Zeker! Veel mensen zijn zich niet bewust dat zij een klein maar niet te verwaarlozen en toenemend risico lopen op een aanrijding met wild.

Bewust zijn en goed opletten voor de gevaren die horen bij rijden door de natuur zorgen relatief goedkoop dat veel leed wordt voorkomen. Dit bewust zijn in combinatie met deskundig nemen van verkersmaatregelen maakt dat levensbedreigende aanrijdingen met grote wilde hoefdieren enorm worden teruggedrongen.

Door: 22/02/2010 Harry Draijer

Afbeelding: Verkeersbord overstekend wild

Iedereen kent het bord J27 wel dat waarschuwt voor overstekend wild. Maar doe je ook iets met die informatie als je het tegen komt langs de weg? Ik heb me er nooit iets van aangetrokken. Moet ik langzamer gaan rijden of beter opletten? Is er wel wild dat oversteekt? Ik heb in Nederland nog nooit een hert of ree de snelweg zien oversteken. Tot onlangs een kennis een overstekend hert aanreed. Hert dood en een enorme ravage aan de auto. Google brengt snel naar boven dat ruim een miljoen wilde dieren per jaar worden aangereden (egels, konijnen, ganzen, wilde zwijnen, reeën en herten). In 1998 werden circa 2.500 reeën en herten aangereden. Dat zijn er bijna 7 per dag! Oeps, veel meer dan ik gedacht had.

Het laat maar weer eens zien hoe wij in het dagelijks leven risico's geheel anders inschatten dan binnen de risicoanalyse. Volgens de definitie kan het risico van een gebeurtenis gezien worden als een combinatie van de ernst van de mogelijke gevolgen en de kans dat de gebeurtenis optreedt. De gevolgen kunnen we meestal rationeel wel begrijpen. Maar de ernst die we voelen, neemt toe naar mate bekenden of wijzelf uit ervaring kunnen spreken. Het neerstorten van het Turkse vliegtuig nabij Schiphol kreeg voor rnij een heel andere dimensie, toen ik iemand ontmoette die dit had meegemaakt.

En wat is een kans? Vrijwel niemand heeft daar een gevoel bij dat rationeel klopt. Alle deelnemers aan een loterij zijn daar een goed voorbeeld van. Als je een gevaar nog nooit hebt meegemaakt en niemand ervan kan verhalen, dan beschouwen we de kans dat het daadwerkelijk gebeurt als nihil en verwachten we bij 20% kans op regen niet dat het droog blijft? De uitspraak dat de kans op een overstroming in Nederland 1 op 4000 jaar is, interpreteren we graag als 'over' 4000 jaar. Die kans blijft echter elke dag hetzelfde.

Risico en gevaar relateren we ook aan (zelf)vertrouwen en de mate waarin we de situatie onder controle (denken) te hebben. Zo kan een bestuurder van een Audi A4 met winterbanden veel (zelf)vertrouwen hebben, gecombineerd met een 'in-control' gevoel, dat hij/zij zelf met glad weer geen reden ziet om langzamer te rijden.

Door de evolutie zijn we geconditioneerd om op praktische wijze met risico's in ons leven om te gaan. Het valt vaak niet mee om dit los te laten, als het nodig is.

Uit studies naar dieren in het verkeer blijkt dat er een aantal gemeenschappelijke kenmerken zijn van locaties met een hoog risico. Deze zijn vaak in gebieden waar wegen door de leefomgeving van een bepaalde diersoort lopen. Dus buiten de bebouwde kom in natuur op plekken waar bosschages, beken en sloten de weg kruisen. En in die gebieden met name de lange, brede, rechte stukken weg met glooiende bochten. De veronderstelling is dat bij goede eigenschappen van de weg (lang, breed en recht) automobilisten de neiging hebben om zich veiliger en zekerder voelen, en dus sneller gaan rijden.

Het risico van het krijgen van een botsing is niet beperkt tot de landwegen of snelwegen. Wilde dieren zijn ook aanwezig in stedelijke omgevingen. Verbindingswegen tussen voorsteden doorsnijden vaak leefgebieden voor dieren en het vertrouwd zijn met die wegen verminderd het bewust zijn van de gevaarlijke situaties die kunnen ontstaan.

