemming van grondgebruikers bij al hun activiteiten voor natuur. Radicale denkwijzen verstoren de dialoog die nodig is. Zo zal het accepteren van enkele slachtoffers en afschot van wat uiteindelijk als te veel wordt aangeduid resulteren in veel meer wild in het cultuurlandschap.

Daar waar de landbouwproductie niet zo intensief hoeft te zijn en door natuurproductie gecompenseerd wordt zijn er diverse stappen te nemen. Daar kan de boer/natuurbeheerder zelf de juiste stappen nemen.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Kunt u ons vertellen vanaf welke leeftijd een reekalf zal vluchten en zijn dekking zal verlaten? We vragen dit omdat we vanwege de kalveren onze weide verlaat laten maaien. We hebben ca. 2 weken geleden een geit met 2 kalveren in onze wei zien lopen. Vorig jaar - half juli - hebben wij voor het maaien paaltjes met plastic zakken in de wei geplaatst, maar dit heeft de reeën niet afgeschrikt, want tijdens het maaien vluchtten ze de wei uit. Graag advies van uw kant.

We schrikken van uw bericht, dat er na het vreemdmaken, ik hoop de avond voor het maaien gedaan, tijdens het maaien, reekalveren uit het gras gevlucht zijn.

Misschien ligt de oorzaak in het langer dan één avond voor het maaien vreemdmaken. Of dat de reekalveren niet zijn gevonden, onvoldoende verstoord en/of de paaltjes met plastic zakken te dicht op elkaar stonden. Waardoor de reekalveren zich opgesloten voelden door de zakken. Dit treed waarschijnlijk op bij heel grote percelen. Graag horen wij van u de details om van uw ervaringen te leren. Wij begrijpen uit uw reactie dat het wel goed is gegaan met de reekalveren. Wij denken door het bewust zijn van de kans op dood maaien van wild. Dank aan alle maaiers met dit oog voor natuur.

Goede morgen , mijn vraag is het volgende: Mag je reekalfjes opsporen met een drone? Aan welke eisen moet je voldoen? Bij wie zou ik eens kunnen gaan kijken hoe zoiets werkt? Het zijn een hoop vragen maar ik wil dit uit gaan werken voor onze WBE?

Belangrijk zijn:

  • Doel van de opnamen
  • Toestemming van de grondgebruiker/terrein eigenaar?
  • Locatie (gebied, perceel, coördinaten)
  • Datums, periode, vluchten
  • evt. aanvullende wensen wilt u foto's of film en in welke kwaliteit.



Zowel het u bevinden op terrein van anderen, vliegen met drones als het opsporen, bemachtigen of doden van in het wild levende dieren is aan regels gebonden. Ook als u dit laat doen is het vliegen met drones gekoppeld aan strenge regels en aanvragen van ontheffingen. Dat kost tijd, mogelijk weken zo niet maanden. Maanden voordat de dieren geboren worden. Reeën worden geboren tussen eind maart en eind juni. Het hooiland maaien gebeurt vanaf eind mei. Begin maart is een goed moment om te beginnen met de voorbereidingen.

U kunt ontheffingen om de gronden te betreden, een zogenaamde grondgebruikers verklaring voor dit opsporen vragen aan de grondgebruiker. De grondgebruiker is vaak niet de eigenaar maar de boer die het gewas verbouwd!

U kunt ontheffingen om beschermde dieren op te sporen en te verplaatsen aanvragen bij de Provincie bij voorkeur via de plaatselijk actieve faunabeheereenheid en lokaal actieve wildbeheereenheid.

Om uw piloot te verzekeren van de benodigde mogelijkheden, zou u deze al vroeg over de verwachtte inzet moeten informeren. Met als doel dat deze kan inschatten welke ontheffingen, voor zijn werk nodig zijn.

Met name de ontheffing voor het opsporen van de beschermde dieren en het inschatten van de benodigde ontheffingen voor de piloot en de vaak korte hectische tijd waarin het redden van reekalfjes plaatsvind maakt dat wij adviseren om dit te doen voor een groter gebied bijvoorbeeld een Wildbeheereenheid en meerdere piloten te doen. Dat zorgt dat op het moment zelf alle aandacht kan gaan naar het organiseren van de inzet en het opsporen van de reekalfjes met de drones.

