De uitvoering van het beheer van reeën ligt vooral bij jachthouders en grondgebruikers. Jachthouders zijn mensen die het zakelijk recht hebben om de jacht op wild uit te oefenen. Grondgebruikers zijn mensen die het zakelijk recht hebben de grond te gebruiken. Zij zijn beide eigenaar, pachter of huurder van een recht. Zij zijn verplicht de met de overheid gemaakte afspraken na te komen.

Jachthouders waren gedurende vele decennia verantwoordelijk voor de reeënpopulatie. Met de komst van de Flora- en faunawet (1998) is dat veranderd. Daarvoor vielen reeën onder de term wild en moest de jachthouder een redelijke stand handhaven. Vanaf 1998 is het ree volledig beschermd en wordt de redelijke stand aan reeën door de overheid met eigenaren, grondgebruikers en andere beheerders zoals jagers. Het is sindsdien niet meer nodig het jachtrecht te beziten. Het volstaat als toestemming van de grondgebruiker(s) is verkregen voor het betreden van de gebruikte gronden om de reeën te beheren. Daarbij geldt wel de verplichting om dit op tenminste veertig hectare aaneengesloten gebied te doen als dit gebeurt met behulp van een geweer.

De jager mag niet zonder jachtakte een geweer gebruiken om te doden. Die jachtakte is gebaseerd op kennis van de jacht, praktijk examen jagen, en recht om dat geweer te gebruiken op tenminstens veertig hectare aan één gesloten grond. Zonder wild betekent dat recht dat men toestemming heeft van de grondgebruiker(s) op tenminste veertig hectare aan één gesloten grond een ontheffing om een populatie dieren bijvoorbeeld reeën te beheren.

De jager moet dus opgeleid zijn en correct zijn uitgerust om het beheer uit te voeren. Over het algemeen doen jagers de aanvullende kennis en  praktijkervaring in reeënbeheer op door mee te gaan met een ervaren reeënjager.

Jacht is volgens de Wet Natuurbescherming, het bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild. Wild zijn alleen de dieren van de soorten: fazant, wilde eend, houtduif, haas en het konijn.

Voor de Wet is het bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van een ree dus geen jacht. Snapt u het?

Voor ons is jacht: Het bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wilde dieren. Iemand die de jacht bedrijft is een jager.

Jagers zien alles wat zij doen om wilde dieren als jagen. Bijvoorbeeld kent de jager zijn veld en de wilde dieren. Zo weet deze dat de meest beschutte hoek in de omgeving het territorium kan worden van een oud wordende reebok. Die reebok wordt al als sterk reebokkalf door hem opgemerkt. De jager kent hem ook als een éénjarige gaffelbok en een jaar later als een goed gevormde zesender. Hij schiet hoewel hij dat wel mag niet. Hij noemt hem toekomst bok en verheugt zich op het aanzien de oude 'kapitale' reebok. De laag aangezette, lange voorstangen zijn zijn onmiskenbare eigenschap.

Dat doet de jager omdat hij meent dat de omstandigheden waar deze reebok leeft de beste overlevingskans biedt. Voor zeker vijf volle jaren volgt de jager de reebok met de verrekijker. De reebok plant zich daar in die meest beschutte hoek voort en wordt een sterke oude reebok worden.

Vele sluiptochten voeren de jager daarheen, ook vaak voor niets! In de late zomer van het zesde jaar duikt de door zijn gedrag 'onzichtbare' reebok onverwacht op in het laatste licht van een septemberdag. Niet veel later ligt het prachtige dier aan de voeten van de jager. In de volgende lente beweegt een goed gevormde reebok op dezelfde plek. Weer één met laag aangezette voorstangen. Is het een zoon!

Het mooiste wat de jager zich als beheerder wenst is het duurzaam kunnen benutten van wat de natuur biedt.

Tekening Rien Poortvliet: Rehbockerlebnisse (WuH 1969)

Jagen op reeën heeft de afgelopen eeuw een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Nadat de industrialisering en intensieve landbouw het min of meer uitputten van het Nederlands grondgebied zichtbaar maakte werd dit gevolg door het beschermen van natuur en doseren van het gebruik. Zo werd ook het jagen op het ree via verantwoord gebruik tot het verantwoord reduceren van aantallen reeën. Het jagen om te eten werd jagen om ongevallen en schade te voorkomen. De motivatie voor de jager is naast de bijzondere natuurbeleving nog steeds het uitvoeren van een exclusieve activiteit. Jagen is begin 21e eeuw het gemotiveerd op peil houden en zonodig reduceren van aantallen dieren.

