Landschapselementen hebben een belangrijke functie voor het behoud van wilde planten en dieren. Zo vinden dieren er broedgelegenheid, bescherming en gevarieerd voedsel.

De laatste decennia is vooral bij particuliere natuurbeheerders het besef ontstaan dat landschapselementen onmisbaar zijn voor de natuur. Ze fungeren bijvoorbeeld als verbindingszones en stapstenen tussen grote natuurgebieden waarlangs dieren en planten zich kunnen verplaatsen. Andere landschapselementen vormen geïsoleerde enclaves waar de laatste exemplaren van een zeer zeldzame soort over leven.

Deze natuurwaarden zien wij mensen als landschappelijke, cultuurhistorische, economische en sociaal maatschappelijke waarden. Dit geheel maakt het beheren en waar mogelijk herstellen of aanleggen van landschapselementen waardevol.

Ieder landschapselement is een kans voor de natuur en daarmee waardevol voor ons of het nu om een poel gaat, een bloemrijke weide, een bosje, een rij knotbomen of een solitaire boom. Daarmee maakt een landschapselement het landschap. Zij zijn bovendien vaak van cultuurhistorische waarde.

Het gemak waarmee we landschapselementen tegenwoordig weg kunnen halen maakt dat we goed na moeten denken waarom zouden we dit deel van het landschap laten bestaan? In ons geval is elk landschapselement een essentieel deel van de habitat voor reeën. Reeën zijn beschermde dieren.

Wanneer landschapselementen niet goed beheerd worden gaat het doel, zoals bijdragen aan het voortbestaan van planten en dieren, snel achteruit. Bosjes krijgen dan eenzijdige begroeiing, poelen slibben dicht en knotbomen verliezen hun karakteristieke kenmerken. Het gevolg is minder variatie in flora en fauna. Dat is een aanleiding voor beheer.

Vrijwilligers uit de streek om het landschapselement waaronder boeren, jagers en imkers zijn hierin van onschatbare waarde. Zij kennen de streek en hebben vaak belang bij een goed beheer. Dat belang is een waarborg voor het beheer.

Landschapselementen worden wel de stoffering van ons landschap genoemd. Dat klopt niet. Als je ze weghaalt is een belangrijk deel van het landschap weg. 

Landschapselementen geven het landschap een eigen charme en bepalen het karakter. Het zijn natuurgebiedjes, corridors en stapstenen voor beschermde soorten gelegen in het intensief gebruikte landschap. Voorbeelden van landschapselementen zijn houtwallen, hagen, kleine bosjes, poelen, vennen, bloemrijke weiden, overhoeken, knotwilgen, lanen, karresporen, stijlranden en dijkjes. De landschapselementen zijn vaak restanten van een eerder menselijk gebruik en kunnen dus een beschermde status hebben bijvoorbeeld als cultuurhistorische element.

De landschapselementen zijn vaak oud en bewaard gebleven. Ze zijn een aanwijzing voor de wijze waarop het landschap is ontstaan of gebruikt. Zo heeft Zuid-Limburg begroeide steil randen op hellingen zogenaamde graften en zijn op Texel tuunwallen te vinden. Tuunwallen bestaan uit gestapelde gras- en heideplaggen. Karakteristiek voor het veenweidegebied zijn de houtkaden.

Vooral het gebruik van de landschapselementen maakte dat de begroeiing namen kregen zoals bijvoorbeeld ‘boerengeriefhout’. Dit hout maakte het leven van de boeren geriefelijk. Zij gebruikten het voor afrasteringen, klompen, haardhout, gereedschap of voor de bouw van schuren en woningen.

Wallen al dan niet beplant met hagen deden recent vooral dienst als veekering. Mogelijk lag de oorsprong in het ‘onkruid’ vrij maken en beschermen van de tuun om later te ontdekken dat de plantendelen voedselrijkere grond opleverden die heerlijke planten en dieren aantrokken.

Met de komst van prikkeldraad en moderne beheertechniek verliezen landschapselementen veel van hun oorspronkelijke functies. Als de functies gevarieerde natuur en landschap niet worden benoemd en erkend is er een risico dat landschapselementen verdwijnen. Vaak weet men niet wat men wegdoet tot het verdwenen is. Waardevolle levensgemeenschappen van beschermde planten en dieren kunnen dan op de schop gaan.

Cookies instellen