Kenniscentrum Reeën organiseerd januari 2017: Drones redden reeën en weidevogels. Daarna wisten we; en helpen nog veel meer wilde dieren op te sproen.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Is het waar dat als een hond of een mens een reekalf heeft aangeraakt, de moeder het niet meer accepteert, en dat terugleggen geen zin meer heeft? En zo ja wat is het perspectief als de mensen het reetje zelf willen grootbrengen?

In circa 75% van de gevallen worden reekalveren door de reegeit weer aangenomen als zij door mensen zijn aangeraakt. Het is feitelijk niet toegestaan de dieren uit hun omgeving te halen, op te vangen en/of zelf groot te brengen. Van de reekalveren die niet deskundig worden opgevangen overleven bijna geen reekalveren.

Het is daarom het best, het dier te laten waar het wordt gezien of zelfs terug te brengen naar die plaats. Dit kan nog tot circa 24 uur na de vondst! Desondanks overlijdt circa 25% van de dieren deze acties niet. Hetgeen veel minder is als het sterven door ondeskundige grootbrengen. Daarom: Honden aan de lijn, niet aanraken en al helemaal niet laten vangen door een hond.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Ik woon in Midden Zweden en we hebben, zeker op dit moment, erg veel sneeuw. Mijn vraag is; met wat voor voeding kan ik de reeën bijvoeren?

Reeën passen zich uitstekend aan de leefomstandigheden aan dat doen zij al 600.000 jaar. In het item wintersterfte beschrijven wij op basis van onderzoek en publicaties van anderen, de factoren die bij hertachtigen gelden.

Sterfte is een noodzakelijk verschijnsel om dat aanpassen van reeën aan omstandigheden te laten plaatsvinden. Bijvoeren brengt de dieren uit dat proces van aanpassen. Maar naar onze mening zijn mensen een natuurverschijnsel en dus hun gevolgen ook. Wij adviseren dan ook niet bij te voeren maar de leefomgeving anders, zo natuurlij mogelijk, in te richten. Daarom adviseren wij houdt het bos open en jong, en laat, een deel van, de andere vegetatie tot eind mei intact, sinusbeheer in randen van bos, weilanden en akkers. Het biedt voedsel en dekking voor veel dieren waaronder reeën. Op de website www.rehkitzhilfe.de staat veel informatie over voedselplanten voor reeën. Die kennis kun je gebruiken om de leefomgeving te beïnvloeden.

Wij weten dat braam, hedera en eik hoofdbestanddeel zijn van het voedsel van reeën, zowel in zomer en winter. Dus klimop en bramen stimuleren, laten staan, en eikels laten liggen! Tenslotte lijken weides met rode klaver onweerstaanbare aantrekkingskracht op reeën uit te oefenen. We weten nog niet of het de plantengemeenschap is of deze specifieke soort die de aantrekkingskracht veroorzaakt. Mogelijk dat het hooi van dergelijke weides ook graag wordt aangenomen.

Want mensen besluiten bij te voeren. Dan is het handig dat reeën hooi (droog, absoluut geen schimmel!), schapenbrok en suikerbiet aannemen. Dat laatste als snoepje, dus met mate, om de reeën aan een nieuwe situatie te laten wennen. Belangrijk: met mate! omdat suikerbiet de energiehuishouding enorm kan verstoren.

Is éénmaal een reegeit overtuigd dat je plek een goede is zal zij de plek in haar leefgebied opnemen en haar jongen naar de plek leiden. (Zo leren reeën) Heb daarom geduld, zo'n plek heeft enkele jaren nodig om echt goed te worden.

Ons advies is dus overweeg de omgeving van de reeën te optimaliseren. Zodat het bijvoeren minder belangrijk wordt.

ps. Ook niet onbelangrijk is te zorgen dat de dieren niet onnodig voedselreserves verbranden! Bijvoorbeeld door vluchten voor loslopende honden, rond razende en niets ontziende recreanten, enzovoorts.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Onze plantentuin heeft ongewenste bezoekers over de vloer. Reeën veroorzaken behoorlijk wat overlast en schade. We zijn op zoek naar een diervriendelijke oplossing voor het euvel. We overwegen ons terrein volledig met hertenwerend raster af te sluiten.

Leefgebied reeën verkleinen? Hoever kun je dan uiteindelijk gaan? Denk buiten de huidige gewoontes. Overweeg bijvoorbeeld onderzoek met/naar verstoren bijv. met wolvenmest.

