Illustratie: Maaien voor Biodiversiteit 1, bron: ©Frank Verhagen
Illustratie: Maaien voor Biodiversiteit 2, bron: ©Frank Verhagen
Illustratie: Maaien voor Biodiversiteit 3, bron: ©Frank Verhagen
Illustratie: Maaien voor Biodiversiteit 4, bron: ©Frank Verhagen

Wilt u ook maaien  voor soortenrijkdom? De onderstaande werkwijze beperkt het aantal slachtoffers onder dieren tot een minimum en tast zo min mogelijk het terrein aan:

  • Maaitijden zijn indicatief, de vegetatie en de terreinomstandigheden bepalen de exacte maai-tijdstippen.
  • Werkmethode en in te zetten machines dienen afgestemd te zijn op het behoud van dieren en het terrein om slachtoffers, insporing en verdichting tot een minimum te beperken.
  • Maak de avond of morgen voor het maaien vreemd. Bijv. door het perceel af te zoeken met een natuurdrone en ophangen van zakken. Werk zoveel mogelijk van binnen naar buiten.
  • Terreinen kunnen zacht en/of nat zijn. Indien gewenst door de directie dienen deze graslanden met een wetlandtrack o.g. gemaaid en geruimd te worden.
  • Bij percelen die grenzen aan verharding dient tenminste de eerste 1,5 meter vanaf de verharding gemaaid te worden ivm. uitzichthoeken. Van al het overige te maaien oppervlak dient ca 15% te worden overgeslagen tbv flora en fauna.
  • Exacte vorm en locatie van te sparen deel/delen zijn door de maaier ter plaatse te bepalen. Vakken mogen aaneengesloten of verspreid over het gebied worden gekozen. Minimaal oppervlak per vak is 10 m2
  • Meest bloemrijke en/of schrale deel van de vegetatie sparen, zonder bomen, opslag of ruigtekruiden De ruigtekruiden reuzen berenklauw, Japanse duizendknoop, akkerdistel, ridderzuring, brandnetel en braam kunnen altijd gemaaid worden.
  • Invasieve exoten als Reuzen berenklauw en Japanse duizendknoop worden als zodanig behandeld.
  • Houtige opslag van tot bomen uitgroeiende soorten, dient altijd gemaaid te worden.

Speciaal voor insecten:

  • Maaihoogte op hoger dan 10 cm instellen: Veel insecten zetten hun eitjes af onder in de vegetatie en rupsen trekken zich hier terug om te verpoppen of te overwinteren.

De reeën in Nederland profiteren enorm van grote variatie aan natuurlijke leefomstandigheden. Dat wordt bevorderd door beheer dat streeft naar natuurvriendelijke randen en bermen. Kenmerkend voor natuurvriendelijke randen zijn het bodemleven en de insecten. Bodemleven en insecten zijn afhankelijk van wilde planten. En planten zijn het voedsel voor de reeën. Daarnaast zijn de insecten goed voor de bestuiving van onze voedselgewassen, voor het onderdrukken van plagen en als voedsel voor vogels. 

Boeren en natuurbeheerders zoeken daarom naar maatregelen om insecten te helpen. Eén van de resultaten van die zoektocht lees je in het in 2018 verschenen rapport en brochure 'Beheermaatregelen voor insecten in graslanden in midden Friesland'. Deze hebben we voor u samengevat.

Elk insect heeft zo diens eigen plant en plantendelen nodig zoals bloemen, bladeren en afgestorven plantendelen als essentiële leefomstandigheden. Veel van de insecten leggen hun eitjes op planten. Aan planten is geen gebrek! Maar de rupsen die uit de eitjes komen hebben wel voldoende tijd nodig om te groeien, te verpoppen en te overwinteren. Voor sommige soorten duurt die volledige levenscyclus wel elf maanden, bijvoorbeeld bij het oranjetipje. Andere soorten overwinteren als vlinder. Ook die hebben een veilige plek nodig bijvoorbeeld in een ruige rand, berm of het struikgewas. Tot slot heeft een vlinder een overvloed aan bloeiende kruiden nodig als bron van voedsel in de vorm van stuifmeel en nectar.

Beheren
Onderzoek maakte het mogelijk om van een aantal beheermaatregelen in te schatten wat de effecten zijn op dagvlinders, bijen en bodembewonende insecten. De conclusie is dat gefaseerd maaien ook zonder de speciale aanleg van een bloemenrand, leidt tot een positief effect op de aantallen en variatie in soorten kruiden en insecten.

Gefaseerd maaien betekent dat bij elke maaibeurt ten minste 15%, (maar liever meer!) van de oppervlakte blijft staan. Daardoor zorg je ervoor dat er ook na het maaien nog nectarplanten, waardplanten en schuilplekjes aanwezig zijn. De overgang van korte naar langere vegetatie is bovendien voor de insecten van belang vanwege de beschutting en de mogelijkheid op te warmen. Het makkelijkst is het laten staan van een deel van elk perceel, maar je kunt er bijvoorbeeld ook voor kiezen stukken te laten staan waar op dat moment veel bloemen bloeien of de gewenste kruiden staan. Of te bepalen waar een extra maaibeurt nodig is bijvoorbeeld daar waar de vegetatie erg hoog wordt en gaat liggen. Hoe kronkeliger het maaipatroon en dus begrenzing hoe meer resultaat, omdat je meer variatie in de langere randlengte creëert. Het gefaseerd maaien van bijvoorbeeld slootkanten en bermen doe je door een minimaal de helft (in lengte) alleen in mei te maaien en de andere helft (in lengte) in de nazomer (september) te maaien. Al het maaisel wordt elders gecomposteerd voor hergebruik.

