Praktische aandachtspunten voor het uitsteken, vervoeren en herplanten van bomen en struiken met blote wortel.
Bij het verbeteren van de leefomgeving van reeën en andere diersoorten worden regelmatig jonge bomen en struiken verplant. Soms komen deze uit een bestaande houtwal, bosrand of terrein. Tijdens het uitsteken van de planten valt de grond vaak van de wortels af. Dat lijkt misschien een probleem, maar veel bomen en struiken kunnen juist uitstekend als plant met blote wortels worden verplaatst.
Met de juiste aanpak vergroot je de kans dat bomen en struiken gaan groeien. Een goed ontwikkeld wortelstelsel helpt uitdroging te voorkomen en vormt de basis voor waardevolle dekking, voedselbronnen en verbindingen in het landschap.
Wat zijn planten met blote wortel?
Van een plant met blote wortel is sprake wanneer de wortels niet meer zijn omgeven door een kluit van grond. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer jonge struiken of boompjes met hun wortels uit de bodem worden gestoken.
Veel inheemse soorten kunnen in rusttoestand prima met blote wortels worden verplant. Denk bijvoorbeeld aan:
- meidoorn
- sleedoorn
- hazelaar
- Gelderse roos
- lijsterbes
- wilde appel
- wilde peer
- veldesdoorn
Waarom kiezen voor planten met blote wortel?
Een natuurlijk ontwikkeld wortelstelsel
Planten die in de volle grond zijn opgegroeid ontwikkelen doorgaans een sterker wortelstelsel dan planten die lange tijd in potten hebben gestaan. Daardoor kunnen ze na aanplant vaak beter doorgroeien.
Ideaal voor lokale hergebruikprojecten
Bij natuur- en landschapsbeheer komen regelmatig jonge bomen en struiken beschikbaar. Door deze een nieuwe plek te geven gaat waardevol plantmateriaal niet verloren en wordt de lokale genetische herkomst behouden.
Duurzame keuze
Het hergebruiken van planten uit de eigen omgeving beperkt transport, materiaalgebruik en afvalstromen. Daarmee is het een duurzame manier om landschappen te versterken.
Wanneer kun je bomen en struiken met blote wortel verplanten?
In het plantseizoen
Het plantseizoen is de periode waarin bomen en struiken het best kunnen worden verplant of aangeplant. Voor de meeste loofbomen en struiken loopt deze periode van november tot en met maart. In deze maanden zijn de planten in rust, waardoor ze minder vocht verdampen en het verplanten minder stress veroorzaakt.
Voor blad houdende bomen zoals naaldbomen geldt een meer specifiek advies. Deze worden bij voorkeur in het vroege najaar verplant. De bomen en struiken groeien nog, waardoor de wortels op de nieuwe groeiplaats kunnen herstellen en ontwikkelen voordat de winter aanbreekt. Dat is extra belangrijk omdat deze bomen ook in de winter vocht blijven verdampen en door het verplanten kunne verdrogen. Een goed ontwikkeld wortelstelsel helpt uitdroging te voorkomen en vergroot de kans dat de boom gaat groeien: aanslaat.
Houd bij het verplaatsen van bomen en struiken rekening met de volgende aandachtspunten:
- verplant bij voorkeur na de bladval;
- verplant vóór het uitlopen van de knoppen in het voorjaar;
- vermijd perioden met langdurige vorst;
- vermijd zeer droge omstandigheden.
Hoe korter de tijd tussen het uitsteken en het opnieuw planten, hoe groter de kans dat bomen en struiken succesvol aanslaan op hun nieuwe groeiplaats.
Zo plant je bomen en struiken met blote wortel
Stap 1: Voorkom uitdroging van de wortels
Laat wortels nooit onnodig in de zon of wind liggen. Dek ze af met vochtige grond, natte jute of plaats ze tijdelijk in een emmer water wanneer direct planten niet mogelijk is.
Stap 2: Bereid de plantlocatie voor
Verwijder sterke concurrenten zoals gras, braam of andere dominante begroeiing. Maak de grond los.
Stap 3: Graaf een ruim plantgat
Een ruim plantgat geeft de wortels ruimte om zich snel te ontwikkelen. Het plantgat moet groot genoeg zijn zodat de wortels vrij hangen, niet worden dubbelgevouwen of samengedrukt. Spreid de wortels zoveel mogelijk natuurlijk uit.
