Plan

  • Gesprekken met grondgebruiker en/of eigenaar
  • Oordeel over impact op andere landschapselementen
  • Perceelkeus voor randenbeheer
  • Nemen van bodemmonsters voor bepalen zuurgraad en voedingstoestand

Ontwikkel beheerregime

  • Kies voor éénjarige cyclus of overjarige cyclus
  • Overweeg sinusbeheer i.v.m. voedsel voor kuikens
  • Regel ondersteuning door partners en machines
  • Maak en handhaaf bemestings- en bekalkingsadvies

Beheren

  • Bereid het perceel voor
  • Beheer de aangrenzende mantel
  • Kies het plant- en/of zaaigoed
  • Bemest doelgericht het perceel
  • Bereid de grond voor
  • Zaai en plant
  • Beheer het perceel conform beheerplan

Waar vind je land?

De leefomstandigheden voor onze wilde dieren verbeteren zou de eervolle taak van ons allemaal moeten zijn. Tot nu toe verplicht de wet de jachthouder, grondeigenaar en of grondgebruiker om een redelijke stand van het in zijn veld aanwezige wild te handhaven dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken en om schade door in zijn veld aanwezig wild te voorkomen.

Afbeelding: In mei ingezaaide locatie voor randenbeheer in bosrijk gebied


De mogelijkheden om de leefomstandigheden voor het wild te verbeteren zijn bijna eindeloos. Aan een optimaal wildbeschermingsgebied voor de kleine wilde dieren en grote wilde hoefdieren worden daarbij specifieke eisen gesteld. Deze te realiseren en daarvoor de juiste plek te vinden en veilig te stellen is zeker geen eenvoudige opgave. We willen u daarom een aantal belangrijke tips geven:

  • Verzamel adressen, kaarten en eigendomsgegevens
  • Markeer potentiële locaties en gebieden in uw omgeving. Dat kunnen zijn; heggen, singels, bosjes, taluds, kleine ruigten, drassige of schaduwrijke landbouwgrond, maaipaden, kapvlaktes, enzovoort
  • Alle locaties langs drukke straten, spoorrails of oppervlakten die het wild over doorgaande wegen lokken kunt u beter gelijk schrappen.
  • Inventariseer markt conforme prijzen om akker- of weiland te huren of pachten.
  • Wildakker of Wildweide? Welk mengsel? De analyse op basis van de catalogus uitvoeren.
  • Met alle bovenstaande informatie gaat u naar de grondgebruiker of -eigenaar. Kies daarvoor een geschikt moment, bijvoorbeeld in de wintermaanden. Belangrijke argumenten bij de onderhandelingen zijn ook het terugdringen van de wildschade en verkeersslachtoffers door afleiding en de blijvende waarde voor andere grondgebruikers van hetzelfde gebied.

Wie betaalt de huur, het onderhoud, het zaad en mogelijk zelfs de misoogst?

  • Inventariseer bij de lokale wild-, faunabeheereenheid of organisatie voor agrarisch natuurbeheer naar lokale subsidieregelingen.
  • Vraag landelijk jagers-, natuurbescherming- en landbouworganisaties naar regionale en nationale subsidieregelingen.

Maar wees voorzichtig. Dubbel subsidies ontvangen is niet toegestaan. Vraag daarom, in gebieden waar al gebruik wordt gemaakt van overheidsbijdragen, nooit extra geld aan.

Als dit tot niets leidt dan blijft niets anders over dan de biotoopverbetering zelf te betalen. Daarbij kun je de steun vragen van andere gebruikers van het gebied bijvoorbeeld recreanten, fotografen, imkers en/of jagers.

De reeën in Nederland profiteren enorm van grote variatie aan natuurlijke leefomstandigheden. Dat wordt bevorderd door beheer dat streeft naar natuurvriendelijke randen en bermen. Kenmerkend voor natuurvriendelijke randen zijn de samenstelling en hoeveelheid insecten. Die insecten stimuleren is dan ook goed voor de reeën. Dat is daarnaast goed voor het behoud van wilde planten, de bestuiving van onze voedselgewassen, ter voorkoming van plagen en als voedsel voor bijvoorbeeld (weide)vogelkuikens.

Boeren en natuurbeheerders hebben daarom samen gezocht naar maatregelen om insecten te helpen. Eén van de resultaten van die zoektocht lees je in het in 2018 verschenen rapport en brochure  'Beheermaatregelen voor insecten in graslanden in midden Friesland'. Deze hebben we voor u samengevat:

Elk insect heeft zo diens eigen plant en plantendelen nodig zoals bloemen, bladeren en afgestorven plantendelen als essentiële leefomstandigheden. Veel van de insecten leggen hun eitjes op planten. Aan planten is geen gebrek! Maar de rupsen die uit de eitjes komen hebben wel voldoende tijd nodig om te groeien, te verpoppen en te overwinteren. Voor sommige soorten duurt die volledige levenscyclus wel elf maanden, bijvoorbeeld bij het oranjetipje. Andere soorten overwinteren als vlinder. Ook die hebben een veilige plek nodig bijvoorbeeld in een ruige rand, berm of het struikgewas. Tot slot heeft een vlinder een overvloed aan bloeiende kruiden nodig als bron van voedsel in de vorm van stuifmeel en nectar.

Beheren
Onderzoek maakte het mogelijk om van een aantal beheermaatregelen in te schatten wat de effecten zijn op dagvlinders, bijen en bodembewonende insecten. De conclusie is dat gefaseerd maaien ook zonder de speciale aanleg van een bloemenrand, leidt tot een positief effect op de aantallen en variatie in soorten kruiden en insecten.