Plan dit gefaseerde maaien zodat het schonen van de sloot er zo min mogelijk mee in de knel komt. En probeer zo goed mogelijk rekening te houden met de ecologie van de insecten. Als algemene richtlijn kan worden aangehouden dat je het beste kunt maaien als de insecten vliegen en dus kunnen wegvliegen. Dat kunnen ze niet als het koud of nat is. Het geschikte moment is daarom later op de dag, bij zonnig weer en niet ’s nachts of als het regent!

Afbeelding: Bloeiende kruidenrand in coulissen landschap Almen


Het is dus de kunst de biodiversiteit te behouden en te verbeteren. Vaak is verschralen niet het doel van het beheer! Je begint dan direct met het invoeren van gefaseerd maaien. Bepaal dus lokaal wat er met het maaisel moet gebeuren! Is het wel de bedoeling te verschralen voer dan het maaisel binnen 2-3 dagen af.

Om het optimale resultaat te krijgen voor de dieren en gewenste planten kun je beter:

  • Niet ongewenste kruiden doodspuiten voordat er ingezaaid wordt
  • Niet de vlek of rand voor 100% maaien
  • Niet maaisel, hekkelspecie of bagger op de rand deponeren
  • Niet de rand bemesten
  • Niet de rand klepelen
  • Niet de rand beweiden of na beweiden

Maaien gebeurt traditioneel grootschalig en snel. Wil je een zo groot mogelijke soortenrijkdom houden en krijgen en wil je slachtoffers van maaien voorkomen kun je beter:

  • Wel de maaimachine op het doel behoud fauna afstemmen
  • Wel gefaseerd maaien voor soortenrijkdom
  • Wel de werkzaamheden plannen met vrijwilligers
  • Wel schouwen voor de werkzaamheden: Drones redden reeën en ...
  • Wel de tijd nemen! Dus de snelheid van de machine beperken!
  • Wel de maaier belonen voor wat deze heeft gezien/gemeld/gered
  • Wel vreemdmaken
  • Wel van binnen naar buiten maaien

Lees voor uw keus van de maaimachine: Mähtechnik und Artenvielfalt

Als er wel ingezaaid gaat worden kies dan een goed mengsel met meerjarige plantensoorten maar zonder grassoorten en maak een minimaal 3 meter brede vlek of rand geschikt om te zaaien. Bedenk dat het om natuur gaat! Dus mechanisch onkruid bestrijden. Maak gebruik van bevriezen en verdrogen! Zaai hier het mengsel in het najaar in. In het eerste jaar na inzaai kan veelal worden volstaan met één maaibeurt in september.

Om in het eerste seizoen snel gewenste kruiden te krijgen kun je deze zaaien. Het is belangrijk een goed mengsel te kiezen. Geredeneerd vanuit natuur kun je het best werken met zaden van inheemse plantensoorten. Het beste tijdstip om te zaaien is eind september. Je zaait in het najaar omdat bij zaaien in het voorjaar de onkruiddruk en gevoeligheid voor droogte hoger is.

Maai eerst de bestaande vegetatie kort af en trek de grasmat ondiep open, bijvoorbeeld door te frezen. Bewerk niet dieper dan 10 cm en probeer zoveel mogelijk graspollen te verwijderen. Men noemt dit een “vals zaaibed”) Laat het zaaibed één á twee weken rusten en bewerk het nog een keer oppervlakkig. Daarmee voorkom je een groot percentage dominante en minder gewenste onkruiden. Zaai daarna het mengsel in. In veel gevallen is één gram per vierkante meter voldoende.

In natuurgebieden en wegbermen wordt inzaaien afgeraden. Het is daar beter om met behulp van een gefaseerd maaibeheer naar meer kruidenrijkdom te streven. Vaak is in de bodem nog zaad van allerlei planten aanwezig. Dit kan versneld worden door het maken van een vals zaaibed en een dunne laag maaisel van een vergelijkbaar maar kruidenrijkere vegetatie op de losgemaakte grond te brengen.

Door gefaseerd maaien van randen en bermen kunnen kruiden en insecten in de overblijvende vegetatie overleven. Je begrijpt dat bovenstaande beheer ook prima op een volledig perceel kan worden toegepast.

Meer informatie kun je vinden op www.vlinderstichting.nl.


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
KvK-nr: 58588892

Logo - Kenniscentrum Reeën

Deel

Jij kunt ons helpen
bijv. door een bijdrage op
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
t.n.v. Kenniscentrum Reeën te Vorden

Cookies instellen