Je vraag raakt aan de essentie van samenleven met natuur! Als je jezelf beperkt tot jouw eigen grondgebied en vervolgens het probleem, zou onze wedervraag zijn: Wat is diervriendelijk voor de daarop aanwezige wilde dieren?

We denken dat je dan de schade wilt beperken zonder dat het individuele dier daar onder lijd. Neem bijvoorbeeld één ree en één plant en je wil zowel het ree als de plant sparen. Dat gaat niet. Je zult altijd een deel van de plant voor het ree beschikbaar moeten hebben. Zonder afrastering is er een goede kans dat het ree ook bij de buren gaat kijken of daar een plant is. Zet je een hek om de plant zal het ree weggaan. Zet je een afrastering om het ree dan sterft het ree.

Tot zover de theorie. Jij hebt 90 hectare met planten en overweegt deze uit te rasteren. Dat is onder ideale natuurlijke omstandigheden, zonder predatoren, een leefgebied voor 16 - 20 reeën. Door het hekwerk ontneem je die dieren dan de mogelijkheid te leven.

Wat dan? De oplossing zit in het binnen uw gebied onaantrekkelijk maken van de leefomstandigheden voor het ree. Wij denken dan aan aanwijzen van delen van jouw gebied waar invloed van reeën kan en daar waar dit niet wordt getolereerd. In dat laatste deel maak je het de reeën moeilijker zo niet onmogelijk te leven. Met als uiterste het doden van reeën die 'te veel' zijn. Als je dit niet doet wordt hetzelfde gedaan buiten jouw gebied. Of nog extremer je laat de natuur zijn gang gaan een voorbeeld daarvan is in Nederland het gebied de Oostvaarders plassen. Daar zijn de reeën bijna geheel verdrongen door andere soorten.

De keus is: Uw belang of dat van het ree. Alleen de laatste is diervriendelijk!

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Ik maak een verslagje over de ree voor mijn studie en ben opzoek naar een kaartje met het verspreidingsgebied in Nederland. Beschikt u over een kaart of weet u waar ik aan een afbeelding kan komen?

Ik denk dat dit een redelijke weergave van de verspreiding van het ree in Nederland staat in:WBE-databank knjv Nieuwsbrief 8

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Een veehouder bij ons in de buurt vond in en nabij zijn weiland in korte tijd 3 dode reeën. Omgeving Oldeberkoop Friesland. Twee dieren waren op moment van vinden al redelijk ver vergaan en de derde was nog redelijk in tact. Uitwendig kon de veehouder er niets aan zien. Leek wel vermagerd. Om reden dat hij zich enigszins zorgen maakt, vraagt hij zich af of er een ziekte actief is onder de reeën.

In dit soort gevallen verwijzen wij altijd door naar Dutch Wildlife Healt Center (DWHC). Het DWHC is het nationaal wildziekten centrum dat ziekten onder in het wild levende dieren in Nederland signaleert en onderzoekt, de opgedane kennis verspreidt en adviseert over eventuele risico’s voor mens en dier.

In 2014 zijn in Drenthe de tellingen, afschotaanvragen en afschotvergunningen voor reeën onderzocht en voor de rechter gebracht. Wat is de huidige situatie?

Dit is erg ingewikkeld. We zullen een poging wagen.

Reeën zijn beschermde dieren die onder strenge voorwaarden gedood mogen worden met vergunning van de overheid, op dit moment de provicie. Die maakt daarvoor een faunabeleidsplan en daaronder vallen faunabeheerplannen. Tegen dergelijke vergunningen en plannen kan bezwaar worden gemaakt inclusief de mogelijkheid dit te toetsen aan de wet via de rechter.

In Drenthe was eind 2013 een faunabeleidsplan en faunabeheerplan voor reeën. Al jaren werden en worden de methoden om tot dergelijke plannen te komen in twijfel getrokken, zo ook in 2014. De provincie Drenthe heeft daarop in overleg met vertegenwoordigers vanuit hun omgeving besloten de methoden te beoordelen en te herzien. Belangrijk resultaat is dat de wijziging zorgt dat de wildbeheereenheden (WBE's) in Drenthe min of meer op dezelfde manier gaan tellen en werken. Natuurbeheerders zoals Staatsbosbeheer conformeren zich ook aan die afspraken.

