Kenniscentrum Reeën

De wetenschappelijke naam van het ree dat in Nederland voorkomt is Europees ree met de wetenschappelijk naam Capreolus capreolus.

Waar komt de naam Capreolus vandaan? Komt het misschien van het woord capriolen (= bokkesprongen). Dat is ons nog niet duidelijk. Wel hebben we elders in het Kenniscentrum Reeën een lijst met de naam voor het ree in een andere taal.

Uitspreken
Een eenvoudige Nederlandse naam zoals Jan of Marie is voor ons makkelijk en foutloos uit te spreken. Minder voorkomende namen zoals Capreolus zijn moeilijk goed uit te spreken. Belangrijk is vooral de klemtoon op de goede plaats te leggen.

De klemtoon moet op de é liggen. Bij Capreolus wordt echter in negen van de tien gevallen de klemtoon op de ó gelegd. Het is dus Capréolus en niet Capreólus. Probeer het maar eens Capréolus in plaats van Capreólus! Het is even oefenen maar dan kun je de wetenschappelijke naam van het Europese Ree goed uitspreken.

Europees Ree
Capreolus capreolus Linnaeus, 1758
Cervus capreolus Linnaeus, 1758:68. Type locality "Sweden."
Cervus capreolus albus Kerr, 1792:302. Type locality "Franche Comté, France."
Capreolus vulgaris Fitzinger, 1832:317. Type locality "Austria."
Capreolus caprea Gray, 1843:176. Renaming of Cervus capreolus Linnaeus, 1758.
Cervus capreolus plumbeus Reichenbach, 1845:3 Type locality 'Germany."
Cervus europaeus Sundevall, 1846: 184. Renaming of Cervus capreolus Linnaeus, 1758.
Capreolus vulgaris niger Fitzinger, 1874:247. Type locality "Germany."
Capreolus vulgaris varius Fitzinger, 1874:247. Type locality "Germany'."
Capreolus transsylvanicus Matschie, 1907:224. Type locality "'Bana, Rumania."
Capreolus capreolus balt ie us Matschie, 1910:263. Type locality "Wichertshof, East Prussia."
Capreolus capreolus albicus Matschie, 1910:263. Type locality "Jesziorki, near Lissa, Poland."
Capreolus capreolus rhenanus Matschie. 1910:263. Type locality "Rouffach, Haut-Rhin, France."
Capreolus capreolus thoui Lonnberg, 1910:297. Type locality "Aberfeldy, Scotland."
Capreolus capreolus canus Miller, 1910:460. Type locality "Quintanar de la Sierra, Burgos, Spain."
Capreolus capreolus warthae Matschie, 1912:801. Type locality "Dombrowo, east of Beuthen, Poland."
Cervus (Capreolus) capreolus cistaunicus Matschie, 1913:139. Type locality "Dunnwald, north of Cologne, Germany."
Cervus (Capreolus) capreolus transvosagicus Matschie, 1913:139. Type locality "Staufen, in the Vosges, Eastern France."
Capreolus capreolus decorus Cabrera, 1916: 175. Type locality "El Vierzo, Province of Leon, Spain."
Capreolus capreolus armenius Blackler, 1916:78. Type locality "Sumela, 30 miles south of Trebizond, N. E. Asia Minor."
Capreolus capreolus joffrei Blackler, 1916:79. Type locality "Ferrieres, near Paris, France."
Capreolus zedlitzi Matschie, 1916:272. Type locality "Slonim, Poland."
Capreolus coxi Cheesman and Hinton, 1923:608. Type locality "Zakho, Kurdistan, N. W. Persia." This locality is in what is now northern Iraq.
Capreolus capreolus italicus Festa, 1925:1. Type locality "R. Tenute di Castelporziano, Central Italy."
Capreolus capreolus grandis Bolkay, 1925:14. Type locality "Neighbourhood of Sarajevo, Yugoslavia."
Capreolus capreolus whittali Barclay, 1936:405. Type locality "near Alemdagh, 15 miles from Moda, Istambul."
Capreolus capreolus garganta Meunier, 1983:147. Type locality "La Garganta, 60 km north of Cordoba, South Spain."

Algemene samenvatting van bovenstaande. Capreolus capreolus is op dit moment monotypic (Sokoiovet al., 1992)

Bron: MAMMALIAN SPECIES No. 538, pp. 1-9, 3 figs. Capreolus capreolus. Door: Antoine J. Sempéré, Vladimir E. Sokolov, and Aleksey A. Danilkin
Published 27 December 1996 by the American Society of Mammalogists

Tekening: Reebok reegeit, reekalveren van Europese ree (Capreolus capreolus)

Europees ree

In het leefgebied van het ree komen de volgende grote hoefdieren voor eland, wild zwijn, edelhert, wisent, damhert, wild rund, wild paard, rendier, gems, steenbok, muskusos, moeflon, wilde waterbuffel, half ezel (kulan / onager) en saiga antilope. Hoe is nu de relatie met deze andere diersoorten?

