Wat is de gunstige staat van instant houden reeën?

Bijgewerkt: 2026-03-16T05:45:00+01:00

AI IMage: Reeën, wolven en mensen in Nederland

Statenlid stelde schriftelijke vragen over de SvI van de wolf en wat dat betekent voor het beleid in de Provincie Gelderland. (PS2026-28)

Let op: de bronnen die we kregen over Habitatrichtlijn‑definities waren ten tijde van schrijven geldig; de concrete invulling van wat een wolf of ree nodig hebben komen uit algemene ecologische kennis van de soort.

Op dit moment beheren we reeën omdat de mens ‘schade’ ondervindt van de natuur. Tegelijk groeit het besef dat natuur de basis vormt voor ons leven. Dat wonen en voedselproductie de ruimte voor natuur bedreigen. En dat het beschermen van natuur op zijn beurt het wonen en de voedselproductie kan beïnvloeden.

Daarin heeft ieder van ons de keuze: er niet naar om te kijken en het zijn gang te laten gaan, of juist te streven naar een gewenst resultaat van instandhouden.

In Europa is het in stand houden van bepaalde soorten en hun leefomgeving geregeld in de Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn onderscheidt vier mogelijke staten van instandhouding voor soorten, waarvan één categorie voor situaties waarin onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Dat zijn:
gunstig, matig ongunstig, zeer ongunstig, onbekend.

1️⃣ Gunstig (Favourable)

De soort is ecologisch gezond volgens de Habitatrichtlijncriteria:

  • populatie is levensvatbaar,
  • verspreidingsgebied is stabiel of uitbreidend,
  • habitats zijn voldoende en kwalitatief goed,
  • toekomstperspectief is positief.

2️⃣ Matig ongunstig (Unfavourable-Inadequate)

De soort staat niet onmiddellijk onder druk van verdwijnen, maar:

  • populatie of verspreiding is niet optimaal,
  • habitatkwaliteit is onvoldoende of verslechterend,
  • maatregelen zijn nodig om verbetering te bereiken.

3️⃣ Zeer ongunstig (Unfavourable-Bad)

De soort verkeert in een ernstige staat van achteruitgang:

  • populatie is niet levensvatbaar, of
  • verspreidingsgebied krimpt sterk, of
  • habitats zijn onvoldoende voor herstel. Meestal is intensief herstel (beleid) noodzakelijk.

4️⃣ Onbekend (Unknown)

Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om de staat van instandhouding betrouwbaar te beoordelen. Dit komt voor bij soorten waarvoor monitoring nog onvoldoende ontwikkeld is.


⭐ Wat betekent dit?

Elke zes jaar wordt de Staat van Instanthouding door de EU‑lidstaten gerapporteerd voor:

  • soorten die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn (bijlagen II, IV, V) zoals de wolf
  • de leefomstandigheden voor de betreffende soort (habitattype)

De criteria en beoordeling zijn vastgelegd in de Habitatrichtlijn, nationale aanpak en lokale aanpak. Hoe minder eenheid in aanpak hoe groter de kans op conflicten en risico’s voor:

  • toekomstperspectief
  • habitatkwaliteit (structuren en functies)
  • verspreiding
  • populatie

In alle gevallen geldt dat de leef omstandigheden voor de soort bepaald worden door de exemplaren van de soort. Het verteld echter niets over de ontwikkeling/evolutie van die soort. Wel helpt het om optimale condities na te streven.

Eén van die condities is voedsel in de vorm van mineralen, vegetatie en vlees. Het ree is voedsel, een smakelijke hap, voor predatoren als de wolf en de mens.


De Staat van Instandhouding (SvI) is een wettelijk begrip uit de Europese Habitatrichtlijn. Het geeft de status aan van de component (soort) van de natuurlijke habitat.

De term “levensvatbaar” in de Habitatrichtlijn is niet spontaan bedacht, maar komt rechtstreeks voort uit de juridische definitie van de “Staat van Instandhouding van een soort” zoals letterlijk opgenomen in de Europese regelgeving.

