Missie: Voorkom maaislachtoffers!

 

Bepaal eerst wat je wil vertellen. Bijvoorbeeld hoe je reekalveren kunt redden van de maaidood. Bedenk daarbij wel dat veel mensen niet weten hoe een ree er uit ziet en waar zij leven. Daarna kun je iets vertellen over wat wij als mensen in dat gebied doen zoals maaien. Tenslotte kan je dan vertellen hoe mensen helpen voorkomen dat reekalveren in de maaimachines komen.

Tijdens je spreekbeurt zou je een fladderzak kunnen maken! Wat een fladderzak is lees je verderop op deze pagina.

We horen graag je ervaring! Succes!!

Als in april, mei en juni de temperaturen oplopen krijgen reeën hun kalveren.

afbeelding: Reekalf in lang gras

 

De reegeit en het reekalf komen dagelijks maar gedurende een korte tijd bij elkaar. In de tussentijd verstopt het reekalf zich en ligt te wachten op wat komen gaat. Het jonge dier vertrouwt daarbij op de schutkleuren en het weinig afgeven van geuren.

Reekalveren leren al in enkele uren zich te drukken voor gevaar. Na een korte vlucht proberen de jonge reeën zich aan de aandacht van de belager te onttrekken. In een reflex laten ze zich vallen en drukken zich tegen de aarde. Hierdoor laten ze een zeer klein geurspoor achter en kost het predatoren veel moeite om de geur van het reekalf van de geur van de reegeit te onderscheiden.

Als het gras rijp wordt om gemaaid te worden liggen de reekalveren daar graag in. De reekalveren liggen dan soms tientallen meters uit elkaar. Omdat het dier zich ook in te maaien gras drukt loopt het een groot risico slachtoffer te worden van de maaimachine. Zelfs als het dier wel vlucht bijvoorbeeld omdat het al wat ouder is kan het zich toch drukken. Plotseling is deze dan verdwenen. Het gevaar, de maaidood, is dan niet weg. Daarom is het belangrijk het dier goed na te kijken.

Reekalveren zijn niet de enige slachtoffers van maaien van hooiland. Als u meer wilt lezen over de effecten van de manier van maaien op de fauna raden we u aan Wiessen ernteprocessen und die wirkung auf die fauna te lezen.

Help om slachtoffers maaien te voorkomen

Wet Natuurbescherming Art. 1.11

  1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor ... in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
  2. Die zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten:
    1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,
    2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of
    3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het op basis van deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Wet Natuurbescherming Art. 3.10

  1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
    1. in het wild levende zoogdieren, waaronder het ree en amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers opzettelijk te doden of te vangen;
    2. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen, of
    3. vaatplanten van bepaalde soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In lid twee van dit artikel staat dat de provincie ontheffing of een vrijstelling kan geven van bovenstaande handeling(en);

  1. als er:
    1. geen andere bevredigende oplossing bestaat;
    2. Zij nodig is:
      1. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
      2. ​voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of
      3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
      4. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
      5. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
    3. geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.​
  2. De noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verbandhoudt met handelingen:
    1. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde;
    2. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
    3. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
    4. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren
    5. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw
    6. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
    7. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied
    8. in het algemeen belang
    9. bestendig gebruik.

Dat doet u door in het te maaien gebied de bedreigde dieren op te sporen, in veiligheid te brengen en het teruggaan in het perceel voorkomt bijvoorbeeld door vreemd te maken!! De combinatie van opsporen, veiligstellen en vreemdmaken voorkomt dat de dieren in het perceel zijn ten tijde van de werkzaamheden.

Beter iets doen dan niets doen.

Het voorkomen van maaislachtoffers vraagt om Vreemdmaken:

  • Dieren opsporen (vrijwilligers, dronevlucht)
  • Dieren in veiligheid brengen
  • Vreemdmaken
  • Van binnen naar buiten werken

Dit vraagt om de volgende voorbereidingen:

  • Activeren van de eigenaar, grondgebruiker, de maaier en de vrijwilligers (een maand voor de werkzaamheden)
  • Afstemmen van het werk
    • Wat (bijv. reekalveren opsporen bijv. met natuurdrone, dieren in veiligheid brengen, vreemdmaken)
    • Waar (percelen in kaart brengen en routes uitstippelen)
    • Wanneer (moment van maaien aangeven)
  • Bevestigen van het moment en de afspraken (kort voor de werkzaamheden)
     

In het wild levende dieren opsporen en in veiligheid brengen is onderdeel van het grondgebruik en natuurbeheer! Dat is alleen toegestaan als er op korte termijn een bedreiging plaatsvindt! Op korte termijn is bijvoorbeeld als de volgende dag het lange gras gemaaid wordt. Om daarbij slachtoffers te voorkomen worden de dieren opgespoord, in veiligheid gebracht en het perceel vreemdgemaakt.