Het ree is een herkauwer en evenhoevige die de jongen zoogt. De organen en ledematen krijgen hun stevigheid hoofdzakelijk van het geraamte. Dat geraamte, van botten, geeft stevigheid aan het lichaam en sommige botten, de wervels en de schedel, beschermen de belangrijkste zenuwen. De zenuwen geven signalen aan, en ontvangen signalen van de hersenen. Die signalen zorgen ervoor dat organen zoals ogen, oren maar ook darmen werken. Deze kenmerken verklaren de plek die reeën hebben gekregen binnen het 'dierenrijk'. Daarnaast onderscheiden de soorten zich in het gebruik van hun leefomgeving en samenleven met andere soorten.

Rijk dieren Animalia
Stam chordadieren Chordata
Klasse zoogdieren Mammalia
Orde evenhoevigen Artiodactyla
Familie hertachtigen Cervidae
Soort ree Capreolus capreolus

Chordadieren
Chordadieren omvat alle dieren die, althans in aanleg, een elastische, weefsel-achtige streng hebben die langs de gehele rug van het dier loopt, de chorda. Bij de gewervelde dieren zoals het ree, is die rug nog verstevigd door een serie ruggenwervels.

Zoogdieren
Dit zijn alle dieren die na de geboorte gezoogd worden. Wat wil zeggen dat ze in de eerste periode van hun leven worden gevoed met melk van de moeder. Tot de zoogdieren behoren naast alle bovengenoemde dieren ook bijv. mensen, katten, beren, zeehonden, konijnen en vleermuizen.

Herkauwers en evenhoevigen
Het Ree behoort tot de familie der hertachtigen (Cerviden). Samen met de rundachtigen (Boviden), zoals runderen, schapen, geiten, giraffen, nijlpaarden, antilopen, wildebeesten en kamelen behoren ze tot de herkauwers. De herkauwers, de varkens en de nijlpaarden vormen samen de orde van de evenhoevigen. Daarnaast staat de orde van de onevenhoevigen zoals de paarden, de ezel en de zebra.

Evenhoevigen kenmerken zich door het hebben van een even aantal tenen, meestal gevormd tot hoeven. Naast alle hertachtigen zijn ook koeien en varkens evenhoevigen. Van de evenhoevigen komen de herkauwers behalve in Australië en enkele eilanden over de gehele wereld voor in de meest uiteenlopende leefomstandigheden.

Hertachtigen
Een kenmerk van de familie van de hertachtigen (Cerviden) is dat ze een gewei dragen. Geweien worden ieder jaar afgeworpen en opnieuw gevormd. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld rundachtige herkauwers (Boviden) die horens bezitten. Horens groeien jaar op jaar verder.

Een ander verschil tussen geweidragers en hoorndragers is dat alleen de mannelijke dieren geweien dragen (met uitzondering van de rendieren) terwijl bij de hoorndragers als regel beide geslachten horens bezitten.

Het Europees ree (Capreolus capreolus) is een soort van het geslacht Capreolus.

Een soort kan zich onder natuurlijke omstandigheden ontwikkelen met vruchtbare nakomelingen. De soortspecifieke kenmerken van een dier zoals de lichaamsvorm, omvang, kleur en erfelijke eigenschappen bepalen dat het te onderscheiden is van andere diersoorten. Als dat onderscheid minder duidelijk is geeft dat een mogelijke verwantschap met de andere soort aan, bijvoorbeeld het Siberisch ree. Kruisingen tussen soorten komt maar zelden voor.

De soorten hertachtigen (herten) zijn goed te onderscheiden. Het ree is niet de enige soort die in Nederland voorkomt. We kennen ook het damhert, edelhert en eland. Hier zetten we de soorten herten op een rij.

het Europees ree
Het ree is klein: schouderhoogte ongeveer 70 cm. Het gewei is ook klein en wordt niet veel langer dan 25 cm en heeft onder normale omstandigheden nooit meer dan drie zijtakken per stang. Het gewicht ligt rond de 25 kg: een waarde die sterk afsteekt tegenover het gewicht van het Edelhert.

Tekening: Ree naast damhert, edelhert, eland

het damhert
Het damhert is niet zoals het ree en edelhert inheems, maar is eeuwen geleden geïmporteerd uit zuidelijker landen. Damherten zijn kleiner dan edelherten: de schouderhoogte ligt zo'n 30 cm hoger als het ree. Het meest opvallende kenmerk wordt door de mannelijke dieren gedragen, het schotelvormige gewei. Daarnaast damherten hun hele leven stippen in hun vacht en bij het vluchten, een karakteristieke manier. Ze huppen dan min of meer tegelijkertijd op alle vier poten, waarbij de staart op en neer zwaait.