  • “uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven”

Betekenis van levensvatbaar (Van Dale)

  • “geschikt om het leven te ontvangen, om te leven”
  • “geschikt om voordeel op te leveren; die zaak is niet levensvatbaar”
  • (fig.) levensvatbaarheid: toestand waarin iets in staat is om te blijven bestaan of voort te leven
  • (in medische/gerechtelijke context): ontwikkelingstoestand van een pasgeboren kind waardoor het in staat is buiten het moederlichaam te blijven voortleven

 


 

De wolf

Volgens de Habitatrichtlijn is de staat van instandhouding van een soort gunstig wanneer:

  • de soort een levensvatbare populatie vormt en dat naar verwachting blijft,
  • het verspreidingsgebied niet kleiner wordt
  • er voldoende leefgebied is en zal blijven.

De wolf (Canis lupus) wordt strikt beschermd als levensvatbaar component van de/onze leefomgeving en staat daarom op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en op Europees niveau.

⭐ Waar verwijst “levensvatbaar” naar?

De richtlijn koppelt levensvatbaarheid aan drie pijlers:

1️Populatiedynamiek

De populatie moet groot genoeg en stabiel genoeg zijn om niet uit zichzelf uit te sterven.
Dit wordt afgeleid uit gegevens over:

  • trend (stijgend, stabiel, dalend),
  • voortplanting,
  • sterfte,
  • leeftijdsopbouw.

2️Verspreidingsgebied

Het leefgebied van de soort mag niet kleiner worden en moet herstel toelaten.

3️Habitatstructuren en -functies

De soorten moeten beschikken over de noodzakelijke habitatkwaliteit om op lange termijn te blijven voortbestaan.

Kort:
levensvatbaarheid = samenhang van populatie + verspreiding + Habitatstructuren en -functies (habitatkwaliteit + toekomstperspectief).

Hoe wordt de Staat van Instandhouding opgenomen in Habitatrichtlijn?

De Habitatrichtlijn definieert in artikel 1 wat een (gunstige) staat van instandhouding is en op basis waarvan die wordt beoordeeld: verspreidingsgebied, populatieomvang, kwaliteit/omvang van het leefgebied (habitat) en de toekomstverwachting van de soort. Een soort verkeert gunstig als deze parameters op lange termijn stabiel of groeiend zijn en het leefgebied toereikend is.

De richtlijn koppelt daar twee hoofdverplichtingen aan:

  1. Gebied- en soortenbeheer (artikel 6): in Natura 2000‑gebieden moeten passende instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen worden vastgesteld en uitgevoerd om de staat van instandhouding van aangewezen soorten en habitattypen te behouden of te herstellen. 
  2. Zesjaarlijkse rapportage (artikel 17): elke lidstaat rapporteert eens per zes jaar per biogeografische regio over de staat van instandhouding van de in de bijlagen genoemde soorten en habitattypen; de Europese Commissie publiceert een samenvattend EU‑overzicht.

Belangrijk voor de context van het ree (Capreolus capreolus): alleen soorten die expliciet in Bijlage II, IV of V van de Habitatrichtlijn staan, vallen onder dit EU‑regime. Het ree staat daar niet in; de beoordeling van de staat van instandhouding van reeën vindt dus nationaal plaats en valt niet onder de EU‑rapportageverplichting van artikel 17.


Het Nederlands Soortenregister en de Habitatrichtlijn

Het Nederlands Soortenregister (NSR) is de centrale, wetenschappelijke databank waarin alle soorten worden vastgelegd die in Nederland in het wild zijn waargenomen. Het register wordt beheerd door Naturalis Biodiversity Center en EIS Kenniscentrum Insecten, met bijdragen van vele soortenorganisaties binnen SoortenNL en ondersteuning van o.a. het ministerie van LNV en de NVWA.

Het NSR geeft per soort aan of deze voorkomt op één van de bijlagen van de Europese Habitatrichtlijn. Alleen soorten die expliciet in Bijlage II, IV of V zijn opgenomen, vallen onder dit Europese beschermingsregime. Voor die soorten gelden verplichtingen zoals gebiedsbescherming, strikte soortbescherming of regulering van gebruik. [nl.wikipedia.org]

Het ree staat niet in de bijlagen van de Habitatrichtlijn en is daarmee geen Habitatrichtlijnsoort. Er zijn dus geen Europese instandhoudingsdoelen of EU‑rapportageverplichtingen voor het ree. De beoordeling van de staat van instandhouding van reeën vindt daarom volledig plaats binnen de Nederlandse beleids- en beheercontext.