Wat het moeilijk maakt is dat het afschot is toegekend op de niet eenduidige, historische, gegevens van de WBE's en dat de vergunningen, om die reden, ter beoordeling aan de rechter werden voorgelegd. Bovendien gingen de uitvoerders zoals wildbeheereenheden en andere natuurbeheerders, buiten hun vertegenwoordigers om, met de vergunningverlener (provincie Drenthe) in overleg over de ontstane situatie. Deze twijfel leidde er toe dat de rechter besloot dat Drenthe haar plan beter moest onderbouwen.

Daardoor ontstnd er echter buiten in het veld een probleem. Het aantal verkeersslachtoffers nam toe. Daarop vond er overleg plaats tussen de medewerkers van de provincie en de natuurbeheerders. Met als gevolg dat de provincie gebruik is gaan maken van een uiterst redmidel namelijk het aanwijzen, opdrachtgeven, aan jagers om reeën te gaan schieten. Het gevolg is dat de natuurbeheerders niet op hun verzoek maar door aanwijzing vanuit de provincie de reeën beheren. Het is nog maar de vraag of de gekozen werkwijze past binnen de wet en regelgeving.

Het verhaal toont overduidelijk aan dat het belangrijk is om methoden en onderliggende gegevens goed op elkaar af te stemmen, geen overhaaste beslissingen te nemen en consequent door te gaan met de gekozen, verbeterde methode.

De beheerders hebben, denken wij, nu wel in de gaten dat 'rommelen' met informatie en afwijken van gemaakte afspraken, goed onderbouwt beheer in de weg staat. Het is zaak de afspraken correct na te komen. Als dit tot problemen leidt kan de omgeving, aantoonbaar, zien en ervaren dat de verkeerde keuzes zijn gemaakt!

Een kanttekening die nu al gemaakt kan worden en door de werkwijze zal worden bevestigd!

Op 17 december 2014 is in Drenthe een nieuw Flora- en Faunabeleidsplan vastgesteld, daarna is door het adviesbureau Boerema & Van den Brink aan het faunabeheerplan gewerkt. Daarin is een reeën paragraaf opgenomen die de methode Van Haaften (de enige wetenschappelijk dissertatie op dit gebied) gebruikt als uitgangspunt. Echter er zijn ook een aantal aanpassingen op die methode gedaan. Daardoor zijn de doelstanden veel meer geworden en is er een flinke verschuiving van de vergunningen om reeën te doden in de provincie Drenthe. Voor 1/3 van de WBE's gaf het nauwelijks veranderingen, voor 1/3 van de WBE's werd het afschot enorm verhoogd en 1/3 heeft nauwelijks nog afschot gekregen.

Wij denken dat inmiddels (mei 2016) de gevolgen van deze maatregel zichtbaar worden. Dat de komende jaren geconstateerd kan worden dat het veranderen van de methode van Haaften tot veel reeën en exponentieel toenemend aantal aanrijdingen met reeën leidt. Men terug grijpt op het oorspronkelijke model van Haaften. Met een tijdelijk verhoogd pushen op realiseren afschot tot gevolg!

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Ik ben jager en mag reeën doden in het kader van populatiebeheer. Ik krijg meldingen terug dat niet al het toegekende afschot kan worden gerealiseerd. Kunt u mij daar iets over schrijven?.

Afbeelding: Ree ontweiden in Staatsbossen


Op basis van draagkracht wordt met de bevoegde overheid, de provincie, afgesproken hoeveel dieren worden gedood. Het realiseren van het aantal is afhankelijk van de tijd die daarvoor wordt genomen en het aantal te doden dieren. Indien daar onvoldoende rekening mee wordt gehouden is het gevolg het niet, volledig, realiseren van het aantal gedode dieren.

De tijd
De meeste jagers zijn geen gevoelloze killers. Zij respecteren de natuur en genieten daarvan. Daar hoort voor hen het schieten, klaar maken van het vlees en opeten bij. Zij moeten een aantal zaken afwegen alvorens te schieten. En zij schieten niet zomaar een dier als het ree. Denk alleen al aan veiligheid. Dat heeft echter als gevolg dat het opsporen en afwegen samen veel tijd kost. Tijd die de jager nodig vindt om tot het moment van doden te komen!

Als we inzoomen op het jagen, speelt ook de afstand tot het jachtveld een rol. Die jagers die in of nabij hun veld wonen hebben de meeste tijd om de afspraak na te komen. Al vroeg in het seizoen realiseren zij 50-60% van hun afschot. Gaande het seizoen vervullen zij dan de rest.

