Beheren natuurrijk landschap

Bijgewerkt: 2026-09-10T12:21:00+01:00

Afbeelding: Bloeiende kruidenrand in coulissen landschap Almen. Foto: Herzo van der Wal

Een natuurrijk landschap bestaat uit verschillende landschapselementen en hun gebruik die samen zorgen voor voedsel, rust en dekking voor wilde dieren. Niet alleen de afzonderlijke elementen zijn belangrijk, maar vooral de overgangen daartussen. Waar grasland, struweel, bos, water en kruidenrijke vegetaties elkaar ontmoeten, ontstaat vaak de grootste biodiversiteit.

Het beheer van landschapselementen bepaalt in belangrijke mate hoe waardevol ze zijn voor flora en fauna. Doelgericht beheer zorgt voor afwisseling in hoogte, leeftijd en dichtheid van de begroeiing. Hierdoor blijft een gevarieerd leefgebied ontstaan waarin dieren kunnen foerageren, rusten en zich veilig verplaatsen.

De drie basisbehoeften

Voedsel
Bladeren, knoppen, scheuten, vruchten, zaden, nectar en insecten vormen de basis van een gevarieerd voedselaanbod maar ook water. Daarnaast is open water onmisbaar voor soorten die afhankelijk zijn van poelen, sloten, natte zones en oevervegetaties.

Rust
Beschutte en weinig verstoorde plekken bieden dieren gelegenheid om te rusten, herkauwen, broeden of jongen groot te brengen.

Dekking
Dichte begroeiing geeft bescherming tegen weersomstandigheden, verstoring en natuurlijke vijanden.


Historie als vertrekpunt

Veel landschapselementen zijn ontstaan uit vroegere vormen van gebruik. Heggen, hagen en wallen dienden als veekering of perceelscheiding. Houtwallen leverden geriefhout voor afrasteringen, gereedschap, haardhout of bouwmateriaal. Poelen, sloten, overhoeken, graften, tuunwallen, knotbomen en kleine bosjes vertellen iets over bodem, water, landbouw en streekgeschiedenis.

Die historische achtergrond is belangrijk voor beheer. Een element dat jarenlang op ongeveer dezelfde manier is beheerd, kan juist daardoor geschikt zijn geworden voor specifieke soorten. Wie een landschapselement verandert, verandert dus niet alleen het beeld van het landschap, maar ook de leefomstandigheden die door tijd, gebruik en beheer zijn ontstaan.


Beschrijf per element welke functie het heeft voor voedsel, water, rust, dekking en verbinding. Noteer ook wanneer afzondering juist onderdeel is van de waarde van het element, bijvoorbeeld bij cultuurvolgende soorten die gebonden zijn aan erven, kleine bosjes, overhoeken, poelen of geïsoleerde struwelen. Leg daarnaast vast welke historische functie het element had, welk beheer daarbij hoort en welke termen consequent worden gebruikt. Zo ontstaat een beheerplan dat niet alleen maatregelen opsomt, maar uitlegt waarom die maatregelen nodig zijn.

  • Wat is de huidige functie van het element?
  • Welke historische of landschappelijke betekenis heeft het?
  • Draagt het bij aan voedsel, water, rust, dekking of verbinding?
  • Is verbinding nodig, of is juist behoud van een kleinschalige geïsoleerde plek gewenst?
  • Welke beheermaatregel is nodig en wanneer?
  • Welke delen blijven bewust ongemoeid?
  • Hoe wordt de samenhang met naastgelegen elementen versterkt?

Principes

  • Werk gefaseerd: beheer nooit alles tegelijk, zodat voedsel, rust en dekking aanwezig blijven.
  • Behoud overgangen: zoom- en mantelvegetaties zijn vaak soortenrijker dan harde grenzen.
  • Stuur op variatie: combineer verschillende hoogtes, leeftijden, dichtheden en soorten.
  • Behoud historische structuren: oude vormen van gebruik geven richting aan passend beheer.
  • Maak verbindingen: verbind elementen tot corridors en stapstenen in het landschap.
  • Sla geïsoleerde plekken niet over: afzonderlijke erven, poelen, struwelen of kleine bosjes kunnen juist kernplekken zijn voor cultuurvolgende soorten.
  • Voorkom eenvormigheid: te strak, te intensief of te gelijktijdig beheer vermindert natuurwaarde.

Waarom zijn ze belangrijk?

Heggen en hagen vormen lijnvormige verbindingen door het landschap. Ze bieden voedsel, rust, dekking, nestgelegenheid en overwinteringsplaatsen. Het verschil zit vooral in breedte en beheerintensiteit: heggen zijn smal en vaak jaarlijks geknipt, hagen zijn breed en extensief.

Beheer deze elementen met regelmaat. Vermijd intensieve begrazing door rasters in relatie tot gewenste breedte op de juiste afstand te plaatsen.

Voedsel

  • bloemen voor bestuivers;
  • bessen en noten voor vogels;
  • jonge scheuten voor reeën.

Rust

  • beschutting tegen wind;
  • veilige verblijfplaatsen voor kleine dieren.

Dekking

  • dekking tijdens verplaatsingen;
  • schuilmogelijkheid voor jonge dieren.

Beheer

  • werk gefaseerd;
  • snoei niet alles tegelijk;
  • behoud bloeiende en besdragende struiken;
  • laat verschillende hoogtes ontstaan.

Waarom zijn ze belangrijk?

Struwelen behoren tot de meest waardevolle landschapselementen voor reeën. Ze combineren voedsel, rust en dekking op een relatief klein oppervlak.

Voedsel

  • knoppen;
  • bladeren;
  • vruchten;
  • jonge opslag.

