Kenniscentrum Reeën

Nederland is goed voor reeën

Het ree past zich snel aan naar de leefomstandigheden. Het dier is, door de eeuwen heen, een geliefde buit voor de mens. Sinds de tweede wereldoorlog wordt het ree geholpen door regels die het beheer van het ree en de instandhouding van haar leefomgeving waarborgen. Daarna is het aantal reeën dan ook snel toe genomen. De soort weet goed te profiteren van enerzijds de regels rond het ingrijpen in de populatie (de jacht) en anderzijds de veranderingen in het beheer van bos, natuurgebieden en groen. De inmiddels circa 80.000 reeën in Nederland komen nu verspreid over alle provincies van Nederland voor. En met het het regelen van dit natuurbeheer per leefgebied ziet ook de toekomst er voor het ree goed uit.

80 jaar geleden kwam het ree in Nederland vooral voor in de bosrijke streken op de hogere zandgronden in het oosten en midden van ons land. Sinds de bescherming door de jachtwet, in circa 1950, heeft deze soort zich sterk over het land verspreid. De reeën voelen zich inmiddels ook thuis in het noordelijk zeekleigebied van Groningen, in de veenweidegebieden in Friesland, in het natte elzenbroekbos in de kop van Overijssel en in de akkerbouwgebieden in Flevoland en Zeeland . Daarnaast is het ree in de duinen een bekende verschijning. Kortom, we treffen dit zoogdieren in een grote variatie van leefomstandigheden in ons land aan.

Afbeelding: Verspreiding ree 2003

In 1930 werd het aantal reeën geschat op 3 á 4.000. In 1960 bedroeg dat aantal 15.000 en in 1980 lag dat aantal tussen de 25.000 en 30.000 (bron: Broekhuizen e.a., 1992).

In het voorjaar van 2002 werden door de wildbeheereenheden in totaal bijna 58.000 reeën geteld. Omdat niet alle aanwezige reeën tijdens een telling worden waargenomen, zal het werkelijk aantal groter zijn. De grootste dichtheden worden bereikt in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Maar ook in de duinen in het westen van het land en op Ameland en Terschelling komen aanzienlijke aantallen voor. Beheer van de populaties vindt plaats uit oogpunt van verkeersveiligheid, schade aan landbouwgewassen of schade aan de fauna zelf (voedselstress en dierenwelzijn). Eén en ander wordt onderbouwd in faunabeheerplannen. Na goedkeuring door de provincie wordt een ontheffing verleend aan de betreffende wildbeheereenheid. Op basis van de gewenste aantallen of het schaden van belangen wordt het jaarlijkse te doden aantal vastgesteld. De hier gepresenteerde gedode dieren (afschotcijfers) zijn ontleend aan verschillende bronnen. Tot 1994 zijn de gegevens afkomstig van het Ministerie van Landbouw en Visserij. De rijksoverheid verstrekte destijds de benodigde vergunningen. Sinds 1994 is dit gedecentraliseerd naar de provinciale overheden. Vanaf dat jaar zijn provinciale bronnen gebruikt. De afschotcijfers van de laatste drie jaar zijn ontleend aan de faunabeheerplannen en de WBE-databank.

De toename van de reeënpopulatie in ons land terug te zien in het afschot. In 1960 werden 4100 reeën geschoten 20 jaar later 6500 en in 2002 was dat aantal verdubbeld tot 12.370. Het zal u niet verbazen dat de grootste aantallen worden geschoten in die provincies waar de meeste reeën leven.

Waarom?
Met de groei van de bevolking in ons land is de automobiliteit toegenomen en het wegennet gegroeid. Gezien het grote verspreidingsgebied van het ree en het aantal reeën dat in Nederland voorkomt zien automobilisten overstekende reeën en leidt dit soms tot een aanrijding. Dit blijkt onder andere uit het aantal door wildbeheereenheden geregistreerde dood gevonden reeën (valwild). Van die reeën is het overgrote deel slachtoffer geworden van het verkeer. In 2002 ging het om 5200 dieren. Ook hier vonden de meeste aanrijdingen plaats in Gelderland en Overijssel met respectievelijk 1060 en 1002 stuks. De genoemde getallen moeten als een ondergrens worden gezien.

Van de periode januari 2000 tot en met maart 2002 is van ruim 5000 dode reeën bekend wanneer ze zijn doodgereden. Uit die gegevens blijkt dat er in het voorjaar duidelijk sprake is van een piek in het aantal aanrijdingen met reeën. Een verklaring hiervoor is dat in het voorjaar door territoriaal gedrag onrust in de populatie ontstaat. Daardoor steken de dieren vaker de wegen over en is de kans op aanrijdingen groter.

