Kenniscentrum Reeën
Kenniscentrum Reeën

Reebokken dragen een gewei. Zeer zelden komt het voor dat er bij een reegeit een gewei groeit. Het zogenaamde geitengewei groeit meestal bij oudere reegeiten.

Het gewei bestaat uit twee ronde of ovale stangen die op benige uitgroeisels (de rozenstokken) op de schedel staan. Deze stangen worden elk najaar, november, afgeworpen. Ieder jaar vormt zich dan ook een nieuw gewei. Die geweigroei wordt hoofdzakelijk door hormonen beïnvloed. Naast de meestal voorkomende opbouw van het gewei zoals in de onderstaande afbeelding, zijn er diverse andere geweivormen zoals het pruikgewei

In het najaar en de eerste winter na de geboorte begint de geweigroei. Op de schedel van de reebok vormt zich dan de basis voor het gewei (de rozenstokken) met daarop een geweitje, de knoppen. Een gewei kenmerkt zich doordat het jaarlijks groeit en weer wordt afgeworpen.

Na het afwerpen van het eerste geweitje groeien, vlak boven de rozenstokken, aan de basis van de geweistang, de rozen. De rozen vormen een horizontale krans. Men spreekt van dakrozen als de rozen zijwaarts schuin afhangen.

Afbeelding: Opbouw ree gewei

In normale gevallen wordt aan de voorzijde van de stangen een aftakking gevormd (voorend) en tussen deze en het bovenste eind van de stangen een aftakking naar achteren (achterend).

Drie enden aan beide stangen noemen we een zesender. Twee enden aan de stangen noemen we gaffel en een gewei zonder enden heet een spitser. In uitzonderlijke gevallen komen achtenders of meer voor.

Het eerste gewei, de knoppen, van het bokkalf wordt anders dan het gewei van de oudere bokken, pas in januari-februari afgeworpen. In deze periode komen dan ook altijd knopbokken voor. Het zijn nog geen jaar oude reebokken met hun eerste gewei. De geweistangen van deze eerste geweitjes hebben nog geen rozen.

Knopbokken komen ook voor bij oudere bokken. Maar omdat oudere bokken in oktober november afwerpen zie je geen oude knopbokken in januari februari. Deze onvoldoende ontwikkelde geweien bij oudere bokken zijn een teken dat die reebok en mogelijk ook andere reeën in dat leefgebied onvoldoende leefomstandigheden hebben. Knopbokken in januari-februari zijn reebokkalveren en geen aanwijzing voor slechte leefomstandigheden.

Elk jaar vallen bij de reebokken de geweistangen af ten gevolge van het opgang komen van de groei van het nieuwe gewei. Van begin november tot begin juni zien we reebokken met de nog groeiende geweien. De geweien groeien onder de huid op de rozenstokken. Die huid wordt bast genoemd. Tijdens de groei verbeent het weefsel onder de huid tot een keihard materiaal, de geweistang. Aan het eind van de groeiperiode stopt het proces van verbening en sterft de huid af. Dit gaat gepaard met uitdrogen en krimpen van de bast waardoor deze los komt van de geweistangen. De bast is vaak binnen een dag van de geweistang verdwenen.

De rozenstokken groeien gedurende de eerste drie jaren flink door, met dien verstande dat ze ieder jaar dikker worden. De sponsachtige botstructuur gaat daarbij over in een meer compacte rozenstokmantel. Het lijkt erop dat dit onderdeel is van de normale ontwikkeling van bot van het ree. De rozenstokken blijven echter groeien tot op hoge leeftijd. Ze worden ieder jaar iets dikker en de lengte neemt jaarlijks af. En wel met een zodanige regelmaat dat dikte en lengte van de rozenstokken kunnen worden gebruikt voor het (globaal) leeftijd bepalen aan rozenstokken. In de dwarsdoorsnede van de rozenstokken zijn duidelijk de eerste groeiperiodes te herkennen (Prof. Stubbe, 1997). De aangroei is daarbij ringvormig zichtbaar (Hübner, 1933).

Elk jaar komt de rozenstok tot leven, van binnen naar buiten, en vormt zich op de rozenstokken nieuw rozenstokweefsel dat verbeent, het gewei. Vermoedelijk, veroorzaakt de stuwing die daarbij optreed, uitstulpingen aan de buitenzijde die later als rozen, groeven en parels op het gewei zichtbaar zijn.

Op de schedel van het reebokkalf begint op een leeftijd van drie maanden het onderhuidse deel van het gewei te groeien, de rozenstokken. Dit kan, in zeldzame gevallen, een gehoor hoog, circa 12 centimeter lang, gaffel gewei worden. Bij zwakkere reebokkalveren begint de ontwikkeling van het eerste gewei laat, soms pas in januari. Op de rozenstokken groeit het eerste gewei. In de maanden januari en februari wordt dat gewei, in het algemeen, weer afgeworpen en begint direct de ontwikkeling van het volgende gewei. Als reebokken één jaar oud zijn (jaarling) hebben ze dus vaak al hun tweede gewei. Dit tweede gewei heeft, in tegenstelling tot het eerst gewei, rozen. In het derde jaar is het ree volgroeid en komt de geweivorm zoals deze is geërfd tot uiting.

De momenten waarop het gewei begint te groeien, de groei van het gewei stopt en het moment waarop het gewei wordt afgeworpen worden gestuurd door hormonen. Het mannelijk geslachtshormoon testosteron dat onder andere door de testikels wordt gevormd, heeft de meeste invloed op de geweigroei. Jong gecastreerde bokkalveren krijgen bijvoorbeeld geen gewei. Worden bokken, die al wel een gewei hebben, gecastreerd, dan groeit hun gewei jaar op jaar door zonder dat het wordt afgeworpen. Het zogenaamde pruikgewei.

Afbeelding: Geweiontwikkeling, teelbalactiviteit, hormoonspiegel

Afb. Geweiontwikkeling, teelbalactiviteit, hormoonspiegel

De periode van afwerpen van het gewei ligt tussen oktober en december. In tegenstelling tot oude beweringen blijkt er geen duidelijke relatie te bestaan tussen de leeftijd en het tijdstip van afwerpen.

Het moment van afwerpen van het gewei wordt bepaald door verandering in het stromen van lichaamsvocht in de rozenstokken met als gevolg het vormen van de basthuid en het afzetten van botweefsel. Het benige materiaal wordt zachter onder invloed van lichaamsvocht en er begint nieuw 'botweefsel' te groeien dat omsloten wordt door huid. Tijdens de groei, het schuiven, van het gewei is er geen duidelijke overgang van het 'oude' botweefsel en het nieuwe*. Als dit proces ver genoeg gevorderd is, dan is de geringste aanraking al voldoende om het oude gewei te laten afbreken\vallen inclusief de aanhechting van rozenstok en gewei. In de loop der jaren worden de rozenstokken daardoor iets korter.

*Das passiert am Kolben, Wild und Hund 2011