Het helpt als bekend is waar zich reeën en hun jongen ophouden. Dat is vooral te zien aan het gedrag van de reegeit. Hier kan al in de weken voor het maaien op worden gelet. In de eerste weken bewaakt en 'verdedigt' de reegeit de reekalveren. Bijvoorbeeld zie je dan dat een reegeit opvallend, open en bloot, blijft staan. Ze lijkt het gevaar te negeren en benadert zelfs aanwezige honden. Heb je de indruk dat een reegeit zich 'laat' zien dan is dat een teken om extra alert te zijn op reekalveren in het te bewerken gewas.

Voor het opsporen van dieren zijn diverse methoden ontwikkeld. Eén daarvan is het opsporen van nesten, eieren en dieren met natuurdrones. Tijdens de vlucht ziet het natuurdrone-team met de warmtebeeldcamera een hotspot. Die een aanwijzing is voor de verblijfplaats van een dier. De methode maakt het mogelijk om ongeveer tien hectare per uur af te zoeken en met sommige systemen is het mogelijk de coördinaten vast te leggen en te verzenden.
Daar waar niet met drones mag worden gevlogen kan met vrijwilligers de percelen worden afgezocht. Helaas worden dan niet alle reekalveren gevonden.

Afbeelding: Reekalfjes opsporen en veiligstellen


Als een reekalf wordt gevonden wordt deze uit het gewas gedragen, in veiligheid gebracht en soms vastgezet. Bedenk daarom vooraf waar je vermoed dat de reegeit is om het reekalf daar, in die richting, weg te leggen.
De dieren kunnen worden vastgezet om te voorkomen dat deze teruggaan in het te maaien perceel. Vastzetten doe je bijvoorbeeld onder of in een boodschappenkrat.

Laat je niet weerhouden!

Het in veiligheid brengen geeft enorm veel stress en voor de reegeit vreemde geuren af. Toch wordt slechts één op de vier (25%) van de in veiligheid gebrachte reekalveren door de moeder verstoten. Dit percentage kan veel lager worden als je zorgt dat de jonge dieren door de reegeit herkend worden. Die kans neemt aanzienlijk toe als de geur van het reekalf minder beangstigend is. Hoe meer de geur vertrouwd is hoe groter de kans dat de moeder het jong weer aanneemt. Daar kun jij bij helpen.

Zorg dat het dier zo min mogelijk met vreemde voorwerpen in aanraking komt.

Draag tijdens het opsporen en in veiligheid brengen van wilde dieren geen nieuwe, net gewassen of ontsmette hulpmiddelen maar gebruik min of meer vergeten handschoenen, dozen, zakken en ander gereedschap. Dat ontstaat als deze buiten de verpakking in de buitenlucht worden bewaard. Daarnaast pluk voordat je het dier, het reekalf oppakt lang gras en/of andere bladeren en zorg dat deze tussen het dier, u en de hulpmiddelen komen en blijven tijdens het oppakken en in veiligheid brengen!

Als de dieren in veiligheid zijn gebracht kan direct met het maaien worden begonnen. Dat betekent in de praktijk ongeveer 10:00 u., dus voor de middag. Vaak lukt dat niet en ontstaat het risico dat de dieren teruglopen in het te maaien perceel. Dat risico lijkt veel minder groot als direct na het opsporen en in veiligheid brengen wordt vreemd gemaakt. Kenniscentrum Reeën doet daar in de praktijk, onderzoek naar.

Langer als een etmaal tussen de reddingsacties en het begin van de werkzaamheden, zoals maaien, is zinloos. We zien namelijk dat de reeën al na een dag het perceel weer in gaan. En er is twijfel of de reegeit het jong nog wel aanneemt nadat het twee of meer dagen is vastgezet. In zo'n situatie is het effectiever de activiteiten te verplaatsen naar de dag dat de werkzaamheden wel uitgevoerd worden.