In de periode die beschikbaar is voor het jagen is één ree schieten in de week veel. Woon je bovendien ver van je jachtveld kost je ook dat veel tijd.

Het aantal
De hoeveelheid te doden reeën is afhankelijk van de oppervlakte, de dichtheid aan reeën en de geslachtsverhouding. Is het gebied groot en de omstandigheden voor reeën ideaal bijv. met veel boscages en struweel is het een hele klus om het afschot te realiseren.

De reeën zelf hebben ook invloed op het afschot. Zij laten zich dagen lang niet zien om dan, plotseling, met de hele familie op een weiland te staan.

De invloed van het beheer

Een derde invloed is: De reeën zijn of lijken er niet te zijn. Om de schattingen van het aantal reeën zitten grote marges. Tel je daarbij op de sterfte door ziekten en ongemakken, verkeer, maaien, verdrinken, stroperij maar ook het al gerealiseerde afschot dan wordt naarmate het aantal gestorven reeën toeneemt de kans op het aantreffen van het te doden ree af.
Daar tegenover zal in een, voor reeën, perfect gebied, met dezelfde oppervlakte de sterfte naar verhouding klein zijn mede omdat een perfect gebied ook een aanzuigende werking heeft. Vanuit de gedachte dat het afschot gerealiseerd moet worden is het zaak in die velden vroeg te beginnen en zeker daar, 100%, de afspraak na te komen en dus voldoende energie te steken in het realiseren van het afschot.

Afschot realiseren is een race tegen de klok

Bovenstaande zijn de verklaringen waarom jagers ongeveer 85% van het afschot realiseren.

Heeft een jager met de overheid afgesproken dat deze er twaalf reeën gaat doden dan zijn daar zeker twaalf weken voor nodig. Dat zijn drie maanden. Daardoor is het jagen, voor een deel van de jagers, een race tegen de klok. Wil de jager het aantal per week verhogen zal in een rijk groot veld er voor gezorgd moeten worden dat daar intensief gejaagd wordt. Dat merkt ook de omgeving. Die zien de jager(s) en horen de schoten.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Kunt u mij vertellen wat het gewicht is van de schedel van een reebok zonder de geweistangen en zonder de onderkaken? Ik heb namelijk enkele kapitale afwerpstangen waarvan ik graag wil weten of ze eventueel voor een medaille in aanmerking komen? Ik weet dat er negentig gram wordt afgetrokken bij een trofee met schedel zonder onderkaken.

Afbeelding: Afworpstang ree gewei 170 gram, Foto: E. Rechterschot

Vroeger werd het beheer van reeën gewaardeerd op basis van de leeftijdscategorie waarin het ree werd gedood en op de geweien in die categorie. Hoe beter het gewei in de leeftijdscategorie boven vijf jaar hoe beter de beheerder. Inmiddels is dit achterhaald. Ten eerste omdat niet de beheerder maar de omgeving bepaald of een ree tot volle wasdom komt. Ten tweede omdat elk jaar het gewei het resultaat is van de maanden die voorafgaan aan de groei van het nieuwe gewei. Ten derde omdat de variatie in de leefomgeving en het half jaar voorafgaand aan het nieuwe gewei maken dat er ook op jonge leeftijd reeën kunnen opgroeien die qua bouw oud lijken. Andersom geldt trouwens ook. Op slechte grond en/of door slechte omstandigheden kunnen oude reeën jong lijken.

Wat over blijft is of je het gewei of de geweistangen mooi vindt. Daarvoor bestaat het zogenaamde CIC Handbook for the Evaluation and Measurement of Hunting Trophies. Daarbij worden geweien van reebokken gewaardeerd op basis van volume, gewicht, groeven, parels en andere kenmerken. In Nederland wordt daarbij afgeweken van deze internationale regels aangezien de omstandigheden hier zeer zelden tot de 'kapitale' geweien leiden die in andere landen gehaald worden. In het handbook mag max. 25 gram bij het gewicht van de stangen opgeteld worden als compensatie voor het ontbreken van schedelresten. Normaal is namelijk een deel van de schedel onderdeel van de jachttrofee.

De waardering nog de geweien zeggen iets over het beheer. De kwaliteit van de beheerder meet men aan het nakomen van de afspraken met de vergunningverleners en niet aan de geweien. Komt men de afspraken na resulteert dit in de daarbij horende geweien.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Ik ben bezig wat informatie te verzamelen over de ree en ik vroeg me af of er aan de hand van de geweien op de foto iets over de leeftijd van de ree te zeggen is?