Over reeën behouden, doodschieten en administratie in de praktijk. Begin oktober is het jachtseizoen op wild (fazant, wilde eend, houtduif, konijn en haas) al een kleine twee weken geopend. Toch zijn er veel jagers die dan nog geen schot hebben gelost.

De provincie laat ook regelmatig van zich horen. ‘U moet meer reeën schieten.' Maar jagers Richard en Jos zijn heel eensgezind: „Bij reeën mag je geen fouten maken. Dat zijn zulke aaibare dieren.” Op reeën, zo vertellen de jagers, mag het hele jaar door worden gejaagd. „Maar”, maken ze duidelijk, „in Nederland zijn we niet opgevoed om alles zo maar dood te schieten. We willen in eerste instantie behouden en voeren geen uitroeibeleid.” En daarover botsen ze dan weer met de boeren, die klagen dat zwijnen schade aanrichten aan hun gewassen. Het Limburgse land bulkt van gebieden waar bos en landbouw elkaar raken. „Eén gedekte tafel”, aldus de twee.
De jagers worden dus veel ingeschakeld door agrariërs. Maar voordat Richard en Jos overgaan tot het schieten van wild dat zich in hun jachtveld bevindt, willen ze weten hoeveel dieren er ziten. „We zijn tweehonderd dagen per jaar in het veld, waarvan honderdnegentig alleen met een verrekijker. Van ons eigen veld willen we alles weten. We tellen regelmatig hoeveel dieren van elke soort er ziten en proberen dan in te schatten hoeveel er in het voorjaar nog lopen.”

In de uitvalsbasis van de twee jachtvrienden, het ‘Hutje van de Sterke Verhalen' in de achtertuin van Jos leren we dat reeën zeer territoriale dieren zijn. De aaibaarheidsfactor wordt vergroot, omdat de meeste mensen ze verwarren met tekenfilmhertjes, Bambi's, die zij vaak op televisie zien. Als er veel jonge reebokken zijn geboren, willen die allemaal een eigen territorium. De ruimte daarvoor vinden zij in een maïsveld, een boomgaard of in kleine bosjes langs de snelweg.

Met schade of verkeersslachtoffers tot gevolg. Dat is het moment dat de jager wordt ingeschakeld. „Het beheer van reeën vindt het hele jaar door plaats, maar voordat we op kleinwild gaan jagen, moeten de bladeren zijn gevallen en moet het al eens gevroren hebben”, aldus Jos.

Net als reeën zorgen ook wilde zwijnen voor nogal wat overlast. „De overheid hanteert op veel plaatsen een nuloptie, wil ze vaak niet hebben. ”Wilde zwijnen richten niet alleen veel schade aan bij boeren, maar ook bij particulieren en op sportvelden. En als een keiler (een mannetjeszwijn) in botsing komt met een auto geeft dat een flinke klap, want die weegt zo'n 120 kilo. En je moet hopen dat wandelaars niet in de buurt komen van een bagge (een wilde zwijn moeder) met jongen, want dat kan heel gevaarlijk worden.”
Toch distantiëren de twee jagers zich van het voorval waarbij op zondag uit het water geredde wilde zwijnen werden doodgeschoten. „Het grote publiek denkt dat het een jager betrof vanwege diens groene kleding, maar de schutter was een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). In de wet heeft altijd gestaan dat er op zondag niet wordt gejaagd.”