Afbeelding: Verdeling aanrijdingen met reeën 2001-2003

In België is het Ree ook zeer algemeen, maar minder verspreid, met als belangrijkste leefgebied de Ardennen en Limburg. In wezen geldt in het algemeen voor dit hert dat het zich goed kan handhaven en qua aantallen nog steeds toeneemt.

De groei van de populatie reeën en het verkeer en het als gevolg daarvan reduceren van de aantallen reeën door de provincies zorgt dat de overblijvende reeën optimaal profiteren van het beschikbare voedsel en de overige natuurbeschermingsmaatregelen. Daardoor zijn er relatief weinig ernstig zieke en verzwakte dieren en dus een hoge aanwas. Nederland is dus goed voor de overblijvende reeën.

Bron: KNJV-WBE-databank, nieuwsbrief 8

De aanwezigheid van reeën wordt grotendeels bepaald door de aanwezigheid van afwisselend dekking en open terrein. Reeën komen daarom voor in gebieden onder zeespiegel zoals in Nederland tot in het hooggebergte in heel Europa inclusief Turkije en tot ver in Rusland.

Uit de bodem van het IJsselmeer zijn geweien van reeën opgegraven die bijna een miljoen jaar oud zijn. Dat overbrugt, vier ijstijden. In de perioden tussen de ijstijden, is de aarde soms tienduizenden jaren warm geweest. Het ree heeft dus bar koude en warme leefomstandigheden overleeft. Het dier heeft overleeft in de regio's Griekenland en Spanje. Van waaruit zij steeds opnieuw het verspreidingsgebied ten noorden van de Alpen zijn gaan gebruiken.

Tekening: Verspreidingsgebied reeën

De populatie reeën is gegroeid tot de meest voorkomende soort herten in Europa. Vanaf de laatste ijstijd heeft het gebied van de Atlantische Oceaan naar het Verre Oosten eruit gezien als een koude steppe. Van het zuidwesten van Frankrijk langs de Middellandse Zee tot aan de rand van de Karpaten hebben de reeën zich verspreid. Daarna is de gemiddelde temperatuur gaan stijgen en is het verspreidingsgebied naar het noorden uitgebreid. Het ree is daarbij goed in staat gebleken om de invloeden van de omgeving te overleven. Migreren en aanpassen lijkt de overlevingsstrategie van het ree.

De mens heeft zich ontwikkeld tot grootgebruiker van natuurlijke bronnen. Vanaf de late middeleeuwen is een beperkende invloed uitgeoefend op het voorkomen van reeën. In grote delen van Europa is de bevolking toegenomen en daardoor ook het cultiveren van de bodem en de daarop groeiende gemeenschappen van wilde planten en dieren. Door het ontginnen en cultiveren van de natuur raakt dit wild de noodzakelijke leefomstandigheden in hun leefomgeving kwijt, zo ook de reeën. Inmiddels is er meer en meer aandacht voor deze negatieve ontwikkelingen.

De bescherming die daaruit voortvloeit heeft als gevolg dat lokaal de dichtheid toeneemt en de dieren zich verspreiden. Met de gevolgen die dat met zich meebrengt zullen mensen leren omgaan. Dat leren samenleven met reeën is de rden voor het ontstaan van Kenniscentrum Reeën.

Onderzoekers van de universiteiten in Vilnius (Litouwen, Vilnius) en Szent (Hongarije, Gödöllö) hebben een sterke groei van de reeën in Europa bevestigd. Dit blijkt uit een vergelijkend onderzoek van ramingen van de voorjaarsstand en registraties van gedode exemplaren uit de jaren tussen 1984 en 2007.

Samengevat zijn de reeën de meest voorkomende hertensoort in het grootste deel van Europa. En hebben in toenemende mate invloed op ecologische, culturele en economische factoren. Daarom zijn reeën onderzoeksprogramma’s essentieel voor duurzaam beheer.

afbeelding: Populatie ontwikkeling van het ree in Europa

Het doel van de onderzoekers was om veranderingen in de reeënpopulatie en het doden in het kader van jacht en beheer op basis van beschikbare informatie te analyseren. Voor de studie werd gepubliceerde data van 1984 en 2000 – 2007 gebruikt.

Tussen deze twee periode’n namen de gerapporteerde voorjaarspopulaties toe van 6,2 naar 9,5 miljoen en de jachtbuit van 1,7 naar 2,7 miljoen individuen. De populatie grote en het aantal gedode dieren nam toe in bijna heel Europa, maar in het bijzonder in het westelijke deel. De werkelijke populatie is mogelijk zelfs 1,5 keer groter dan de officiële getallen zeggen.