Afbeelding: Bloeiende kruidenrand in coulissen landschap Almen


Op kruidenrijke terreinen hoeft er geen mengsel ingezaaid te worden. Je begint direct met gefaseerd maaien. Voer het maaisel altijd af binnen 2-3 dagen. Gefaseerd houdt in dat tenminste 15% van het oppervlak van de rand niet gemaaid wordt. Als er wel ingezaaid gaat worden kies dan een goed mengsel met meerjarige plantensoorten maar zonder grassoorten en maak op een strook van minimaal 3 meter breed een vals zaaibed. Zaai hier het mengsel in het najaar in. In het eerste jaar na inzaai kan veelal worden volstaan met één gefaseerde maaibeurt, bij voorkeur in september.

Om het optimale resultaat te krijgen voor de dieren en gewenste planten kun je beter niet:

  • bestaande vegetatie doodspuiten voordat er ingezaaid wordt
  • ongewenste kruiden doodspuiten
  • de rand voor 100% maaien
  • het maaisel, hekkelspecie of bagger op de rand deponeren
  • de rand bemesten
  • de rand klepelen
  • de rand beweiden of na beweiden


Gefaseerd maaien
Maaien gebeurt tegenwoordig grootschalig en snel. Wil je slachtoffers van maaien voorkomen dienen verschillende maatregelen te worden genomen:

  • Maaien doorgeven aan de wildbeheerders
  • Zelf schouwen: Drones redden reeën en ...
  • Vreemdmaken
  • Van binnen naar buiten maaien
  • Snelheid beperken

Speciaal voor insecten:

  • Maaihoogte op hoger dan 10 cm instellen: Veel insecten zetten hun eitjes af onder in de vegetatie en rupsen trekken zich hier terug om te verpoppen of te overwinteren.

Gefaseerd maaien betekent dat bij elke maaibeurt ten minste 15%, (maar liever meer!) van de oppervlakte blijft staan. Daardoor zorg je ervoor dat er ook na het maaien nog nectarplanten, waardplanten en schuilplekjes aanwezig zijn. De overgang van korte naar langere vegetatie is bovendien voor de insecten van belang vanwege de beschutting en de mogelijkheid op te warmen. Het makkelijkst is het laten staan van een deel van elk perceel, maar je kunt er bijvoorbeeld ook voor kiezen stukken te laten staan waar op dat moment veel bloemen bloeien of de gewenste kruiden staan. Of te bepalen waar een extra maaibeurt nodig is bijvoorbeeld daar waar de vegetatie erg hoog wordt en gaat liggen. Hoe kronkeliger het maaipatroon en dus begrenzing hoe meer resultaat, omdat je meer variatie in de langere randlengte creëert. Het gefaseerd maaien van bijvoorbeeld slootkanten en bermen doe je door een minimaal de helft (in lengte) alleen in mei te maaien en de andere helft (in lengte) in de nazomer (september) te maaien. Al het maaisel wordt elders gecomposteerd voor hergebruik.

Plan dit gefaseerde maaien dusdanig dat het schonen van de sloot er zo min mogelijk mee in de knel komt. En probeer zo goed mogelijk rekening te houden met de ecologie van de insecten. Als algemene richtlijn kan worden aangehouden dat je het beste kunt maaien als de insecten vliegen en dus kunnen wegvliegen. Dat kunnen ze niet als het koud of nat is. Het geschikte moment is daarom later op de dag, bij zonnig weer en niet ’s nachts of als het regent!

Zaaien
Om in het eerste seizoen snel gewenste kruiden te krijgen kun je deze zaaien. Het is belangrijk een goed mengsel te kiezen. Geredeneerd vanuit natuur kun je het best werken met zaden van inheemse plantensoorten. Het beste tijdstip om te zaaien is eind september. Je zaait in het najaar omdat bij zaaien in het voorjaar de onkruiddruk en gevoeligheid voor droogte hoger is.

Maai eerst de bestaande vegetatie kort af en trek de grasmat ondiep open, bijvoorbeeld door te frezen. Bewerk niet dieper dan 10 cm en probeer zoveel mogelijk graspollen te verwijderen. Men noemt dit een “vals zaaibed”) Laat het zaaibed één á twee weken rusten en bewerk het nog een keer oppervlakkig. Daarmee voorkom je een groot percentage dominante en minder gewenste onkruiden. Zaai daarna het mengsel in. In veel gevallen is één gram per vierkante meter voldoende.

In natuurgebieden en wegbermen wordt inzaaien afgeraden. Het is daar beter om met behulp van een gefaseerd maaibeheer naar meer kruidenrijkdom te streven. Vaak is in de bodem nog zaad van allerlei planten aanwezig. Dit kan versneld worden door het maken van een vals zaaibed en een dunne laag maaisel van een vergelijkbaar maar kruidenrijkere vegetatie op de losgemaakte grond te brengen.

Door gefaseerd maaien van randen en bermen kunnen kruiden en insecten in de overblijvende vegetatie overleven. Je begrijpt dat bovenstaande beheer ook prima op een volledig perceel kan worden toegepast.

Meer informatie kun je vinden op www.vlinderstichting.nl.


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
KvK-nr: 58588892

Logo Kenniscentrum Reeën

Cookies instellen

We geven u graag in overweging ons een bijdrage te schenken

U kunt uw bijdrage overmaken op bankrekeningnummer
NL88 RBRB 0706 6041 64
t.n.v. Kenniscentrum Reeën te Vorden
of via
PayPal, de veilige en complete manier van online betalen.


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
KvK-nr: 58588892

Logo Kenniscentrum Reeën

Cookies instellen