De Habitatrichtlijn beschouwt de staat van instandhouding als gunstig wanneer alle vier parameters tegelijk positief zijn: een stabiel/uitbreidend verspreidingsgebied, een levensvatbare populatie, voldoende habitat, en goede toekomstverwachtingen.

Parameter

Wat wordt beoordeeld?

Wanneer gunstig?

Bron Habitatrichtlijn

1. Verspreidingsgebied

De natuurlijke verspreiding van de soort binnen de biogeografische regio.

Het verspreidingsgebied is stabiel of uitbreidend en wordt waarschijnlijk op lange termijn behouden.

Artikel 1: definitie staat van instandhouding van een soort. [nederlands...soorten.nl]

2. Populatie

Grootte, structuur en levensvatbaarheid van de populatie(s) van de soort.

De soort behoudt zichzelf op lange termijn, en de populatie blijft gezond, stabiel of groeiend.

Artikel 1: populatiecriteria. [nederlands...soorten.nl]

3. Habitat van de soort

Kwaliteit, omvang en geschiktheid van de habitat die de soort nodig heeft voor voortplanting, rust en overleving.

De habitat is voldoende qua kwaliteit en hoeveelheid, of ontwikkelt zich in die richting.

Artikel 1: leefgebied en ecologische vereisten. [nederlands...soorten.nl]

4. Toekomstverwachting

De verwachte ontwikkelingen m.b.t. populatie, verspreiding en habitatkwaliteit.

De vooruitzichten zijn gunstig, waardoor behoud op lange termijn waarschijnlijk is.

Artikel 1: lange‑termijnverwachting. [nederlands...soorten.nl]

De noodzaak tot stelselwijziging in jacht en faunabeheer heeft invloed op reeën.

In de stelselwijziging is tot opheden niet ingegaan op de impact van het niet langer doen van de activiteiten zoals die tot voor kort ter plaatse gebruikelijk waren. Vaak wordt er al decennia lang in meer of mindere mate beheerd. Het niet doorvoeren van de noodzakelijke verbeteringen noodzaakt rechters nu de ontheffingen voor die activiteiten ongeldig te verklaren. Het stilleggen van die activiteiten heeft een nu niet aantoonbaar te voorspellen gevolg. Het meten van dat gevolg gaat in het nieuwe stelsel hoogstwaarschijnlijk geregeld worden. Dit nu niet oppakken is een groot gemis.

De aandachtspunten:

  • Betere data en monitoring: Door het gebruik maken van erkende monitoringstechnieken en erkennen van zowel NEM-tellingen als tellingen van andere soortgelijk opererend organisaties zoals provincies en voor hen opererende Wildbeheereenheden (WBE’s) zal er een beter inzicht komen in de ontwikkelingen rond en van reeën. Dit kan leiden tot meer gerichte en effectieve beheermaatregelen.
  • Eenduidige regelgeving: De stelselwijziging streeft naar eenduidige regelgeving op nationaal niveau met oog voor provinciale verschillen, wat betekent dat het beheer van reeën minder afhankelijk zal zijn van lokale inzichten. Dit kan zorgen voor een consistenter beheer over een groter gebied dan de verantwoordelijke provincie bijvoorbeeld het hele land of N2000-gebieden en passend bij de EU-Habitatrichtlijn.
  • Inzicht in balans tussen activiteiten en omvang populatie reeën: Er zal meer nadruk liggen op het vinden van een balans tussen natuur en de daarin aanwezige reeën en de invloeden van die natuur op de activiteiten van mensen. Dit kan betekenen dat er maatregelen worden genomen om niet gewenste invloeden te voorkomen, zoals het inzetten van preventieve middelen of het beïnvloeden van een populatie.
  • Training en voorlichting: Betrokken uitvoerders moeten worden geïnformeerd om commitment te krijgen en getraind worden in de nieuwe procedures en hulpmiddelen.