Historie
Reeën zijn de meest voorkomende hertensoort in Europa. De soort leeft hier al 600.000 jaar. Na de laatste ijstijd was er een koude steppe van de Atlantische Oceaan naar het Verre Oosten en leefden de reeën van het zuidwesten van Frankrijk langs de Middellandse Zee tot aan de rand van de Karpaten. Daarna is de gemiddelde temperatuur gaan stijgen. De reeën bezetten in die periode de huidige leefgebied ten noorden van de Alpen. En nemen in aantallen en verspreiding toe.

Aan het einde van de laatste ijstijd is het ree een van de meest voorkomende hertensoorten in Europa en een veel voorkomende jachtbuit van de toen levende mensen. Dat begint in de late middeleeuwen in grote delen van Europa te veranderen door de steeds toenemende cultivering van de leefomgeving van mensen. De reeën en veel andere dieren verliezen daardoor een aanzienlijk deel van hun leefomgeving.

Schommelingen in het aantal reeën
Met de in de 19e eeuw drastisch verbeterde leefomstandigheden en daardoor toenemende jacht op wilde diersoorten werden deze diersoorten zoals reeën gereduceerd tot een minimum. Door de geleidelijke regulering van de jacht, in combinatie met bewust veranderend gebruik van de omgeving begon het aantal reeën weer toe te nemen en is het gebied waar zij leven uitgebreid. Reeën bereikten daardoor weer hun natuurlijke grenzen bestaande uit hoge bergen aan de ene kant en droge gebieden aan de andere. Momenteel wordt de populatie reeën in Europa geschat op 15 miljoen stuks (IUCN, 2007).

Rekening houdend met het feit dat cijfers niet beschikbaar waren voor diverse landen en soms ernstig onderschat voor andere, mag aangenomen worden dat de totale populatie in het hele onderzoeksgebied 15 miljoen is.(EFSA, 2004; IUCN, 2007).

Hoewel het noodzakelijk is rekening te houden met het feit dat de informatie meer of minder betrouwbaar zijn, was de data voor het krijgen van een algemeen beeld, bruikbaar. Volgens de gevonden gegevens is het mogelijk om de Europese landen in te delen in drie categorieën:

Lidstaten waar de reeënpopulatie toeneemt
- De meerderheid van Europese landen. De grootste toename was in Frankrijk (227%), Litouwen (219%), Italië (201%), Finland (200%) en Denemarken (167%).

Staten met slinkende reeënbestanden
- Enkele landen landen in het zuidoosten van Europa. In Bulgarije, Moldavië, Roemenië, Oekraïne en de Balkan zijn de aantallen reeën kleiner. Vermoedelijke oorzaken zijn niet betrouwbare gegevens en meer stroperij. De invloed van stroperij is waarschijnlijk invloedrijk door traditionele meer stroperij en het verminderde toezicht tijdens de grote politieke veranderingen in deze periode.

Staten waar de reeënpopulatie redelijk stabiel bleef
- Zwitserland en het Europese deel van Rusland.

Regio’s met te onderscheiden veranderingen in de reeënpopulatie in de periode 1984-2005.

West-en Centraal-Europa – Paradijs voor reeën
De reeënpopulatie is in bijna alle staten gestegen. Er zijn echter grote geografische verschillen. In 1984 leefden de meeste reeën per vierkante kilometer in Duitsland (5,74 st/km2), Oostenrijk (5,48 st/km2) en Denemarken (3.48 st/km2). In 2005 waren dit Duitsland (8,40 st/km2), Oostenrijk (8,94 st/km2), Denemarken (9,28 st/km2) en Luxemburg (9,27 st/km2).

afbeelding: Reeën-populatie dichtheid en verandering Europa 1984
afbeelding: Reeën-populatie dichtheid en veranderingen Europa 2005

Op basis van de getallen heeft Duitsland de grootste populatie, de grootste jachtbuit en het hoogste percentage afschot voor beide periodes. De onderzoeksgegevens laten zien dat 31,6% van de reeë daar leven en 37% van de reeën daar worden gedood. Andere landen met grote hoeveelheden reeën zijn Oostenrijk en Frankrijk. Deze landen hebben ook de grootste oppervlakte primair landschap voor reeën. Opvallend is dat er een overeenkomst lijkt te zijn tussen de hoge dichtheden en de in die landen geldende regels. Landen die veel geschikt reeënbiotoop hebben en, reeën beschermende, jacht en beheerregels die worden nageleefd hebben hoge dichtheden en afschotpercentages of sterke groei van de aantallen reeën.

De gemiddelde dichtheid van reeën in Europa is in 25 jaar gestegen van 1,55 tot 2,22 st/km2.

Doden van reeën
Het percentage geschoten dieren is nagenoeg onveranderd van 27.86% in 1984 tot 28,81% in 2005.