Rust

  • beschutte rustplaatsen;
  • luwte tijdens slechte weersomstandigheden.

Dekking

  • dichte begroeiing;
  • veilige schuilplaatsen.

Beheer

  • voorkom dat struweel volledig uitgroeit tot bos;
  • verjong delen periodiek;
  • zorg voor verschillende leeftijden naast elkaar;
  • behoud variatie in soorten.

Waarom zijn ze belangrijk?

Bosranden zijn waardevol omdat open en gesloten leefgebieden elkaar ontmoeten. Een geleidelijke overgang van hoge bomen naar struiken, ruigte en kruidenrijke vegetatie levert voedsel, dekking en beschutte rustplaatsen.

Beheer mantel en zoom niet in één keer. Laat verschillende ontwikkelingsstadia naast elkaar bestaan en voorkom scherpe grenzen tussen bos en open terrein.

Voedsel

  • kruidenrijke vegetatie;
  • bloeiende planten;
  • jonge scheuten.

Rust

  • beschutte overgangszone.

Dekking

  • snelle toegang tot dekking vanuit open terrein.

Beheer

  • creëer een geleidelijke overgang van hoog naar laag;
  • stimuleer struiken tussen bomen en grasland;
  • beheer gefaseerd zodat verschillende ontwikkelingsstadia aanwezig blijven.

Waarom zijn ze belangrijk?

Houtwallen en singels verbinden leefgebieden en hebben vaak een cultuurhistorische betekenis. Ze functioneren als corridor, leveren bloesem, vruchten en insectenrijkdom en bieden beschutting bij trek- en foerageerbewegingen.

Zet delen gefaseerd af, behoud structuurverschillen en laat waar mogelijk dood hout aanwezig. Let op de historische vorm van het element en herstel die waar dat past bij bodem, water en streekgebruik.

Voedsel

  • bloesems;
  • vruchten;
  • insectenrijkdom.

Rust

  • windbeschutting;
  • veilige verblijfplaatsen.

Dekking

  • dekking tijdens trek- en foerageerbewegingen.

Beheer

  • zet delen gefaseerd af;
  • behoud structuurverschillen;
  • laat waar mogelijk dood hout aanwezig.

Waarom zijn ze belangrijk?

Water trekt leven aan. Poelen, sloten en natte zones leveren drinkplaatsen, voortplantingswater, insectenrijkdom en beschutte oevers. In combinatie met struwelen of ruigten ontstaan waardevolle plekken voor amfibieën, vogels en kleine zoogdieren.

Voorkom volledige dichtgroei en slibophoping, maar verwijder nooit alle oevervegetatie tegelijk. Behoud zonnige en beschaduwde delen en voer schoning gefaseerd uit.


Voedsel

  • insecten;
  • waterplanten;
  • amfibieën.

Rust

  • rustige drinkplaatsen.

Dekking

  • oevervegetaties bieden schuilmogelijkheden.

Beheer

  • voorkom volledige dichtgroei;
  • behoud zowel zon- als schaduwplekken;
  • schoon gefaseerd op.

Waarom zijn ze belangrijk?

Kruidenrijke randen en ruigten vormen de basis van veel voedselketens. Ze leveren in het voorjaar dekking voor nestelende en jonge vogels en zoogdieren en daarnaast nectar, zaden en insecten

Maai gefaseerd, laat delen overwinteren en voorkom te voedselrijke omstandigheden. Behoud vooral de overgangen naar hagen, struwelen, bosranden en water.


Voedsel

  • nectar;
  • zaden;
  • insecten.

Rust

  • beschutte lage vegetatie.

Dekking

  • dekking voor jonge vogels en kleine zoogdieren.

Beheer

  • maai gefaseerd;
  • laat delen overwinteren;
  • voorkom te voedselrijke omstandigheden.

Waarom zijn ze belangrijk?

Losse bomen en kleine bosjes geven variatie in een open landschap. Ze bieden schaduw, oriëntatie, insecten, vruchten, knoppen en tijdelijke schuilplaatsen tijdens verplaatsingen.

Behoud oude bomen en geef hen voldoende groeiruimte en laat natuurlijke ontwikkeling toe wanneer dat past binnen het beheerdoel.


Voedsel

  • vruchten;
  • knoppen;
  • insecten.

Rust

  • schaduw en beschutting.

Dekking

  • tijdelijke schuilplaatsen tijdens verplaatsingen.

Beheer

  • geef bomen voldoende groeiruimte;
  • behoud oude bomen waar mogelijk;
  • laat natuurlijke ontwikkeling toe.

Een afzonderlijk landschapselement is waardevol, maar de grootste natuurwinst ontstaat wanneer elementen met elkaar verbonden zijn. Een haag die aansluit op een struweel, een bosrand die overgaat in kruidenrijk grasland of een poel langs een houtwal creëert een netwerk van leefgebieden.

Juist die samenhang zorgt voor een natuurrijk landschap waarin reeën en andere wilde dieren voldoende voedsel, rust en dekking vinden.

Belangrijkste boodschap

Een natuurrijk landschap ontstaat waar landschapselementen elkaar ontmoeten én waar beheer zorgt voor ontwikkeling en afwisseling in begroeiing. Die afwisseling vormt de basis voor voedsel, rust en dekking voor flora en fauna.


Wat je bij KcR leest, is gebaseerd op het duiden van
praktijkervaringen rond reeën en hun leefomgeving.
KcR beschrijft hoe situaties in de praktijk worden ervaren en
welke keuzes en afwegingen daarbij een rol spelen.
Wat dit in een concrete situatie betekent, hangt af van de omstandigheden en
is aan degenen die er ter plekke mee werken.

Cookies instellen