Het damhert is het meest bekend omdat het veel in gevangenschap wordt gehouden. Maar zij komen inmiddels ook in de natuur voor, op de Veluwe, in de Amsterdamse Waterleidingduinen en op Walcheren. De meeste damherten die daar leven zijn donker gekleurd en minder opvallend gespikkeld als hun soortgenoten die als parkherten worden gehouden.

het edelhert
De mannelijke herten bereiken een schofthoogte van zo'n één meter dertig en een gewicht van 75 tot 125 kilogram. Zij zijn daardoor de grootste hertensoort van ons land. De vrouwelijke dieren, hindes, zijn kleiner. Alleen mannetjes dragen een gewei van stangen die wel een meter lang kunnen worden en die samen ongeveer acht kilogram wegen. De geweistangen zijn vertakt.

Gebieden met edelherten zijn jarenlang met afrasteringen van de landbouwgronden afgeschermd. In de overige gebieden mochten de dieren niet voorkomen. Tegenwoordig probeert men de de dieren wat meer de ruimte te geven.

de eland
De mannetjes elanden, stieren, bereiken een schofthoogte van één meter tachtig tot twee meter vijfentwintig. Deze enorme dieren hebben een opvallend brede snuit. Naast de enorme omvang is het gewei van de stier groot, tot circa twee meter in doorsnede.

Het eland kwam vroeger in de moerassen van Nederland voor. Elanden komen nu alleen nog in afgesloten gebieden voor, als gehouden dieren.

Naast het Europese ree komt in het oostelijke deel van het verspreidingsgebied een andere soort ree voor; het Siberisch ree ( Capreolus pygargus ).

Het Siberisch ree werd eerst (Pallas, 1777) beschouwd als een ondersoort van het Europese ree. De naam was toen Capreolus capreolus pygarus, Het Siberisch ree wordt nu echter gezien als een aparte soort.

De scheiding tussen de twee soorten wordt gevormd door het Kaukasus gebergte, klein Azië en Noord-west Iran. Sommige bronnen waaronder Stubbe, beweren dat in het overgangsgebied kruisingen tussen de twee soorten voorkomen.

Capreolus capreolus onderscheid zich van C. pygargus (Siberisch ree) door een kleiner lichaam, schedel en gewei, door kleurverschillen van kop en geurklieren en door minder B-chromosomen. 

Afbeelding kop reebok Siberisch ree (Capreolus pygargus)

Siberisch ree

Metingen* aan elf verschillende populaties van C. capreolus en vergeleken met negen populaties van C. pygargus gaven als resultaat:

  Capreolus capreolus Capreolus pygargus
lengte van neus tot puntje staartbot 107-126 cm 126-144 cm
schofthoogte 66-83 cm 82-94 cm
gewicht 22-32 kg 32-48 kg
lengte van de schedel 18-20 cm 20-23 cm
maximum lengte van de geweistangen 18-26 cm 28-34 cm
chromosomen 70 70 +
1-14 B-chromosomen
leefgebied Europa tot Kaukasus gebergte Azië tot Kaukasus gebergte

* Beschrijving naar: Capreolus capreolus (1996) door Antoine J. Sempéré, Vladimir E. Sokolov en Aleksey A. Danilkin

Vaak hoor je mensen spreken en schrijven over het ree anderen over de ree. Blijkbaar halen de deskundigen de ree en het ree door elkaar.

Hoe zit dat nu feitelijk?

In de Woordenlijst Nederlandse Taal staat: ree(dier), de en het, reeën [ree·en], reetje [ree·tje]

Zowel de als het kunnen gebruikt worden. Dit komt door het niet gebruiken, vervagen, van het woordgeslacht. Met de lidwoorden de en het wordt namelijk bepaald of een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. De staat voor mannelijk of vrouwelijk en het voor onzijdig. In het geval van reeën is het dus de reebok of de reegeit en het reekalf.

Als het woord ree wordt gebruikt is dit moeilijker en vaak niet geslacht gerelateerd. In dat geval wordt het, in combinatie met ree, gebruikt. Maar als wel duidelijk is om welk geslacht het gaat hoor je het lidwoord de te gebruiken. Bijvoorbeeld: De ree droeg een gewei of de ree gaf het reekalf melk. Beter is het dan de reebok of de reegeit te schrijven.

Om het nog wat moeilijker te maken wordt ree ook gebruikt als soortnaam. Ook hier is sprake van vervagen van het woordgeslacht. Als we de regels consequent zouden doorvoeren is de juiste combinatie het soort en het ree.

In het Kenniscentrum proberen we het bovenstaande toe te passen. Graag horen we of we dit onjuist hebben gedaan.