De opbouw van het gewei is sterk afhankelijk van factoren in de omgeving van het ree. Die invloed is zelfs zo groot dat het onmogelijk is om op basis van het gewei de leeftijd te bepalen. De externe invloeden overheersen te sterk de groei van het reeëngewei. Toch is er wel één kenmerk aan het gewei dat iets zegt over de leeftijd van de reebok. Het gewei zonder rozen is van een reebok die niet ouder is dan anderhalf jaar.

Als we reebokken en hun gewei ontwikkeling gedurende lange tijd volgen zien we dat de lengte van de stangen toe neemt, tot de reebok vier- a vijf jaar is. Daarna worden de stangen, met het ouder worden van het ree, korter. Het volume van het gewei neemt daarbij echter nauwelijks af. Dit noemen we terugzetten. Dit terugzetten van het gewei komt tot uiting in de lengte en dus niet in de massa van het gewei. De basis van het gewei, de rozen, blijven in omvang wel groeien. Daardoor blijft de indruk bestaan dat oudere bokken een groter gewei hebben. Maar de schijn bedriegt. De verhouding lengte: dikte van het gewei verschuift namelijk zoals gezegd van lengte naar dikte. De oudere bok heeft een korter maar forse gewei.

Voorwaarde is dat de condities waaronder het gewei groeit jaar op jaar hetzelfde zijn. Zoals bijvoorbeeld in een dierentuin, een geïsoleerd gebied of een wildpark. Op indrukwekkende wijze heeft hertog Albrecht van Bayern, in zijn Oostenrijkse berggebied, aangetoond dat er een relatie is tussen de grootte en massa van het gewei in relatie tot het biotoop ten tijde van het bouwen van vetreserves voor de winter. ( "Über rehe", A.u.J.v. Bayern)

De conclusie luidt: De grootte en de massa van het gewei wordt in eerste instantie door erfelijke aanleg bepaald maar komt alleen tot volle omvang als de leefomgeving van de bok optimaal is. Met als logisch gevolg dat een bok met een goede erfelijke aanleg in een slechte leefomgeving nooit een 'kapitale reebok' zal worden. Zonder gericht beheer op het verbeteren van de leefomgeving is er dus weinig kans dat de goede erfelijke aanleg zichtbaar wordt.

In een habitat ontstaat de meest optimale situatie als de populatie reeën onder tot gelijk is aan de draagkracht van die leefomgeving. Als er bovendien rust in het leefgebied is ten tijde van opname van winterreserves (september - december) en groei van het gewei (november - maart) is er een grote kans dat een gewei uitgroeit tot een 'kapitaal' zesender gewei.

Naar reeën is veel onderzoek gedaan onder andere wat is de leeftijd en hoe oud kan een ree worden?

Er zijn gegevens verzameld van reeën die in gevangenschap zijn gehouden en over reeën in het wild. In gevangenschap is 25 jaar de hoogste leeftijd die een ree heeft bereikt. In het wild is dit vastgesteld door gemerkte reekalveren hun leven lang te volgen. Van die, in de vrije wildbaan gemerkte reeën, is de oudste reebok ruim 17 jaar en de oudste reegeit 16,5 jaar geworden. Beide werden geschoten. Dat betekent dat zij nog ouder hadden kunnen worden.

Bij reeën die ouder zijn dan 10 jaar is de gebitsslijtage meestal zodanig dat op basis daarvan gedacht wordt dat reeën meestal niet veel ouder dan 10 jaar zullen worden. Door het langer volgen van dergelijke oude reeën zullen we daar mogelijk een beter beeld van krijgen.

De gemiddelde leeftijd is echter aanzienlijk lager. De geschatte gemiddelde leeftijd van reeën is 2,5 jaar.

De leeftijd bepalen van een ree en het op basis daarvan goed kunnen classificeren van het ree in jong, volwassen of oud is belangrijk om een realistisch beeld van de reeën en het gebruik van hun leefomgeving te krijgen.