Afbeelding: Reegeit met gewei



Bij mensen zien we aan diverse kenmerken hoe oud iemand waarschijnlijk is. Maar we kennen diverse voorbeelden waarbij die kenmerken niet gelden. Zo zijn er regionale verschillen, verschillen door overerving, gevolgen van eten, ziekten of ongelukken. Dergelijke kenmerken zijn bovendien soort specifiek.

Aan het gewei alleen de leeftijdbepalen van het ree is dan ook bijna niet te doen. En al helemaal niet af te lezen aan de enden van het gewei. In het tweede jaar heeft deze vaak al 2 x drie enden en daarna worden het er zelden meer. Toch zijn er wel kenmerken aan een gewei die in combinatie met andere kenmerken een grove aanwijzing kunnen zijn voor de leeftijd. Grof want een deskundige kan uit een serie van 10 willekeurige geweien van circa 60% de juiste leeftijdscategorie bepalen en van de overige circa 15% bij nadere analyse. En dat kan niet op basis van een foto!

Zo van de foto kun je denken dat alle reebokken jong waren. Dat wil zeggen tussen een en drie jaar. De meest linkse roept veel vragen op en kan heel makkelijk een stang van een bijzonder gewei zijn of van een oude reebok.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Ik zag gisteren een ree met allemaal bulten op de kop (zie foto), dit heb nog niet eerder bij een ree gezien. Ik vroeg me af wat dit voor een aandoening was. Kunt u mij vertellen wat er met deze ree aan de hand is?

Afbeelding: Reegeit met gewei

Interessante waarneming en een mooie foto. Dit is geen reebok. Wat je hier ziet is een reegeit met een ver uitgegroeide vorm van het geitengewei.

Het is een verschijnsel dat zich vaker voor zou doen als reeën oud werden. Het is geen pruikgewei zoals dat bij reebokken voorkomt. Maar eerder een woekering op de plaats waar bij reebokken het gewei groeit en de voorhoofdsklier zich bevind. Het wordt toegeschreven aan het veranderen van de hormoonhuishouding bij het ouder worden.

Hartelijk dank voor de foto. We houden ons aanbevolen voor tekeningen, foto's/tijdreeksen van foto's en video's van bijzondere verschijnselen. Die we graag als illustraties bij betreffende onderwp gebruiken.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Dit is een vraag met een aanloop: bij herten spelen het groeihormoon somatropine en het geslachtshormoon testosteron een bepalende rol. In de winter is het testosterongehalte laag, bij toenemende daglengte neemt testosteron toe, wordt het gewei afgeworpen en begint de nieuwe geweigroei. Na de bronst neemt testosteron weer af en neemt somatropine het weer over. Vooral de rol van de daglengte is hier bij bepalend. Hoe zit dat eigenlijk bij reeën? Speelt daar de daglengte niet dezelfde rol als bij herten? Immers ze werpen af in een afnemende daglengte en zetten weer op terwijl er nog bijna geen langere daglengte is. Kortom: wat is bij reeën de trigger die testosteron en somatropine doet wisselen?

Met name in Engeland is veel onderzoek gedaan naar geweigroei en hormoonspiegels. Een selectie en aanwijzing zijn de artikelen die je kan vinden onder:www.over-reeen.nl/Bronnen/Anatomie

Enkele zijn:

Antler Size an Honest Signal of Male Phenotypic Quality in Roedeer
The effects of selected environmental factors on roedeer antler quality
Deer antler regeneration cells concepts and controversies
Nr23 Het Reewild

We zijn er verder nog niet diep ingedoken, maar:

Voor de vertraagde implementatie hebben we de onderzoeken naar invloed van daglicht op hormonen verwerkt op de pagina ... . Daar waren daglicht nog hormonen de triger die de ontwikkeling van de vrucht opgang brachten. Eerder lijkt het andersom plaats te vinden, de ontwikkeling van de vrucht brengt de hormonen opgang.

Ook is de hormoonspiegel van reebokken onderzocht. Vanaf april stijgt de testosteron-spiegel tot juli waarna deze tot medio september daalt om in oktober even weer iets toe te nemen en daarna verder te dalen. Over somatropine hebben we nog niets gelezen.