Op basis van de aantallen reeën en de aantallen geschoten dieren in 1984 en rond 2005 worden duidelijk twee groepen onderscheiden:

  • Landen waar de populatie meer toenam dan het aantal gedode dieren
  • Landen waar de populatie minder groeide dan het aantal gedode dieren

Alleen Litouwen en Noorwegen vallen in geen van beide groepen omdat er nagenoeg geen verandering werd vastgesteld.

Hoofdzakelijk West- en Noord Europese landen behoren tot de groep waar het afschot trager groeit als het aantal reeën. In Zuid- en Oost Europa groeit de populatie langzamer dan het afschot.

De verklaring voor deze verschillen zitten naast de al eerder genoemde aanname over strikt nageleefde afschotvergunningen in de meeste Noord- en west Europese landen misschien in het onderschatten van de aanwezige aantal dieren met als gevolg dat hoewel het afschot toenam de populatie toch groeide.

Tenslotte zijn op Europees niveau sommige veranderingen tussen 1984 en 2005 vergelijkbaar in het patroon van de wijziging.

Veranderingen in aantallen reeën tussen 1984 en 2005 in Europa

Jaar

Populatie N

gedood N

gedood %

Gem.gedood %

Populatie
verandering

gedood verandering

1984 6 201 665 1 727 513 27.86 22.15    
2005 9 536 735 2 746 971 28.81 21.63 53.77 59.01

De data toont aan dat het ree, in Europa, een weid verspreid voorkomende grote hoefdiersoort is.

Voor de 7 miljoen jagers (FACE, 2007) is het ree de meest voorkomende grote doelsoort. Het vlees, het beheren van de populatie, de beleving van het zien en opsporen zijn daarin waarde bepalend. De hier gevonden patronen geven aan dat als gevolg van het in procenten marginaal toenemend benutten van de reeënpopulaties de reeënpopulatie kan groeien. Dit kan echter het gevolg zijn van onderschatten van de voorjaarsstand en/of aanwas. En op basis daarvan consequent uitvoeren en handhaven van populatiebeheer. Populatiebeheer dat gebaseerd is op het beperken van de aanwas om de populatiegroei te stoppen.

Er is alleen in het Zuid-Oosten van Europa een permanente afname van het aantal reeën gevonden. Recente politieke veranderingen en sociaal-economische verhoudingen kunnen de controle en handhaving van reeën in gevaar hebben gebracht. Deze bevindingen geven aan dat verder onderzoek naar socio-cultureel en economische factoren die reeënpopulaties beïnvloeden nodig is, zoals is gedaan voor edelherten. (Milner et al., 2006).

Conclusies
Gedurende de laatste 25 jaar groeide de reeënpopulatie op papier in omvang van 6.2 to 9.5 miljoen dieren. De jachtbuit veranderde van 1.7 naar 2.7 miljoen exemplaren. In het grootste deel van Europa groeiden de reeënpopulaties met uitzondering van het zuid-oosten van het werelddeel. De afschotgegevens konden dit niet bevestigen door gebrek aan data.

De dichtheid nam toe in bijna alle onderzochte landen. De hoogste dichtheid trad op in west en centraal Europa. Van 1984 tot 2005 nam de gemiddelde reeëndichtheid toe van 1.55 dieren per km2 naar 2.22 dieren per km2.

Hoewel de afschotgegevens varieerden tussen de verschillende landen waren de gemiddelde afschotpercentages in de twee bestudeerde periodes: 22.15% in 1984 en 21.63% in 2005. Op basis van de beschikbare gegevens nam het afschot af in 9 landen en toe in 12 landen. In heel Europa werd in 1984 27.86% van het aangenomen aantal reeën geschoten en in 2005 28.81%.

De data toont de grootste populatie, de grootste jachtbuit en het hoogste percentage afschot voor beide periodes in Duitsland waren. Feitelijk leefde 31.6% van de hele Europese populatie reeën daar.

De populatie groeide sneller als het afschot in het noorden en westen van Europa. Het afschot groeide harder als de populatie reeën in oost- en centraal-Europa. Tussen 1984 en 2005 nam de populatie reeën toe met 53,5% en het afschot met 59.0%. De patronen tonen aan dat de groei in afschot tot op heden de groei van de populatie reeën niet heeft gestopt.

Dit is misschien gerelateerd aan onderschatting van de voorjaarspopulatie en/of aanwas en het daaraan gekoppelde streng nageleefde afschotbeleid om de populatiegroei te stoppen.

Er is alleen in het Zuid-Oosten van Europa een permanente afname van het aantal reeën gevonden. Recente politieke veranderingen en sociaal-economische verhoudingen kunnen tot gebrek aan controle op het doden van reeën hebben geleid.

Deze bevindingen geven aan dat nader onderzoek zich kan richten op de invloed van sociale , culturele en economische factoren op de reeënpopulaties.

en Sándor Csányib
bron: Roedeer population and harvest changes in Europe
vertaald: