De Staat van Instandhouding (SvI) is een wettelijk begrip uit de Europese Habitatrichtlijn. Het geeft de status aan van de component (soort) van de natuurlijke habitat.
De term “levensvatbaar” in de Habitatrichtlijn is niet spontaan bedacht, maar komt rechtstreeks voort uit de juridische definitie van de “Staat van Instandhouding van een soort” zoals letterlijk opgenomen in de Europese regelgeving.
- “uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven”
Betekenis van levensvatbaar (Van Dale)
- “geschikt om het leven te ontvangen, om te leven”
- “geschikt om voordeel op te leveren; die zaak is niet levensvatbaar”
- (fig.) levensvatbaarheid: toestand waarin iets in staat is om te blijven bestaan of voort te leven
- (in medische/gerechtelijke context): ontwikkelingstoestand van een pasgeboren kind waardoor het in staat is buiten het moederlichaam te blijven voortleven
De wolf
Volgens de Habitatrichtlijn is de staat van instandhouding van een soort gunstig wanneer:
- de soort een levensvatbare populatie vormt en dat naar verwachting blijft,
- het verspreidingsgebied niet kleiner wordt
- er voldoende leefgebied is en zal blijven.
De wolf (Canis lupus) wordt strikt beschermd als levensvatbaar component van de/onze leefomgeving en staat daarom op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en op Europees niveau.
⭐ Waar verwijst “levensvatbaar” naar?
De richtlijn koppelt levensvatbaarheid aan drie pijlers:
1️⃣ Populatiedynamiek
De populatie moet groot genoeg en stabiel genoeg zijn om niet uit zichzelf uit te sterven.
Dit wordt afgeleid uit gegevens over:
- trend (stijgend, stabiel, dalend),
- voortplanting,
- sterfte,
- leeftijdsopbouw.
2️⃣ Verspreidingsgebied
Het leefgebied van de soort mag niet kleiner worden en moet herstel toelaten.
3️⃣ Habitatstructuren en -functies
De soorten moeten beschikken over de noodzakelijke habitatkwaliteit om op lange termijn te blijven voortbestaan.
Kort:
levensvatbaarheid = samenhang van populatie + verspreiding + Habitatstructuren en -functies (habitatkwaliteit + toekomstperspectief).
Hoe wordt de Staat van Instandhouding opgenomen in Habitatrichtlijn?
De Habitatrichtlijn definieert in artikel 1 wat een (gunstige) staat van instandhouding is en op basis waarvan die wordt beoordeeld: verspreidingsgebied, populatieomvang, kwaliteit/omvang van het leefgebied (habitat) en de toekomstverwachting van de soort. Een soort verkeert gunstig als deze parameters op lange termijn stabiel of groeiend zijn en het leefgebied toereikend is.
De richtlijn koppelt daar twee hoofdverplichtingen aan:
- Gebied- en soortenbeheer (artikel 6): in Natura 2000‑gebieden moeten passende instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen worden vastgesteld en uitgevoerd om de staat van instandhouding van aangewezen soorten en habitattypen te behouden of te herstellen.
- Zesjaarlijkse rapportage (artikel 17): elke lidstaat rapporteert eens per zes jaar per biogeografische regio over de staat van instandhouding van de in de bijlagen genoemde soorten en habitattypen; de Europese Commissie publiceert een samenvattend EU‑overzicht.
Belangrijk voor de context van het ree (Capreolus capreolus): alleen soorten die expliciet in Bijlage II, IV of V van de Habitatrichtlijn staan, vallen onder dit EU‑regime. Het ree staat daar niet in; de beoordeling van de staat van instandhouding van reeën vindt dus nationaal plaats en valt niet onder de EU‑rapportageverplichting van artikel 17.
Het Nederlands Soortenregister en de Habitatrichtlijn
Het Nederlands Soortenregister (NSR) is de centrale, wetenschappelijke databank waarin alle soorten worden vastgelegd die in Nederland in het wild zijn waargenomen. Het register wordt beheerd door Naturalis Biodiversity Center en EIS Kenniscentrum Insecten, met bijdragen van vele soortenorganisaties binnen SoortenNL en ondersteuning van o.a. het ministerie van LNV en de NVWA.
Het NSR geeft per soort aan of deze voorkomt op één van de bijlagen van de Europese Habitatrichtlijn. Alleen soorten die expliciet in Bijlage II, IV of V zijn opgenomen, vallen onder dit Europese beschermingsregime. Voor die soorten gelden verplichtingen zoals gebiedsbescherming, strikte soortbescherming of regulering van gebruik. [nl.wikipedia.org]
Het ree staat niet in de bijlagen van de Habitatrichtlijn en is daarmee geen Habitatrichtlijnsoort. Er zijn dus geen Europese instandhoudingsdoelen of EU‑rapportageverplichtingen voor het ree. De beoordeling van de staat van instandhouding van reeën vindt daarom volledig plaats binnen de Nederlandse beleids- en beheercontext.
De Habitatrichtlijn beschouwt de staat van instandhouding als gunstig wanneer alle vier parameters tegelijk positief zijn: een stabiel/uitbreidend verspreidingsgebied, een levensvatbare populatie, voldoende habitat, en goede toekomstverwachtingen.
|
Parameter
|
Wat wordt beoordeeld?
|
Wanneer gunstig?
|
Bron Habitatrichtlijn
|
|
1. Verspreidingsgebied
|
De natuurlijke verspreiding van de soort binnen de biogeografische regio.
|
Het verspreidingsgebied is stabiel of uitbreidend en wordt waarschijnlijk op lange termijn behouden.
|
Artikel 1: definitie staat van instandhouding van een soort. [nederlands...soorten.nl]
|
|
2. Populatie
|
Grootte, structuur en levensvatbaarheid van de populatie(s) van de soort.
|
De soort behoudt zichzelf op lange termijn, en de populatie blijft gezond, stabiel of groeiend.
|
Artikel 1: populatiecriteria. [nederlands...soorten.nl]
|
|
3. Habitat van de soort
|
Kwaliteit, omvang en geschiktheid van de habitat die de soort nodig heeft voor voortplanting, rust en overleving.
|
De habitat is voldoende qua kwaliteit en hoeveelheid, of ontwikkelt zich in die richting.
|
Artikel 1: leefgebied en ecologische vereisten. [nederlands...soorten.nl]
|
|
4. Toekomstverwachting
|
De verwachte ontwikkelingen m.b.t. populatie, verspreiding en habitatkwaliteit.
|
De vooruitzichten zijn gunstig, waardoor behoud op lange termijn waarschijnlijk is.
|
Artikel 1: lange‑termijnverwachting. [nederlands...soorten.nl]
|