Onderzoek toont aan dat botsingen kunnen optreden op elk moment. Afhankelijk van de diersoort verschuift het moment van meeste aanrijdingen in het jaar. Het grootste deel van de aanrijdingen vindt plaats tussen tussen 19:00 uur 's avonds en 07:00 's morgens.

In Duitsland is door ADAC daar in 2010 onderzoek naar gedaan. Op onze provinciale wegen rijden we een snelheid van 80 km/uur waarboven het kritiek wordt bij een confrontatie met een dier.

Hoe sneller een voertuig onderweg is des te langer is de remweg. Bij een snelheid van 80 kan een automobilist het voertuig nog tijdig tot stilstand brengen als plotseling op 60 meter afstand een dier op de straat springt. Bij 100 km/u lukt dat niet meer. De bestuurder botst met een snelheid van meer als 60Km/u op het dier.

Tekening: Impact botsingen net wilde dieren

Dierlijk gedrag is gerelateerd aan de "vecht-of-vlucht reactie". Er is een bepaalde hoeveelheid ruimte waarin een dier zich veilig voelt. Zodra die grens wordt geschonden is de reactie van het dier onvoorspelbaar. Zelfs als een dier u ziet kan het nog steeds voor uw voertuig springen. De meeste dieren leven samen zoals reeën, wilde zwijnen en edelherten. Als één dier de weg kruist, kunnen anderen volgen. Bovendien kan het omkeren en de weg opnieuw oversteken. Dus ook dieren die rustig aan de kant van de weg staan kunnen op de weg komen.

In een poging om te voorkomen dat roofdieren hen vangen, vluchten veel dieren. Zij proberen daarbij de achtervolger te ontwijkend. Daarbij maken ze zoveel mogelijk snelheid om plotseling uit het zicht van de predator te vluchten. Dat is ook waarom bijvoorbeeld herten plotseling springen voor een onverwacht voorwerp zoals een voertuig. De dieren zijn als het ware "geprogrammeerd" om te reageren op een bedreiging.

Net als voor mensen is een weg een gevaarlijke plaats. Maar ook voor wilde dieren hebben wegen voordelen waar ze door worden aangetrokken. Bijvoorbeeld omdat de weg een opening vormt in de begroeiing, warmte biedt en voedsel en mineralen levert. In de winter is de weg makkelijk begaanbaar en in de zomer zorgt de wind voor verlichting tegen bijtende insecten.

Reflectoren zijn prisma's of spiegels gemonteerd op paaltjes of ander wegmeubilair langs de kant van de weg. Als koplampen in de prisma's schijnen reflecteren deze het licht in de berm naar het aangrenzende terrein. Dit weerspiegelde licht valt de dieren op en het leidt hen af van het oversteken van de weg. Daarbij is de afstand tussen de spiegels van belang. Bij een juiste afstand ontstaat er een bewegende tunnel van licht. Daarin horen geen onderbrekingen zijn. Onderbrekingen in de reflectoren zorgen er namelijk voor dat dit de 'rustigste' plek in de voortdurend oplichtende tunnel is. Het nodigt juist uit om over te steken. Ja de wildreflectoren zijn effectief mits deze goed geplaatst worden en voortdurend onderhouden worden. Bij een weg met een berm of achterliggend terrein die hoger of lager liggen worden de wildreflectoren overeenstemmend geplaatst.

Ze zijn het meest effectief als het lichtraster op de plek waar het wild de spiegels moet zien gesloten is en staat waar de dieren graag oversteken. Regelmatig dienen de wildaanrijdingen geanalyseerd te worden om te kijken of er gewenning optreed of dat er gaten in de lichttunnel ontstaan. Want dieren in het wild wennen aan het licht en juist dan nodigen de openingen in de lichttunnel uit om daar over te steken. Naast deze basis kennis van wildreflectoren is er behoefte aan kennis over het type wildspiegel, de meest effectieve kleur en de doeltreffendheid overdag.

Met goed onderhoud, kunnen hekken vrijwel alle botsingen voorkomen. Er zijn echter sterke biologische argumenten tegen volledig scheiden van mens, verkeer en natuur. Traditionele verbindingszones tussen natuurgebieden van dieren in het wild worden onderbroken en het leefgebied van de dieren wordt versnipperd.

Goed opletten en bewust zijn van de gevaren die horen bij rijden door de natuur en wildreflectoren bewust en deskundig inzetten kan relatief goedkoop veel leed voorkomen.