Er zullen altijd dieren in de maaimachine omkomen. Maar we kunnen het aantal slachtoffers beperken. Als medewerker van een bedrijf kun je je werkwijze aanpassen. Bijvoorbeeld door het tijdig organiseren van vrijwilligers en materialen.

Vreemdmaken is het onaantrekkelijk maken van een gebied voor wilde dieren door bijvoorbeeld geuren, geluiden en andere signalen. En het werkt zo merken natuurdrone piloten. In de percelen waar vreemd wordt gemaakt zijn aanmerkelijk minder reekalveren mits deze hebben leren vluchten. Dat maakt dat ook op de avond voor de werkzaamheden het perceel kan worden afgezocht en de fladderzakken geplaatst kunnen worden.

De reegeit en de reekalveren zullen niet in een gebied gaan liggen als zij nerveus worden van de vreemde signalen. Zij zullen zich verstoppen op plaatsen waar zij zich wel veilig voelen bijvoorbeeld onder een braamstruik, in de hei of in andere ruigte. Men dient om slachtoffers onder de in het wild levende dieren te voorkomen de fladderzakken of andere middelen pas na het afzoeken in het perceel te plaatsen. DIt afzoeken vindt in de avond of morgen voor het maaien plaats. Door het vreemdmaken zullen de reekalveren het perceel niet snel weer betreden. Volgens sommige boswachters zijn er aanwijzingen dat oudere reeën het "vreemdmaken" leren kennen als signaal voor het komende gevaar.

Let op: De dieren leren snel dat een situatie niet gevaarlijk is. Als het maaien niet doorgaat dan dienen de middelen onmiddellijk te worden verwijderd totdat er wel gemaaid gaat worden.

Afbeelding: Plaatsen fladderzakken

Los van het voordeel dat van binnen naar buiten maaien voor wilde dieren heeft is het volgens ons efficiënt als je bij het maaien gebruik maakt van de GPS-stuurhulp. Als namelijk de eerste snede bij van binnen naar buiten maaien nauwkeurig wordt bepaald, bijvoorbeeld met GPS-stuurhulp dan wordt het nodeloos over het gewas rijden tot een minimum beperkt. Je rijdt minder over het gemaaide gras en je drijft de aanwezige dieren uit het perceel!

 
 
 
 
 
 
Kijk de video: Voorkom maaislachtoffers
https://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/2020_voorkom_slachtoffers_maaien.jpg?ver=2020-05-22-170612-823
https://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/wel_en_wee_ree.mp4
Op initiatief van J.Brinkman en H. van der Wal ontstane film over praktische manier om slachtoffers bij maaien hooigras te voorkomen.
Geproduceerd door: D.Bulten
Gesteund door regio Achterhoek van Vereniging Het Reewild

12-05-2007

Kijk de video: Vreemdmaken met fladderzak
https://www.over-reeen.nl/portals/0/video/fladderzak_420.jpg https://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/Fladderzak.mp4 Geproduceerd door: Herzo van der Wal, Kenniscentrum Reeën 27-04-2018


Afbeelding: Maak het de dieren niet moeilijk!


Maak het de dieren niet moeilijk!

Maai van Binnen naar Buiten

Maai niet de randen!

Afbeelding: Eenvoudig wildwaarschuwingssysteem

Ga naar het midden van het perceel

Afbeelding: Maai van binnen naar buiten

Maai van binnen naar buiten

Afbeelding: Maai, Tenslotte, randen en overhoeken

Maai daarna de randen


Tip: Gebruik uw GPS stuurhulp!

Het is efficiënt als je bij het maaien gebruik maakt van de GPS-stuurhulp. Als de eerste snede bij het van binnen naar buiten maaien nauwkeurig wordt bepaald dan wordt het nodeloos over het gewas rijden tot een minimum beperkt en je drijft de aanwezige dieren uit het perceel!


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
KvK-nr: 58588892

Logo - Kenniscentrum Reeën

Deel

Jij kunt ons helpen
bijv. door een bijdrage op
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
t.n.v. Kenniscentrum Reeën te Vorden

Cookies instellen