Om terug te komen op de vraag. Ik denk dat het meer precies is om te veronderstellen dat onder invloed van de wisseling der seizoenen de stofwisseling veranderd. Misschien beïnvloed de veranderende stofwisseling de hormoonspiegel. Bekend is bijvoorbeeld dat de na-bronst plaatsvindt bij reeën vanaf een minimum gewicht in oktober.

Het is ook en bij herten vastgesteld dat met het veranderen van het voedsel de samenstelling van de micro-organismen in de magen veranderd. Waarbij die verandering bij reeën naar verhouding groter was als bij herten. Op het moment dat de stofwisseling van sappig groen voedsel verteren overgaat naar houtig voedsel verteren en andersom gebeurt mogelijk iets in de samenstelling van het bloed dat organen stimuleert andere stoffen aan te maken.

(Ook de positie van de aarde ten opzichte van de zon veroorzaakt de seizoenen die de leefomgeving van de dieren veranderd. Het zou te ver gaan om daar hier op in te gaan.)

Op zich een interessante veronderstelling die het verdient deze winter eens goed uitgezocht te worden. We denken dat met name de Engelse onderzoeken (gewei = antler) diep gaan.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Ik heb vorige week in de omgeving van Apeldoorn een wit ree gezien. Is dit heel bijzonder?

Afbeelding: Wit ree omgeving Apeldoorn

Witte reeën zijn zeldzaam. Wij zien op de foto een ree met witte vacht en ogen en huid rond neus zwart.

Onze indruk is dat het geen albino ree is. Kenmerk van albino is namelijk dat het dier helemaal geen pigment heeft. Daardoor zijn alle lichaamsdelen min of meer doorzichtig en kleurt het bloed de huid en ogen rood/rose.

Het meest komen de bruine reeën voor. Daarna volgen in aantal de zwarte reeën en het minst komen witte reeën voor. Ook gevlekte varianten van wit met de andere kleuren komen voor. Zoals bijvoorbeeld in de gemeente Winterswijk. Wat we hoorden van de plaatselijke beheerder is dat dit wit zijn soms een generatie overslaat en dan weer terugkomt.

Toch kan het lokaal, regelmatig voorkomen. Dat ligt waarschijnlijk aan de mate waarin het gekleurde ree overleeft en deelneemt aan de voortplanting. Witte reeën vallen op. In sneeuwrijke gebieden zijn ze beter gewapend tegen belagers. In Nederland overleeft echter het witte ree in uitzonderlijke situaties. Bij zwarte reeën speelt hetzelfde. Bij zwarte reeën zorgt het ervoor dat tot 20% van de aanwezige reeën zwart kunnen zijn. We hebben geen onderzoek naar witte reeën kunnen vinden waarin percentages worden genoemd. Daarop op volgend hebben we gezocht op afbeeldingen van wit ree, weiss reh en white roe deer via google afbeeldingen. In alle gevallen kregen we foto's van witte reeën. In percentage minder dan 0,1% ten opzichte van gewone reeën.

Witte en zwarte reeën zijn interessant om te volgen. Je kan bijvoorbeeld zien hoe vaak deze voorkomen en zich in de tijd verspreiden en welke de routes, gebieden zijn waarlangs dit gebeurt. We hopen dat je het dier nog lang kunt volgen. Het zou interessant zijn te horen of er wel eerder witte reeën zijn gezien. En zo ja waar.

Graag ontvangen wij foto's van andere lokaties en op die lokatie in de tijd. Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Onze damhertenbok wordt 1 jaar. We weten dat sterilisatie een optie is ivm behoud gewei. Is castratie ook mogelijk, en hoe ontwikkeld het gewei verder of blijven het dotjes? Op dit moment begint het op zijn kop al aardig te groeien.

Wij zijn meer van de dieren in de vrije natuur. We adviseren bij dit soort veterinaire vragen danwel ingrepen andere damhertenhouders te vragen en een dierenarts te raadplegen.

Van de reeën weten we dat de groei van het gewei door hormonen wordt gestuurd en dat, als die hormoonhuishouding tijdens de groei van het gewei wordt verstoord, dit tot afwijkingen in het gewei leid, waaronder het zogenaamde pruikengewei.

Zoek voor meer informatie in bronnenlijst Kenniscentrum Reeën. (ook artikelen in engels en duits)

Doe mee

Help ons en de mensen om ons heen, op weg in de wondere wereld van het ree.

Stichting Kenniscentrum Reeën


0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

TwitterFacebook
RSIN: 8531.02.272