Jagen is veel meer dan schieten, weten we inmiddels. Als we het jachtgebied jachtgebied van Jos in trekken (110 hectare, ruwweg 200 voetbalvelden groot) wijst hij ons op wroetsporen van zwijnen, een bewoonde dassenburcht (Nederlands grootste landroofdier en beschermd), verscheidene reeënwissels en een opvliegende buizerd. De eigenaar van de grond is gerechtigd om te jagen, maar hij verhuurt dat jachtrecht veelal aan een jager. Vaak is de huur een percentage van het afgeschoten wild. Of de boer gunt de jager het jachtgenot omdat hij zo schade aan gewassen voorkomt. „Je moet er niet voor weglopen. Schieten hoort er gewoon bij. Maar schieten is een kunst, niet schieten is veel moeilijker. Want bij het plaatsen van een goed schot komt nogal wat kijken. Zo mag op groot wild als reeën en zwijnen niet met hagel worden geschoten. Zo'n dier moet stilstaan en je moet 'm raken in zijn ribbenkast, waar hart en longen zich bevinden. Het kaliber van een jachtgeweer is rechtstreeks gerelateerd aan het uitgangspunt dat een dier onmiddellijk dood moet zijn”, vertelt Jos. Bij kleinwild ligt dat anders. Daar mag wel met hagel op worden geschoten, terwijl ze op de lopers (poten) of de wieken (vleugels) zijn. Jagersjargon voor bewegend. „Een beest wordt door tien à vijftien kogeltjes getroffen en is veelal onmiddellijk dood. Als je met één kogel zou schieten, kan een gewond dier nog wegkomen en een langzame, pijnlijke dood sterven. Hagel is op een afstand van zo'n 150 meter niet meer gevaarlijk, tenzij je het in je oog krijgt. Met een kogel schiet je iemand op drie kilometer afstand van de fiets”, legt Vleugels uit. De twee benadrukken dat de jacht in Nederland aan strenge regels gebonden is. „Veel jagers haken af vanwege de omvangrijke administratie in het veld.” Als we bijna terug zijn in de bewoonde wereld, antwoordt Richard op de vraag wat ze denken over de voortdurende kritiek op de jacht: „Als die mensen zelf totaal geen vlees eten, heb ik respect voor hun mening. Maar als ze het hele jaar door eieren, worstjes en hamburgers op tafel zetten… Ik beleef ook geen plezier aan het schieten van een dier. Ik heb er wel voldoening van. Dat is een dubbel gevoel: het is verantwoord gebeurd, maar je hebt wel een besluit genomen over leven en dood.”

Naar: De jager laat zijn geweer nog even thuis door Jan Cuijpers in de Limburger. Gepubliceerd op: 28.10.14

In het kader van de kwaliteitsbewaking van vlees voor consumptie is het beoordelen vlees van uit de natuur afkomstige dieren (wild) met name voor de handel en groothandel aan wettelijke regels gebonden. De keuringen worden gedaan door gekwalificeerde personen.

Zo moet ook het ree beoordeeld worden op afwijkingen. Dat begint voordat het wordt gedood, gevolgd door waarnemen tijdens het ontweiden en bij het uit elkaar snijden. Bij twijfel is het goed om een tweede beoordeling door een deskundige te vragen voordat het vlees voor consumptie wordt bestemd.

Goed en veel waarnemen in het veld is belangrijk. Er kunnen bij reeën verschillende ziekten en ongemakken optreden.

De praktijk:
Over het algemeen zijn de reeën gezond. Naar mate je de dieren meer bestudeerd weet je hoe het gezonde dier zich gedraagt en eruit ziet. Dat geldt ook voor het bestuderen van dode reeën. Naar mate je meer reeën ontleed weet je hoe gezonde organen er uit zien. Het herkennen van zieke dieren en aangetaste organen is daarbij van groot belang. Ook voor het beheer van de overblijvende populatie reeën is het herkennen van afwijkend gedrag en het vaststellen van ziekten en parasitaire aandoeningen van belang.

Laad de speler; Video - De jager laat geweer vaak thuis
https://www.over-reeen.nl/jagen/portals/0/video/De_jager_256.jpg Geproduceerd door: LimburgerTV
Reportage over jager uit Bemelen die geweer nog steeds thuis laat. Het is nog niet nodig om wild te schieten, vindt hij. Jos loopt met zijn maat Richard liever een rondje door zijn jachtgebied.

27-10-2014

Laad de speler; Video - Nicoles erster Bock
https://www.over-reeen.nl/portals/0/video/Den_erssten_vergisst_man_nie_256.jpg Geproduceerd door: Deutsche Jagdzeitung UItgever Paul Parey Verlag
Vertaald uit Duits: De eerste keer, De jacht die niemand vergeet, is de jacht op de eerste reebok. DJZ-TV heeft juniorjager Nicole bij haar eerste bokkenjacht gebegeleid.

22-04-2015

Doneer
via RegioBank
NL88 RBRB 0706 6041 64
of met creditcard via

PayPal, de veilige en complete manier van online betalen.

Share


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
KvK-nr: 58588892

Logo Kenniscentrum Reeën

Cookies instellen