Stap 4: Plaats de plant op de juiste hoogte
Plant niet dieper dan de oorspronkelijke groeidiepte. Vaak is de overgang tussen wortels en de bovengrondse groei nog zichtbaar aan de stam, de wortelhals. Die wortelhals is de overgang tussen het ondergrondse en bovengrondse deel van de boom of struik.
Vul het gat met losse grond en druk deze licht aan zodat er goed contact ontstaat tussen wortels en bodem.
Stap 5: Geef water indien nodig
In een normale winter is watergeven vaak niet nodig. Bij droog weer of aanplant in het vroege voorjaar van blad houdende bomen kan een ruime hoeveelheid water helpen om de wortels goed te laten aansluiten op de bodem.
Aandachtspunten bij het verplanten
Werk snel
Blote wortels zijn gevoelig voor uitdroging. Zorg daarom dat planten zo snel mogelijk op hun nieuwe plek komen.
Pas op met grote exemplaren
Jonge bomen en struiken slaan meestal veel beter aan dan oudere en grotere exemplaren. Naarmate een plant ouder wordt, gaat bij het uitsteken meer wortelmassa verloren. In het bos geldt beter jong en meer geeft meer overlevingskans.
Beperk beschadigingen
Beschadigde wortels of gescheurde bast vergroten de kans op uitval. Werk daarom zorgvuldig bij het uitsteken, vervoeren en planten. Het is nieuw leven.
Verzorging na aanplant
De eerste jaren na het planten zijn vaak bepalend voor het succes van bomen en struiken. Juist in deze fase kan een kleine beheerinspanning een groot verschil maken voor de verdere ontwikkeling.
Controleer daarom regelmatig of de aanplant aanslaat, voorkom dat jonge planten worden overgroeid door gras, braam of andere concurrerende vegetatie en geef waar nodig bescherming tegen vraat. Dus:
- Controleer regelmatig op droogte.
- Bescherm jonge aanplant waar nodig tegen vraat en vegen.
- Houd concurrerende begroeiing rondom de plant beperkt.
- Vervang eventueel uitgevallen planten om de beoogde structuur te behouden.
Na de aanplant verschuift de aandacht naar beheer. Daarbij kan de regel van drie in bosbeheer een handig hulpmiddel zijn. Deze vuistregel gaat ervan uit dat beheermaatregelen plaatsvinden met tussenpozen die telkens ongeveer drie keer zo lang worden. Denk bijvoorbeeld aan aandacht voor de aanplant na een maand, na drie maanden na een jaar en vervolgens na jaar 3 , jaar 9, jaar 27 en later. Afhankelijk van de ontwikkeling van de beplanting kan het daarbij gaan om vrijstellen van jonge bomen en struiken, het begeleiden van gewenste soorten, het uitvoeren van dunningen of het stimuleren van verjonging.
De regel van drie helpt bij de leefomgevingsverbetering die niet stopt na het planten. Een boom of struik staat vaak binnen enkele minuten in de grond, maar de ontwikkeling van een waardevol landschapselement vraagt tientallen jaren aandacht. Door al bij de aanleg vooruit te kijken naar toekomstige beheermaatregelen, vergroot je de kans op een duurzame en gevarieerde leefomgeving voor reeën en andere soorten.
Waarom dit belangrijk is voor reeën
Struweel, bosranden en kleinschalige landschapselementen bieden reeën voedsel, rust en dekking. Door vrijgekomen bomen en struiken opnieuw te gebruiken, kunnen vrijwilligers en terreinbeheerders met relatief weinig middelen waardevolle leefgebieden versterken.
Een zorgvuldig verplaatste struik of boom kan uitgroeien tot een belangrijk onderdeel van een toekomstbestendige leefomgeving voor reeën én vele andere soorten. 🌱🦌
Bron van de inspiratie voor de structuur en teeltkundige principes: "Alles wat u moet weten over rozen met blote wortel" van Lens Roses. De tekst hierboven is specifiek herschreven voor het verplaatsen en aanplanten van inheemse bomen en struiken binnen landschaps- en leefomgevingsverbetering.