Wat komt daarbij kijken?

  • Samenwerking: Er zal op meerdere niveaus nauwe samenwerking nodig zijn tussen de verschillende stakeholders, zoals het ministerie, provincies, FBE’s, WBE’s en de natuurbeheerders.
  • Aanpassing van hulpmiddelen, procedures en beleid: Huidige hulpmiddelen, procedures, beleidsmaatregelen en wetgeving worden mogelijk aangepast om te gaan passen in het nieuwe stelsel.
  • Training en voorlichting: Betrokken moeten worden meegenomen in de ontwikkeling en worden geïnformeerd en getraind in de nieuwe werkwijzen en regelgeving.

Van beschermen naar beheren natuur

met
(bestaande) voorzieningen

De Oplossingsrichting voor de stelselwijziging in jacht en faunabeheer kan als volgt worden samengevat:

  • Vergelijking en Verbetering van Bestaande Uitvoeringen: In plaats van het volledig stoppen van het huidige beheer, is het effectiever om bestaande uitvoeringen en metingen te vergelijken en op specifieke elementen te verbeteren. Dit voorkomt het doorbreken van bestaande meetreeksen en behoudt de motivatie van mensen in het veld.
  • Gebruik van hulpmiddelen uit de wetgeving: Het verbeteren van het toepassen van hulpmiddelen zoals vermeld in wetgeving kan wetgever en uitvoerders effectiever helpen bij het uitvoeren van faunabeheer. Dit omvat onder andere het gebruik van faunabeheerplannen, wildlijsten en de coördinatie van en door faunabeheereenheden.
  • Samenwerking met Huidige Beheerders: De huidige beheerders, georganiseerd in wildbeheereenheden en faunabeheereenheden, spelen een cruciale rol. Hun ervaring en kennis kunnen worden hergebruikt om het faunabeheer te verbeteren. Deze eenheden zijn geografisch georganiseerd op basis van overheidsgrenzen en verenigd in belangenorganisaties.
  • Pragmatische Inbreng van belangenorganisaties: Belangenorganisaties zoals de Jagersvereniging delen hun pragmatische inbreng en aanpak met betrekking tot te verbeteren hulpmiddelen. Voorbeelden hiervan zijn het adresseren van waarom ontheffingen en vrijstellingen bij de rechter sneuvelen en het streven naar een toekomstbestendig stelsel voor jacht en faunabeheer.
  • Van Beschermen naar Beheren: De focus verschuift van puur beschermen naar actief beheren van de natuur, met gebruik van bestaande voorzieningen. Dit betekent een evenwichtige aanpak waarbij zowel populatiebeheer als bescherming van landbouwgewassen centraal staan.
  • Implementatie en Uitvoering Ontwikkeling van Nieuwe Regelgeving: Samenwerking tussen het ministerie, provincies, wetenschappelijke instellingen en andere stakeholders is essentieel.
  • Consultatie en Feedback: Betrokken partijen moeten de mogelijkheid krijgen om feedback te geven op voorgestelde wijzigingen.
  • Aanpassing van Beleid en Procedures: Huidige beleidsmaatregelen en procedures moeten mogelijk worden aangepast om te voldoen aan de nieuwe regelgeving.
  • Training en Voorlichting: Betrokken partijen, zoals jagers en faunabeheerders, moeten worden geïnformeerd en getraind in de nieuwe procedures.

Beoordeeld vanuit perspectief wetenschap is deze aanpak pragmatisch maar niet bewezen in faunabeheer. Wel beschrijft het een vrij eenvoudig en navolgbaar systeem dat binnen de kaders van Europese wet- en regelgeving valt. Het lijkt een een evenwichtige balans te bieden tussen natuur-, populatiebeheer en bescherming van landbouwgewassen en andere belangen van mensen.

Hoe gaan we dit meten?: Ons beeld is meten aan nog relatief veel voorkomende soorten zoals reeën, hazen en grauwe ganzen. Daarvan is met moderne middelen de ontwikkeling in beeld te brengen. Nemen deze t.o.v. doelstand toe of af dan is dat een effect voor de natuur in Nederland en aanleiding voor actie.

Cookies instellen
Cookies instellen